Zwalkend op de Derde Weg

Tony Blair heeft weinig redenen om zijn record als langst aaneengesloten regerende Labour-premier in Groot-Brittannië te vieren. Hij wordt geplaagd door de vrede in Irak, en zijn succesformule met spin doctors is uitgewerkt. Blair heeft een nieuwe start op zijn `Derde Weg' nodig, maar kan hij die ook maken?

Eerst even dit. Het is een understatement te zeggen dat de Britse spoorwegen niet als een Zwitsers horloge werken. Maar de excuses die ze daarvoor opvoeren zijn ontegenzeggelijk van wereldklasse. Volgens Jon Yuill, die voor de BBC een bloemlezing bijhoudt, konden de treinen laatst niet rijden ,,omdat er dauwdruppels op de baan liggen''. Een andere stationsomroeper excuseerde zich voor de drukte in de rijtuigen. ,,De oorzaak daarvan is het te grote aantal passagiers.'' En de sneltrein van Cardiff naar Londen liep uren vertraging op ,,wegens een reusachtige clown op de rails''. Dat klopte: een opblaasbare Ronald McDonald was losgeraakt van een hamburgerrestaurant en op het spoor gewaaid.

En dan dit, opgetekend door Peter Stothard, oud-hoofdredacteur van The Times, die tijdens de oorlog in Irak Tony Blair een maand lang mocht schaduwen. Elke woensdagochtend verschijnt op 10 Downing Street, de ambtswoning van de premier, een mannetje in een peper-en-zoutkleurig tweedpak. Hij komt alle klokken opwinden. Als hij bij het staande horloge in de hall is aangekomen (waaruit Churchill nog de bellen heeft laten verwijderen omdat hij niet tegen de herrie kon), roept iemand tegen het mannetje: ,,Zet hem maar op vijf voor twaalf!''

En dit ook maar even. Sommige Britse bioscopen hebben nog een echt voorprogramma. Zoals de Everyman Cinema in Hampstead, een wijk in noord-Londen waar liberale Labour-stemmers met bovenmodale inkomens vanouds in de meerderheid zijn. Daar draaide deze week een kort tekenfilmpje van de Australiër Michael Leunig. Het heet Hoe democratie eigenlijk werkt. Het begint ermee dat we allemaal ons stembiljet invullen, zegt de verteller op Postbus 51-toon. Daarna zie je hoe de biljetten per kruiwagen worden afgevoerd en in een oven worden geschept. ,,De hitte wordt omgezet in stroom en deze elec-tricity'', aldus de verteller, ,,is genoeg om één 40 watt-lamp te laten branden. Die hangt in de heren-wc van het parlement. Als je 's avonds laat buiten het parlement staat, kun je dat ene verlichte raampje zien. Wees ervan verzekerd: ook úw stem telt!'' De bioscoop huilt van het lachen.

Dit zijn geen drie willekeurige anekdotes. Ze laten in het kort zien wat veel Britten denken. De crisis in de publieke sector is zo erg dat je er alleen nog maar grappen over kunt maken. De oorlog in Irak leidt de regering, op zijn voorzichtigst gezegd, terra incognita binnen. En burgers, zelfs trouwe Labour-stemmers, bezien het democratisch bedrijf nu met cynisme.

In theorie zou Blair vandaag de vlag moeten uitsteken. Zes jaar en 93 dagen na zijn aantreden op 1 mei 1997 is hij de Labour-premier met de langste aaneengesloten regeringstermijn uit de geschiedenis. Zo breekt hij het record van Clement Attlee, premier van 1945 tot 1951. Blair slaagde erin om van Labour, na achttien jaar oppositie, weer een geloofwaardige regeringspartij te maken en hij werd in 2001 zelfs met een landslide herkozen. Clem Attlee, Jim Callaghan en Harold Wilson maakten één termijn-plus-een-beetje vol voordat ze gedesillusioneerd de macht weer overdroegen. Vandaag doorbreekt Blair officieel de trend dat Labour-regeringen korte intermezzi zijn in de heerschappij van de Tories, die zich een eeuw lang de ,,natuurlijke Britse regeringspartij'' konden noemen.

David Kelly

Toch knalt in Downing Street de champagne niet. De eerste reden heet David Kelly. Twee weken geleden ontving het Amerikaanse Congres de ,,trouwste bongenoot'' Blair met zeventien staande ovaties. Zijn oproep aan de regering-Bush om niet alleen ,,leiding te geven, maar ook te luisteren'' naar Europa viel ook goed aan het thuisfront, omdat hij zich niet langer gedroeg als ,,de poedel van Washington''. Maar Blairs hoop op een rustige zomer, met Irak ver achter een tropische horizon, werd onmiddellijk de bodem ingeslagen door de dood van Kelly, een voormalig VN-inspecteur in Irak die als expert op het gebied van chemische en biologische wapens werkte voor het ministerie van Defensie.

David Kelly (59) bleek de man die de BBC zou hebben verteld dat de regering de bewijzen tegen Saddam Hussein opzettelijk had aangedikt. Het onderzoek naar de gebeurtenissen die culmineerden in Kelly's dood is gisteren officieel begonnen. Het kan gemakkelijk leiden tot het aftreden van de minister van Defensie, Geoff Hoon, en leidt vrijwel zeker tot het vertrek van Alastair Campbell, Blairs omstreden chef-spin doctor en rechterhand. Zo blijven de oorlog, de miserabele vrede en de politieke gevolgen tot ver in het komende politieke seizoen voorpaginanieuws. Ook wanneer Lord Hutton, de rechter die het onderzoek leidt, Blair van blaam kan zuiveren, houden veel Britten het vermoeden dat ze onder valse voorwendselen die oorlog zijn binnengeleid.

Er zijn meer redenen om geen feest te vieren. Zes jaar na het aantreden van New Labour blijft het grootste project onvoltooid. De beloofde hervorming van de geatrofieerde verzorgingsstaat waarop Blair is gekozen – modernisering van de gezondheidszorg, het onderwijs, de veiligheid en het openbaar vervoer – lijkt te stagneren. Zeker, door de oorlog in Irak heeft hij een jaar verloren, maar dat is geen excuus, erkende hij deze week.

De wachtlijsten met hart- en kankerpatiënten zijn overtuigend geslonken, maar het doel dat geen enkele patiënt per 2005 langer dan een half jaar moet wachten op een operatie heet nu eufemistisch ,,een grote uitdaging''. Lagere en middelbare scholen presteren substantieel beter dan een paar jaar geleden en in sommige vakken zelfs beter dan Europese toppers als Zweden en Frankrijk. Maar de vooruitgang is ,,onevenwichtig'', zo erkent de regering, en ,,vlakt af''. Bovendien heeft ,,geldgebrek het vertrouwen in het openbaar onderwijs uitgehold''.

De kans op een inbraak daalt, maar de kans om vermoord te worden is gestegen. De spoorwegen zijn een financieel zwart gat. Het ongekende bedrag van 33 miljard pond (47 miljard euro) dat de regering drie jaar geleden uittrok om het aftandse, onveilige net te vernieuwen is nu al op. En de helft van de particuliere maatschappijen die op de opnieuw genationaliseerde rails rijden zou zonder de honderden miljoenen die ze jaarlijks aan subsidie krijgen morgen failliet zijn.

,,Over de hele linie is er aanzienlijke vooruitgang, maar die is nog niet onomkeerbaar'', zegt Michael Barber, chef van de Delivery Unit, een orgaan dat namens Blair toeziet op het `werk in uitvoering' in de publieke sector. Tijdens een persconferentie in de ontruimde eetzaal van Downing Street beaamde Blair het deze week deemoedig. ,,Het is wel eens makkelijk voor de mensen om te vergeten dat er echte vooruitgang is geboekt. Maar we moeten ook erkennen dat we nog een lange weg te gaan hebben en dat er talloze zaken zijn die we beter moeten doen. Ik ben de eerste om dat te accepteren.''

Hij heeft weinig keus. Na zes jaar Blair geloven de Britten dat de economie en de openbare sector bij de Conservatieven weer in even goede handen zijn. ,,Things can only get better'', beloofde Blair bij zijn aantreden. Eenvijfde van de Britten zegt dat dat inderdaad is uitgekomen, zowel voor het land als voor henzelf. Maar een derde gelooft ook dat ze persoonlijk slechter af zijn, en bijna de helft vindt dat dat voor het hele land geldt.

Die peilingen, vorige maand gepubliceerd door het opinie-instituut Mori, kunnen geruststellend worden uitgelegd als mid-term blues, de klassieke dip die elke Britse regering halverwege een termijn doormaakt. En dip is zelfs een te groot woord. Labour blijft nog steeds een paar punten boven de Conservatieven van de weinig indrukwekkende Iain Duncan Smith. Blairs voorgangers Thatcher en Major stonden er op hetzelfde moment in hun ambtstermijn aanmerkelijk ongunstiger voor. Blair mag blij zijn dat hij jarenlang zo'n ongebruikelijk grote voorsprong heeft gehad, hield The Economist hem vorige week voor. ,,Dat Labour nu terugzakt naar een marginale voorsprong, suggereert dat de verhoudingen in de politiek weer normaal worden.''

Maar volgens Bob Worcester, bestuursvoorzitter van Mori, is er meer aan de hand: steeds minder mensen ,,geloven de regering op haar woord'', zei hij bij de presentatie van de jongste cijfers, ,,en dat is slecht voor de democratie''. Dat oordeel is meer dan een vluchtige impressie. Eerder dit jaar vroeg Mori in opdracht van de universiteit van Norwich een grote groep burgers te beoordelen hoe de regering omging met controversiële, mogelijk bedreigende onderwerpen als klimaatverandering, genetisch gemodificeerd voedsel en atoomenergie. Verdraait de regering feiten? Handelt ze in het publieke belang? Luistert ze naar burgers? Houdt ze informatie achter? Bij alle kwesties en op elke test scoorde de regering-Blair een dikke onvoldoende.

Op die trend heeft Labour overigens geen octrooi – zie de sleaze-schandalen en de gekkekoeiencrisis uit de Tory-jaren – en het is zelfs geen exclusieve Britse trend, noch zuiver politiek. De groeiende vertrouwenscrisis tussen burger en overheid vreet veel westerse democratieën aan. Ambtenaren, artsen, de politie, de pers, justitie, de kerk, het parlement, grote bedrijven – het vertrouwen dat ze ooit genoten lijkt in meer landen in een vrije val.

Dilemma

Toch maakt deze vertrouwenscrisis duidelijk in welk speciaal prisoner's dilemma Blair zit. Het ideologische deel van zijn achterban ziet hem al langer als een Tory in Labourkleren. Ze zijn gedesillusioneerd over de Derde Weg, Blairs politieke model waarin de vrije markt moet samengaan met sociale rechtvaardigheid. Maar emancipatie en solidariteit komen er daarbij in hun ogen bekaaid af. Ze haten het kille laisser faire waarmee Blair multinationals toestaat onrendabele Britse filialen te sluiten. Ze zijn bang dat zijn nieuwe ziekenhuizen rijkere Britten beter behandelen. En dat de invoering van hogere collegegelden de universiteit weer een enclave van de elite maakt. De massale protesten tegen de oorlog in Irak waren deels een nieuwe uitlaatklep voor die frustratie. Ze is sindsdien alleen maar toegenomen. Soms lijkt het bijna alsof de verweesde idealisten nog liever opnieuw in de oppositie belanden dan dat Labour verder regeert met Blair aan de leiding.

Blair heeft gegokt over Irak en verloren. De steun van de Verenigde Naties, waarop hij had ingezet, kwam er niet. De massavernietigingswapens die zijn casus belli vormden zijn evenmin gevonden en dat wordt ook steeds minder waarschijnlijk. Niet iedereen legt dat uit als een nederlaag. ,,Veel mensen hebben Blairs motief om mee te doen onderschat'', zegt Mark Leonard, directeur van het Foreign Policy Centre, een aan Labour gelieerde denktank. ,,Hij deelt het Europese verlangen naar een op wetten en regels gebaseerde wereldorde. Maar die moet wel geschraagd worden door militaire macht en de enige beschikbare leverancier daarvan is Amerikaans.''

Dat is geen algemene opinie. Clare Short, uit protest over Irak afgetreden als minister van Ontwikkelingssamenwerking, zegt wat oud-Labour denkt. Blair mag met heilig vuur volhouden dat de oorlog gerechtvaardigd is en zijn geweten zuiver, zij noemde hem deze week een lafaard en de oorlog illegaal. Als hij had vastgehouden aan de noodzaak van een compleet VN-mandaat, inclusief de wederopbouw, zaten we nu niet ,,in het moeras van een dure en impopulaire bezetting'', aldus Short.

Bij Labour-stemmers-van-het-midden – of ze nu van links of van rechts komen – staken de stemmen over Irak. Maar in tegenstelling tot de nostalgisch-rode vleugel verwijten ze Blair juist dat zijn binnenlandse agenda niet ver genoeg gaat. Dat is niet van vandaag of gisteren. Polly Toynbee, veteraan-commentator van de centrumlinkse Guardian, smeekte tijdens de verkiezingscampagne van 2001 of de radicale Blair eindelijk wilde opstaan. Hij had het land ,,verlost van het spook van Thatcher''. Nu had hij zijn handen vrij om te doen wat hij al zolang beloofde, zei ze. Werkelijke modernisering bestaat uit het ernst maken met de euro, prioriteit geven aan een schoon milieu en zorgen dat arme Britten genoeg geld hebben om hun kinderen een goede opleiding te geven. En als daar een belastingverhoging voor nodig is, alla. Een week geleden herhaalde ze haar vraag.

,,Beloven doortastend te zijn, maar er niet naar handelen is een vreselijk gemiste kans'', schrijft ook Mary Ann Sieghart, columnist van de rechtsere Times, met een verwijzing naar de compromissen die Blair het afgelopen jaar onder druk heeft moeten sluiten over zorg en onderwijs. Zo heeft hij zich van zijn partij vervreemd, maar zonder resultaten te boeken. ,,Dit keer moet hij in eigen land dezelfde doortastendheid tonen waarmee hij de oorlog in Irak is ingegaan.''

Negatieve keuze

Blairs onzekerheid aan het thuisfront is aangeboren. Zijn overwinning van 1997 was voornamelijk een negatieve keuze van teleurgestelde Tories. Hij beloofde de economie stabiel te houden, de belasting laag en te besturen ,,vanuit het midden''. Dat was op zichzelf een succesformule, maar de opkomst was de laagste sinds 1935. De 43 procent van de stemmen waarmee Blair – dankzij het kiesdistrictenstelsel – won lag onder Attlee's aandeel en dat van Wilson, twee keer premier in de jaren '60 en '70. Het lag zelfs onder de percentages waarmee Labour in de jaren '50 verkiezingen verloor. Die dunne overwinning maakte Blair tot een fundamentalistische risicomijder.

Het maakt meteen duidelijk waarom hij zo'n enorm belang toekent aan spin, het omstreden nieuwsmanagement dat ook een hoofdrol speelt in de huidige vertrouwenscrisis. Spin is het gemaksvoedsel dat Blairs voorlichters dag in, dag uit voor de publieke opinie koken. Zorg dat je voor elk plan en elke aanval van de tegenpartij onmiddellijk je reactie klaar hebt! Dan haalt die de kranten het eerst. Bedenk exact wat je aan welke journalist laat `lekken'. Plan nieuwe initiatieven net op tijd voor het tv-journaal en net te laat voor de tegenpartij om een reactie te geven. Spreek de waarheid, maar niet noodzakelijk de hele waarheid! Tegen die `zwarte kunsten', onder leiding van Peter Mandelson grotendeels gekopieerd van Bill Clintons verkiezingsmachine, waren de Tories niet opgewassen. Ondanks zijn kolossale meerderheid in het parlement durfde de onzekere Blair in de regering geen afstand te doen van dat machtige spin-wapen uit de oppositie. Dat keerde zich snel tegen hem. Bijvoorbeeld toen uitkwam dat hij steeds dezelfde gunstige cijfers in een nieuwe verpakking nog eens presenteerde als het tij even tegenzat. Het keerpunt kwam tijdens de terreuraanslagen van 11 september 2001. Op die dag stuurde Jo Moore, een spin doctor in Labour-dienst op het door de spoorwegcrisis geplaagde ministerie van Transport, een e-mail rond. Ze schreef dat het ,,vandaag een uitstekende dag is om al het [onwelkome] nieuws naar buiten te brengen dat we willen begraven''. Het kostte haar haar baan en die van haar chef, minister Stephen Byers. Het leidde ook tot permanente schade aan de geloofwaardigheid van de complete overheidsvoorlichting. Toen de BBC op gezag van een anonieme bron vorige maand meldde dat Alastair Campbell de dreiging van Irak in officiële dossiers had aangedikt om de publieke opinie te masseren, bevestigde dat vooral bestaande vooroordelen.

Spin, althans in de agressieve vorm die zijn voorlichters tot nu toe hebben gebezigd, is failliet, beseft Blair nu. Daarom beloofde hij het einde van de spincultuur, overigens niet voor het eerst. Of het nog baat is de vraag. Want het cynische publiek kan ook dát weer uitleggen als een nieuwe, subtielere variant van spin.

Kan Blair de `nieuwe start' die hij nodig heeft nog maken? Hugo Young, de historicus die een standaardwerk schreef over de Britse verhouding met het Europese vasteland, denkt dat Blair zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt. Zijn hoop dat hij de stap naar de euro binnenkort aandurft, is al vervlogen. Over de rest van Blairs ambitie is hij net zo somber. ,,Blair heeft zijn unieke bijdrage aan de politieke vernieuwing gegeven'', gelooft hij. ,,Maar hij geeft toe niet te weten hoe een energiek programma voor een derde termijn eruit moet zien, behalve meer van hetzelfde. Zijn frisse, opwindende leiderschap van zes jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor zelfbevredigende overmoed'', aldus Young. Tijd kortom, dat iemand anders de beurt krijgt.

Partij en parlement beginnen zich ook het ondenkbare af te vragen: hoe ziet life after Tony eruit? Zover is het nog niet. Gordon Brown, minister van Financiën en Blairs rivaal, loopt zich al tien jaar warm, maar moet nog even geduld hebben. Blair zei deze week dat zijn ,,eetlust'' voor een derde termijn onverminderd is. Als die er komt, is hij wel eenzamer dan ooit. Zijn trouwste paladijnen op de Derde Weg hebben hem verlaten. Peter Mandelson is al langer weg. Campbell keert na de vakantie waarschijnlijk niet terug. Alan Millburn, de minister van Volksgezondheid en ooit een potentiële opvolger, is opgestapt om meer tijd aan zijn gezin te besteden. Robin Cook is met gewetensbezwaren over Irak verdwenen. Hoon, de minister van Defensie, wankelt. Waar al die frisse ideeën vandaan moeten komen lijkt inderdaad de vraag.

Messias

Met zijn bijna beangstigende geloof in eigen gelijk maakt Blair soms zelf al een onthechte indruk. Dat wordt versterkt door de frequentie waarmee hij zegt te hopen dat `de geschiedenis' zijn premierschap wel degelijk op waarde zal weten te schatten.

Dat kan hij vergeten, zei Linda Colley, een Amerikaanse historica die een tijdlang getapt was in New Labour-kringen deze week. Er is immers geen `hemels gerecht', maar alleen een samenraapsel van historici. Die houden volgens haar vooral van vragen. Zoals: hoe kan iemand met zo'n grote meerderheid zich zo in de nesten werken? Wat ging er mis? Ze gaf er het begin van een antwoord bij. Het Verenigd Koninkrijk, zei ze, ,,is hard op weg om een republiek te worden, die niet is voorbereid op het presidentschap''.

Blair is zonder een geschreven grondwet veel machtiger dan een traditionele premier, de primus inter pares van de ministerraad, maar zonder dat het land de checks and balances heeft die een Amerikaanse president in balans moeten houden. ,,Zo kan Blair het parlement en de publieke opinie grotendeels passeren door een controversiële oorlog te beginnen. Maar anders dan de Amerikanen hebben we niet de middelen om hem ter verantwoording te roepen'', aldus Colley.

Het betekent volgens haar ook dat hij lijdt aan een ongekende overstretch, zoals zijn grijze haren en zijn ingevallen gezicht laten zien. ,,Met een echte vice-president en de massa experts waarop een [Amerikaanse] president een beroep kan doen zou Blair misschien beter in staat zijn thuis de treinen op tijd te laten rijden en minder de neiging hebben om in het buitenland messianistisch op avontuur te gaan.''

Blair beloofde deze week zijn vakantie in Barbados te gebruiken om ernstig na te denken over wat er beter kan. Als de economie tegenzit, en dat lijkt na een decennium on-Britse voorspoed niet ondenkbaar, worden zijn opties wel steeds minder. Clem Attlee ontmantelde het Empire en legde de grondslag voor de centralistische naoorlogse verzorgingsstaat. Thatcher privatiseerde de grote staatsbedrijven, temde de vakbonden en probeerde de burgers wijs te maken dat het beter is om voor jezelf op te komen dan voor het collectief. Blair heeft een historische kans om beide politieke gietvormen te breken. Voorwaarde is het terugwinnen van het publieke vertrouwen. Lukt hem dat niet, zo schreef The Independent, Blairs trouwste vijand, dan gaat hij niet de geschiedenis in als de man van de euro of de man die de openbare sector definitief hervormde. Dan zal men zich hem alleen herinneren wegens de dood van een regeringsgeleerde.