De kans groeit dat het 's zomers brandt

Bosbranden zijn een natuurlijk verschijnsel, zeggen zowel houtvesters als bosbeschermers in Amerika's Westen. Maar over de vraag hoe veel méér je moet doen dan preventief dunnen van bossen rond steden en dorpen, lopen hun meningen uiteen.

Een jongeman met biceps-bevorderende T-shirtmouwtjes wacht op een sein van de wedstrijdleiding. Twee tijdopnemers staan gereed. Dan klinkt het commando: Zagen, nu! Met een lange trekzaag zonder handvaten zaagt de jongeman binnen een minuut een vuistdikke plak van een boomstam met een doorsnee van een halve meter.

Het is Logger's Day in Libby, het centrum van de houtindustrie in het noord-westen van Montana. De jaarlijkse dag van gedeelde trots en traditie lijdt onder de warmte, zeggen de weinig talrijke klanten in de eet- en drinktent. Het volgende nummer, vijftien centimeter lange nagels in een vierkant gezaagde stam hameren, wordt fanatiek afgewerkt om de stilte te verdrijven, lijkt het wel.

,,Dit kon wel eens de laatste Logger's Day zijn'', zegt Jerry, een montere zestiger die op een klapstoel in de schaduw van een houten tribune de vorderingen van de 'loggers' volgt. ,,Steeds meer houtzagerijen gaan dicht. Je kunt hier bijna nergens meer behoorlijk hakken. Milieu-fanaten spannen voortdurend processen aan. Er is altijd wel iets mis met een oogstplan: er wordt te veel weggehaald, of te weinig bijgeplant, of de herrie is hinderlijk.''

Hij kwam zes jaar geleden naar deze bosrijke omgeving uit de buurt van San Francisco, na een leven in de boekhouding. Jerry's pleidooi voor houthakkersvrijheid past binnen wat door sommigen in deze contreien het instant red neck syndrom wordt genoemd, het na aankomst omhelzen van de waarden die hoogtij vierden toen het Wilde Westen een eeuw geleden werd opengelegd. In de praktijk van de 21ste eeuw betekent dat meestal aanschaf van een pick-uptruck met daarop een rek waarop geweren kunnen worden geplaatst. Jerry draagt ook een cowboy-hoed.

Voorvechters van beheerst kappen en zeker van de herintroductie van bijna uitgestorven diersoorten, zoals de grizzly beer, kunnen zich beter niet vertonen op Logger's Day. Sommigen milieu-mensen hebben kogelgaten in hun huis. Zij denken dat die afkomstig zijn van degenen die vinden dat bossen er in de eerste plaats zijn voor de houtindustrie, naast het genieten van wandelen en andere wildernis-waarden.

De komst van de regering-Bush was goed nieuws voor wat met gepaste ernst de multiple use community wordt genoemd. President Clinton had in zijn laatste ambtsdagen nog het besluit genomen de aanleg van wegen te blokkeren op 240.000 vierkante kilometer openbaar natuurgebied, voornamelijk bosland (zeven keer Nederland). Die beslissing werd in logger-land met afgrijzen begroet. Groen Amerika was opgetogen.

Het gevolg was dat voorlopig geen toeristische en bosbouw-ontwikkelingen mogelijk waren in gebieden die nog niet waren aangewezen als officieel erkende wildernis. Bush heeft voorbereidingen getroffen die maatregel terug te draaien, maar wacht op de rechtszaken die er over lopen. De anti-Clintons wonnen in eerste instantie, maar verloren in tweede instantie voor het Hof in San Francisco. De houtlobby heeft nu een nieuwe zaak aangespannen bij een als minder milieu-vriendelijk bekend staand hof.

Spike Thompson is plaatsvervangend opzichter van het Biterroot National Forest, op de grens van Montana en Idaho. In zijn kantoor aan de voet van het imposante bergwoud vertelt hij dat de federale Forest Service voortvarend aan de slag is gegaan met het vorig jaar door president Bush aangekondigde Healthy Forest Initiative. Dat mikt op voortvarend en op grote schaal dunnen van openbare bossen. Argument: alleen door alle struiken en brandbare boompjes weg te halen kunnen herhaalde bosbranden, zoals die vorige zomers worden voorkomen.

Terwijl het bosbrandseizoen al weer is begonnen, zegt Thompson: ,,Wij laten ons altijd leiden door de vraag hoe we willen dat het bos er uit ziet als we het achterlaten. Door de meeste brandstof voor vuurzeeën eruit te dunnen, geven we het bos een betere kans uit te groeien. Daar is het Healthy Forest Initiative meer op gericht dan op het kweken voor toekomstige oogst. Onze dienst is geen commerciële onderneming.''

Dat is mooi gesproken, maar de praktijk is anders, zegt Matthew Koehler, van het Native Forest Network in Missoula, Montana. Hij coördineert het bosbeleid van een groot aantal Amerikaanse milieu-organisaties. Ga maar mee, het Bitterroot Forest in. We rijden over een eindeloos slingerende bosweg, waar een deel van de grote bosbranden van zomer 2000 hebben gewoed. Links en rechts is een dood bos van zwart geblakerde dunne stammen te zien, met minieme nieuwe aangroei.

,,Ze zeggen altijd dat je genoeg wegen moet hebben om effectief te kunnen blussen, maar hier is, ondanks een grote wegdichtheid, nauwelijks bos over'', verzucht Larry Campbell, een geoloog die zich in het woud heeft gevestigd en nu ijvert voor een in zijn ogen verantwoord beheer van het Bitterroot Forest.

We komen op een soort bergrug in het woud. De commerciële houtmensen hebben hier voor de Forest Service net gedund volgens de nieuwe richtlijnen. ,,Wat zie je?'', vraagt Koehler staand op de stronk van een omgezaagde, dikke pijnboom. ,,De dikke, verkoopbare stammen zijn er uit gehaald en het onrendabele en zeer brandbare lage goed is blijven staan. De kans dat het hier deze of volgende zomer brandt is alleen maar toegenomen.''

Iedere zomer waarin, zoals nu in het Glacier National Park en elders in het Westen, grote bosbranden de aandacht trekken, klink de roep om maatregelen. Maar bosbranden zijn een natuurlijk verschijnsel, zeggen zowel Thompson van de Forest Service als Koehler van de bosbeschermers. De vraag waar zij het over oneens zijn is: hoe veel meer moet je doen dan bossen in de omgeving van steden en dorpen preventief dunnen.

In de praktijk gebeurt er veel meer dan waar men voor uitkomt, is de klacht van de milieu-activisten. Koehler: ,,Deze regering bestaat uit propaganda-meesters. Men heeft bijvoorbeeld besloten dat stukken bos van 400 hectare of minder kunnen worden gekapt zonder milieu-effectrapportage. Dat vindt men te weinig voor een hele procedure. Maar als je genoeg van die stukjes aanwijst, kun je een heel bos laten kappen door je vriendjes ver van de bewoonde wereld.''

Dit is het tweede artikel van een korte serie over de strijd om Amerika's Westen. Het eerste stond in de krant van 2 augustus.