Charmant netwerker brengt nieuw geluid in politiek

Het Antilliaanse Kamerlid John Leerdam wil etnische rolpatronen doorbreken. In zijn vorige loopbaan, de theaterwereld, stond hij bekend als luidruchtig maar charmant netwerker. Zijn eerste wapenfeit bij de PvdA: het zingen van een treurig lied na de mislukte formatie.

Honderden Antilliaanse studenten komen op Schiphol aan en zullen tijdens een kennismakingsbijeenkomst onder andere worden toegesproken door John Leerdam, het uit de Antillen afkomstige Kamerlid van de PvdA. Maar eerst is het de beurt aan Maurice Adriaens, gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen. Die houdt een gespierde toespraak, over het `schatrijke Nederland' dat dezer dagen te vaak ,,slecht praat'' over de arme Antillen. Adriaens noemt een voorbeeld: de oproep om niet verkiezingsoverwinnaar Anthony Goddet als premier van de Antillen te beëdigen, omdat tegen Goddet een onderzoek naar fraude loopt en daarmee ,,Surinaamse toestanden'' dreigen.

Leerdam bevriest even: de gevolmachtigd minister, zelf behorend tot Goddets partij, de Frente Obrero Liberashon, doet hier een regelrechte aanval op hem, de op dit moment in Nederland bekendste Antilliaan. Dankzij Nova en het NOS-journaal, elke dag te zien op Curaçao, is hij ook daar trouwens razend populair, zoals de PvdA'er nog maar een week geleden op straat in Willemstad heeft mogen ondervinden.

Het was namelijk Leerdam die dat had gezegd, van die ,,Surinaamse toestanden''. Beide heren verdwijnen achter een gordijntje, om het uit te praten. De uitkomst: Leerdam ziet af van zijn toespraak, om de studenten niet op een aanblik van politieke verdeeldheid te vergasten. Even wordt de onstuimige carrière van het nieuwe, door veel voorkeurstemmen de Tweede Kamer binnengekomen politicus Leerdam door de eilandpolitiek ingehaald.

Hij is op Curaçao geboren, in 1961, als zoon van een Portugees-joods-creoolse moeder die op St. Kitts is geboren en een Surinaamse vader die op de Antillen inspecteur van politie was. ,,Ik ben het resultaat van een multicultureel orgasme'', heeft Leerdam eens van zichzelf gezegd, want als je met hem praat, zijn de erotische metaforen nooit ver. ,,Liefde is het geheim van elk succes'', heeft hij ook gezegd, en zijn zorgen over de recente ontwikkeling van de multiculturele samenleving in Nederland legt hij eveneens op deze wijze uit: ,,We zijn de liefde voor elkaar kwijtgeraakt. Alleen als je van elkaar houdt, ben je niet nonchalant en niet onverschillig.''

,,De samenleving op het Curaçao van onze jeugd kon knap benauwend zijn'', herinnert zich Leerdams jeugdvriend Arthur Kibbelaar, tegenwoordig diplomaat. In de postkoloniale samenleving van de jaren zestig bestonden allerlei hardnekkige scheidslijnen en gevoeligheden: sociaal, raciaal en traditioneel. ,,Er waren heel veel gesloten deuren'', zegt Leerdam. ,,Maar de confrontaties waren nooit openlijk.'' Leerdams eigen positie in de samenleving werd deels bepaald door de status van zijn vader als inspecteur van politie: dicht in de buurt van de sociale bovenlaag. Hij had wel blanke vriendjes, maar die kwamen dan weer nauwelijks bij hem thuis.

Op de etnisch gemengde middelbare school, het Stuyvesant-college, was Leerdam actief organisator van leerlingenraad, leerlingenopstanden en bonte avonden van cultureel karakter, waarbij ook al sociale thema's en het doorbreken van etnische rolpatronen aan de orde kwamen. Ander thema: black awareness, waarbij de ideeën van de Amerikaanse zwarte activist Malcolm X en Martin Luther King de boventoon voerden. Nimmer, zegt hij zelf, heeft voor Leerdam het zwart-wit issue als het enige gegolden: ,,Als mensen vertrouwen hebben dat het goed komt, is race geen probleem.'' Dat vertrouwen was op het Curaçao van de jaren zestig en zeventig meer voorhanden dan in de verpauperde situatie van heden.

In 1982 belandde hij op de toneelschool in Maastricht, onderwijl af en toe wat bijverdienend door in modeshows mee te lopen. Na het eerste jaar kreeg Leerdam een negatief advies, in termen die hij als racistisch ervoer: hij sprak geen ABN, zijn gezicht was niet symmetrisch en de werkgelegenheid voor een zwarte acteur in Nederland moest somber worden ingezien. ,,Toen heb ik mezelf beloofd alles in het werk te stellen om te zorgen dat voor studenten na mij ras of huidskleur geen belemmering meer zouden vormen.''

Er volgden een regieopleiding aan de Theaterschool in Amsterdam, en vijf jaar aan Columbia University in New York: theater, film en public affairs. Specialiteit: black theater. Aan het eind van die periode had Leerdam de hoop cultureel attaché van de Nederlandse Antillen te kunnen worden, maar dat mislukte. Met gemengde gevoelens kwam hij weer naar Nederland, want Curaçao had aan carrièreperspectieven weinig te bieden. Aan de Amsterdamse Nes was sinds 1993 het Cosmic Theater gevestigd. Medeoprichter Norman de Palm gaf Leerdam een kans als regisseur van ad hoc-producties.

In 1996 werd Leerdam ernstig ziek, een gebeurtenis die hij als een keerpunt in zijn leven beschrijft. Het zou jaren duren voordat de ergste bestaansonzekerheid zou wijken. ,,De ziekte dwong hem prioriteiten te stellen'', meent Kibbelaar. ,,Hij had altijd een onuitputtelijke energie, nu moest hij keuzes maken.'' ,,Toen ik ziek werd, besefte ik dat je de dingen niet een beetje kunt doen'', zegt Leerdam zelf. ,,Dan moet je alles geven. In die tijd heb ik me gerealiseerd dat ik van Nederland hou, en voor mezelf de illusie opgegeven dat ik naar de Antillen zou terugkeren.''

Uit deze noodzaak zijn energie te concentreren kwamen Leerdams bekendheid en indirect zijn politieke carrière voort. Zijn dadendrang gold nu in de eerste plaats het in zijn gesubsidieerde voortbestaan bedreigde Cosmic Theater. De Raad voor Cultuur constateerde in 1997 dat de ,,verrichtingen van Cosmic in meerderheid beneden de maat waren'', een nette vertolking van de opinie dat Cosmic eigenlijk niet van kunstzinnig belang was, maar meer een soort etnisch vormingswerk verrichtte.

Leerdam heeft achteraf die kritiek deels gebillijkt: ,,Cosmic was te veel in zichzelf gekeerd.'' Maar destijds trok hij er, vanuit de positie van underdog, krachtig tegen ten strijde, met zoveel felheid en humor tegelijk dat het in brede kring opviel.

Bij het netwerken voor Cosmic kwam hij ook met de politiek in Nederland in aanraking. Staatssecretaris Van der Ploeg werd door Leerdam beurtelings verdedigd en aangevallen, omdat diens multiculturele beleid toch maar `kruimelwerk' zou zijn. Leerdam schuwde de gang naar `Zoetermeer' (waar het ministerie van OCenW zetelt) geenszins en ontwikkelde zich allengs tot een soort informele lobbyïst voor meer culturele instellingen, en adviseur van Van der Ploeg. Hij was uit de media niet weg te slaan een luidruchtig en opvallend netwerker met een geheel eigen toon, waarbij het houten vormingswerkersjargon van veel bestuurders uit het `multiculturele veld' hem vreemd was.

,,Hij is een groot charmeur'', meent Ing Yoe Tan, Eerste-Kamerlid voor de PvdA en bestuurslid van Cosmic. ,,Maar hij was ook een cultureel ondernemer avant la lettre die zeer actief was in het vinden van sponsors, zodat hij bij subsidieaanvragen altijd eigen inkomsten kon aantonen'', zegt Ferry Houterman, VVD-fractieleider in de Amsterdamse gemeenteraad in deze jaren, ,,We hebben ons wel eens afgevraagd of al die tijd en energie die in de fundraising ging zitten niet ten koste ging van zijn functie als artistiek directeur'', zegt Tan.

Hoewel soms geruchtmakend, lag Leerdams verdienste niet in de eerste plaats in zijn theatrale verrichtingen. ,,In zekere zin maken organiseren en netwerken integraal deel uit van zijn kunstenaarschap'', drukt zijn opvolger als Cosmic-directeur Khaldoun Elmecky het uit. Leerdam is er ook niet in geslaagd om, zoals eigenlijk de bedoeling was, iets neer te zetten dat een multiculturele pendant van Toneelgroep Amsterdam kon zijn, met acteurs die als sterren een voorbeeldfunctie voor jongere allochtonen kunnen zijn, zoals voetballers of schrijvers.

In 1998 werd Leerdam lid van de PvdA, waarmee hij al netwerkend nauwer in contact was gekomen. Tot die tijd had hij afwisselend PvdA, GroenLinks of D66 gestemd.

Al langer koesterde hij de heimelijke wens om misschien ooit een écht belangrijke functie buiten de culturele wereld te gaan bekleden. Dat oud-burgemeester van Amsterdam Schelto Patijn, waarvoor Leerdam een grote bewondering koestert, hem ooit als ,,toekomstige premier van de Nederlandse Antillen'' had getipt, beviel hem zeer.

Begin 2002 maakte zijn politieke carrière een valse start, in de vorm van het voorzitterschap van de PvdA-Amsterdam. ,,Een gezelschap waarin oud-gedienden en vergadertijgers het nog goeddeels voor het zeggen hadden'', constateert Tjalling Halbertsma, PvdA-fractievoorzitter in de gemeenteraad. Leerdam had de handen vol aan onverkwikkelijke ruzies, bijvoorbeeld rond het niet-terugkeren op de kandidatenlijst van twee zittende PvdA-wethouders. Volgens Houterman heeft Leerdam zich ervoor ingezet dat bij de collegevorming in 2002 de PvdA koos voor een college met de VVD en niet met GroenLinks.

Leerdams voorzitterschap is te kort geweest om een blijvende cultuuromslag te betekenen, meent Halbertsma. In oktober 2002 werd hij gevraagd voor de kandidatenlijst van de Tweede Kamer. De partij was, na het electoraal debacle van mei 2002, op zoek naar aansprekende kandidaten, liefst met achterban, die de herinnering aan de verbureaucratiseerde bestuurderspartij van Melkert konden doen vergeten. Leerdams bekendheid en netwerk maakten hem een aantrekkelijke kandidaat. Met name partijcoryfee Dick Benschop zette zich voor hem in.

Na de lange kabinetsformatie hebben de nieuwe Kamerleden van de PvdA, 42 in getal, nog maar weinig gelegenheid gehad naar buiten te treden. Leerdam behoort bovendien niet tot degenen onder hen, die de behoefte voelen op luidruchtige wijze te verkondigen dat de oude garde voor hen volkomen heeft afgedaan. Zijn geruchtmakendste actie was een interne: de vertolking, tot veler verrassing, van het treurige lied Atardi (Zonsondergang) op de eerste fractievergadering na de mislukte formatie.

In de tombola van de portefeuilleverdeling heeft Leerdam cultuur en media binnengesleept. Wat de Antillen en Koninkrijksrelaties betreft moet hij zich met de tweede plaats tevreden stellen maar wie Leerdam kent, weet dat hij niet werkeloos toeziet.

En zo komt het dat Leerdam, kort nadat in het zomerse Nederland de media in verontwaardiging zijn ontstoken over een dodelijke steekpartij in Tilburg waarbij twee van de vier verdachten Antillianen zijn, vervuld van goede voornemens naar deze stad afreist. Het incident heeft de aandacht gevestigd op de hoge criminaliteit onder Antilliaanse jongeren en het Tilburgse gemeentebestuur heeft een harde aanpak aangekondigd. Leerdam maakt er, op weg naar Tilburg, geen geheim van dat het volgens hem een geval van `verkeerde beeldvorming' betreft. Leerdam gaat licht scheppen.

De materie blijkt weerbarstig. In een gesprek met wethouder Jan Hamming, ook partijgenoot, bepleit Leerdam meer geld voor huisvesting en opvang van Antillianen. De wethouder ziet weinig heil in het voortrekken van Antillianen boven andere bevolkingsgroepen. Hij ziet ook eigenlijk geen probleem met het algehele gemeentebeleid jegens de Antillianen, alleen met de criminele jongeren onder hen. Leerdams bezoek aan het Verdi-plein, waar de steekpartij heeft plaatsgevonden, wordt afgelast: geen olie op het vuur.

Rest een ontmoeting met de Stichting Antillianen in Tilburg, waar de verontwaardiging over de beeldvorming en achterstelling groot is, en die meent dat er juist in de Antilliaanse gemeenschap van een crisis sprake is. Juist de bij het gesprek aanwezige vader van een der hoofdverdachten bevestigt de somberste analyses over de Antilliaanse jeugd die de ronde doen: zijn jongen, vermoedt hij, is het hoofd op hol gebracht door de rondreizende Antilliaanse bolletjesslikkers met een pistool op zak, die een ware plaag vormen.

Leerdam doet aan het eind de afstandelijk klinkende oproep ,,door te gaan met de strijd. We moeten ons verenigen, want vandaag is het Tilburg maar morgen Hoogvliet of Amsterdam.'' ,,Je kunt goed merken dat de Nederlandse bestuurders en de Antillianen in Tilburg eigenlijk niet dezelfde taal spreken'', zegt hij na afloop. Er is een communicatiestoornis waardoor ze niet goed tot elkaar doordringen.'' Een soortgelijke dialoog der doven ziet Leerdam tussen Nederland en de Nederlandse Antillen in het algemeen, bijvoorbeeld bij discussies over het Koninkrijksstatuut.

Zijn politieke carrière staat nog maar aan het begin, maar toch maakt Leerdam links en rechts anderen deelgenoot van zijn niet geringe ambities. Nu de heimelijke ambitie Van der Ploeg op te volgen als staatssecretaris niet is bewaarheid, omdat de PvdA niet in de regering zit, lijkt gouverneur van de Nederlandse Antillen hem wel wat, of burgemeester van een grote stad. Maar past zijn onstuimige aanpak eigenlijk wel in de ingetogen, veelal zeer formalistische cultuur van de Nederlandse Tweede Kamer? ,,Het zal niet makkelijk zijn'', denkt Halbertsma. ,,Die onvangenheid van hem is niet des PvdA's''.

Zijn vriend Kibbelaar heeft hem aangeraden ,,vooral een beetje dwars te blijven en een beetje los te komen van de agenda''. Tan, in het dagelijks leven organisatieadviseur, meent dat ,,hij in de Kamer niet al die gedragsvarianten tentoon kan spreiden die hij het theater vertoonde''. Volgens Houterman ,,heeft hij zich het klappen van de zweep vooraf gerealiseerd''. Hij dicht hem misschien wel een toekomst in de Antilliaanse politiek toe, ,,omdat hij een der weinigen is die de Antilliaanse mentaliteit kent en ook weet hoe er aan deze kant van het koninkrijk gedacht wordt''. Leerdam zelf: ,,Ik ben nog aan het kijken hoe het spel gespeeld wordt.''