Willem M. wás de NAVO

NAVO-medewerker Willem M. is hoofdverdachte in een van de grootste witwasoperaties die de Nederlandse politie ooit op het spoor kwam. Hoe werkte die operatie? En welke rol had Willem? Over zijn gesprekken met Roemeense ministers, de connecties met de drugsmaffia, een nooit uitgezonden interview, en zijn mildheid over de voormalige Securitate: het spionnenleven van een Nederlandse majoor. `Ik vervals de hele handel.'

Op interesse voor geld hebben kennissen en collega's bij de NAVO hem nooit betrapt. Majoor Willem M. (50), vertellen ze, draagt meestal oude, stoffige pakken met daaronder witte sportsokken. Alles aan hem is sober, bijna sjofel. Een bleek gelaat, ringbaardje, voorkeur voor koffie en zware shag. Eten doet hij, broodmager als hij is, zelden. Hij rijdt een slecht onderhouden Saab, dan wel de mini-Japanner van zijn vrouw.

,,In Roemenië dacht men dat iemand die zo slecht gekleed gaat wel een echte carrière-ambtenaar van de NAVO moet zijn'', zegt Larry L. Watts. Hij leert M. in 2002 kennen, omdat Watts werkt voor de nationale veiligheidsadviseur van president Ion Iliescu. ,,Als Willem in mooie pakken had rondgelopen, hadden de mensen meer argwaan gehad.''

Watts is Amerikaan met een Roemeens paspoort, woont al jaren in Boekarest en geldt als een groot kenner van de Roemeense inlichtingendiensten. Willem weet hem moeiteloos om de vinger te winden. ,,Hij presenteerde zich als hoge NAVO-functionaris'', vertelt Watts. ,,Daarom waren mensen onder de indruk van hem. Hij wás de NAVO. Niemand in Roemenië zou hem ooit naar zijn curriculum vitae vragen. Hij wist veel van het land, van wat er speelde rondom de toetreding tot de NAVO. Hij kwam precies goed binnen.''

Nochtans heeft Willem M. een dubbele agenda in Roemenië. Hij werkt voor de adviseur inzake Oost-Europa van NAVO-chef Lord Robertson. In die rol belegt hij conferenties over de hervorming van inlichtingendiensten in de landen van het voormalige Warschaupact. Meestal zit M. die bijeenkomsten zelf voor. Voorjaar 2002 is er zo'n conferentie in het Roemeense vakantieoord Sinaia, later dat jaar komen ze samen in Snagov, bij Boekarest.

In Roemenië wordt aan deze conferenties groot gewicht toegekend. De rol van de geheime diensten is er een gevoelig onderwerp. Ook na de revolutie van 1989 zijn er aanwijzingen dat medewerkers van de beruchte Securitate politieke en economische macht hebben. Zo heeft ex-president Emil Constantinescu (1996-2000) zijn mislukkingen toegeschreven aan sabotage door ,,ondergrondse structuren'' die zouden zijn verbonden aan de Securitate. En in 1997 heeft de NAVO – tot diepe teleurstelling van de regering – Roemenië als kandidaat-lid afgewezen, mede door twijfel over de voldragenheid van de Roemeense democratie. Op de conferenties die NAVO-employé M. organiseert is de democratische inbedding van veiligheidsdiensten dan ook een hoofdthema.

Maar Willem M. heeft op zijn Roemeense reizen ook andere besognes. Volgens verklaringen van verschillende Roemeense getuigen, opgenomen in het strafdossier, laat hij hoogwaardigheidsbekleders in de loop van 2002 weten dat hij privé miljarden dollars in Roemenië wil investeren. In de banken, in het toerisme, in de bouw van bruggen en jachthavens, zo vertelt hij minister van Vervoer, Miron Mitrea, en het hoofd van het nationale privatiseringsprogramma, Ovidiu Musetescu.

Ook een van M.'s beoogde zakenpartners in Roemenië, de steenrijke eigenaar van dertig bedrijven Ovidiu Tender, raakt onder de indruk van M.'s plannen, verklaart hij later tegen de Nederlandse justitie. In hun eerste onderhoud zet Willem uiteen dat hij ,,een leidende rol'' voor Roemenië op de Balkan voorziet, vandaar dat M. ,,als zakenman'' zo diep in de buidel wil tasten. M. wordt in dit gesprek, aldus Tender, vergezeld door twee generaals van Roemeense geheime diensten, alsmede door het ex-hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst. Met de NAVO hebben zijn investeringen niets te maken, vertelt M. – voor ,,belangenverstrengeling'' hoeft niemand niet te vrezen. Tender heeft het volste vertrouwen.

Hierna valt het hem wel op dat M. toezeggingen soms niet nakomt. Zo wordt een voorgenomen deal, waarbij M. voor honderd miljoen dollar 45 procent van Tenders bedrijvengroep koopt, door M. steeds uitgesteld. Ook is Tender erbij als M. in de zomer van 2002 probeert een waardepapier van honderden miljoenen dollars in Boekarest te verzilveren; de Roemeense BCR-bank blijkt het document niet te accepteren. Maar als Willem M. later in aanwezigheid van Tender premier Adrian Nastase ontmoet, en vertelt dat hij ,,3 miljard dollar'' in de Roemeense economie wil pompen, krijgt ook Tender ,,weer vertrouwen in M''.

Goede werken

En Willem is niet alleen uit op zakelijk gewin. Hij heeft ook goede werken in de zin, signaleert Liviu Muresan. Muresan, in de jaren '90 de voornaamste veiligheidsadviseur van de regering, heeft de dagelijkse leiding over een stichting (Eurisc) die onderzoek doet naar veiligheidsrisico's zoals terrorisme, georganiseerde misdaad en corruptie. ,,In december 2002 en januari 2003 kwam ik hem een paar keer tegen in Roemenië'', vertelt Muresan. ,,Hij wilde samenwerken.''

Willem vertelt Muresan dat ook hij een stichting heeft opgericht, in Brussel, die vergelijkbaar onderzoek van plan is. ,,Hij deed altijd erg geheimzinnig'', vertelt Muresan. ,,Hij zei dat hij in het verleden inlichtingenwerk had gedaan. Hij was NAVO-functionaris, dus ik stelde niet zoveel vragen.'' Muresan gaat werkelijk in de samenwerking geloven, als Willem hem aangeeft dat hij voor zijn stichting een kantoor in Brussel heeft gekocht, personeel aan het werven is, en de computers al worden geïnstalleerd. ,,Hij zei dat hij over fondsen zou kunnen beschikken waarmee wij onderzoek konden doen.''

Zo laat Willem M. menig lid van het Roemeense establishment verbluft achter. Ook Otilia Ciocîrlan, een tolk van de Roemeense binnenlandse veiligheidsdienst die voorjaar 2002 door de Roemeense regering aan M. is toegewezen wanneer Willem de conferentie in Sinaia leidt, wordt door de majoor overtuigd van zijn grootse plannen. Ze woont de meeste van Willems zakelijke besprekingen bij en leert hem kennen als ,,aardig, intelligent en serieus''. Zijn baan bij de NAVO versterkt haar vertrouwen. ,,Ik wist niet beter dan dat hij met een heel goed project bezig was en grote investeringen in Roemenië wilde doen. Zijn plannen leken goed voor Roemenië, en goed voor mij.'' Begin dit jaar zegt ze haar baan bij de inlichtingendienst op om fulltime voor M. te gaan werken.

Net als Muresan en Watts verneemt ze, een paar weken na hun laatste ontmoeting, dat Willem begin februari plotseling is aangehouden in zijn woonplaats Wemmel,bij Brussel. Zijn kamer op het NAVO-hoofdkwartier is ook doorzocht. In eerste instantie is er ongeloof. Maar als het NOS Journaal begin maart de primeur heeft dat Willems arrestatie verband houdt met zijn werk in Roemenië, is Ciocîrlan – baan kwijt, alle prachtige plannen naar de maan – totáál verbijsterd. ,,Ik wil het eigenlijk zo snel mogelijk vergeten.'' De verdenkingen tegen Willem M., zo maakt justitie eind februari bekend, zijn dat hij miljoenen dollars, afkomstig uit criminele bron, wilde witwassen via investeringen in Roemenië. M. ontkent. Hij was bezig met een vorm van geldhandel, zegt hij. Volgende week dinsdag beslist de rechter over de verlenging van zijn voorarrest. De inhoudelijke behandeling is eind september gepland.

Intussen zijn de betrokken Roemenen nog niet bijgekomen van de schok. Larry L. Watts: ,,Hij heeft veel schade toegebracht aan het vertrouwen van Roemenië in de NAVO en in de westerse maatschappij. Het meest ongelooflijke is dat hij blijkbaar nooit goed gescreend is. Dat is in een land als Roemenië des te moeilijker te begrijpen, omdat hier bij iedereen nog steeds de vraag wordt gesteld of hij niet toevallig heeft gewerkt voor de Securitate.''

Willem M., geboren in 1953 in Arnhem, maakt na zijn schooltijd een bescheiden carrière bij de landmacht. Als beroepsofficier komt hij eind jaren '70 terecht bij de School Militaire Inlichtingendienst (SMID), destijds gevestigd in Harderwijk. Zelf woont hij met zijn gezin in Dronten. Op de SMID leren beroepsofficieren en dienstplichtigen in een klein jaar de Russische taal, bestuderen ze de Russische gewoonten en omgangsvormen en krijgen ze onderricht in ondervragingstactieken. Tijdens de Koude Oorlog is er bij Defensie grote behoefte aan Ruslandspecialisten die in een eventuele oorlog Russische krijgs- gevangenen kunnen ondervragen.

Collega's uit die tijd herinneren zich een ,,rustige, wat afstandelijke man, die weinig mensen toeliet in zijn privéleven''. Na zijn periode in Harderwijk vertrekt hij naar de Van Haeften-kazerne in Apeldoorn.

Hij is daar niet altijd. Toenmalige collega's herinneren zich dat hij er een handeltje bij doet, iets met vakantiehuisjes.

Ook in Apeldoorn heeft Willem als tolk-ondervrager een inlichtingenfunctie. Hij wil zich verder specialiseren als Ruslanddeskundige. Op het Oost-Europa Instituut van de Universiteit van Amsterdam gaat hij enkele jaren slavistiek en Ruslandkunde studeren – naast zijn werk bij de landmacht. Als mensen hem zoeken, vertelt hij op het instituut, moeten ze naar de MID bellen en vragen naar `ritmeester M.'. Hij wordt kenner van het sovjetleger en geeft er in de jaren '80 regelmatig college over. Tot zijn aanhouding blijft hij als gastdocent aan het instituut verbonden; hij behandelt de veranderende verhoudingen tussen Rusland en het westen.

Behalve in Rusland – na de Koude Oorlog voor de krijgsmacht van afnemend belang – specialiseert Willem M. zich in de Balkan. In de jaren '90 vertrekt hij naar Bosnië, als `persoonlijk assistent' van de chief military observer daar. Een baan die officieel niet bekend is, maar die, alweer, ,,alles weg heeft van inlichtingenwerk: de bewegingen van het vijandig leger volgen'', zegt ex-diplomaat P. van Nispen, die zelf een inlichtingencursus bij de NAVO doorliep. De oorlog op de Balkan maakt in ieder geval diepe indruk op Willem: aan de muur van zijn kantoor in het hoofdkwartier van de NAVO hangt een kapotgeschoten nummerbord van een voertuig van het Joegoslavische leger.

Chief Analyst, NATO HQ

M.'s carrière neemt een vlucht met zijn overstap naar het NAVO-hoofdkwartier in 1999. Hij wordt door Defensie gedetacheerd als assistent van de Britse Oost-Europa-specialist Christopher Donnelly, ook Ruslandkenner en van huis uit eveneens inlichtingenman. M. vlast al jaren op deze baan: bekend is dat hij bij Donnelly's voorganger, de Nederlandse inlichtingenman Fred Feldbrugge, eind jaren '80 al een balletje heeft opgegooid.

In zijn nieuwe functie heeft M. geld tot zijn beschikking. Jaarlijks mag hij enige tientallen miljoenen euro's uitgeven aan Oost-Europese hulpprojecten om de krijgsmacht te moderniseren dan wel inlichtingendiensten te hervormen. Van Nispen voert er als consultant geregeld besprekingen over met M. ,,Een weloverwogen man, kenner van de situatie'', zegt Van Nispen. ,,Hooguit kun je zeggen dat hij zich soms te groot maakte: alsof hij Donnelly zelf was.''

In dit metier geldt Donnelly als een grootheid. Onder hem draagt M. bij aan wekelijkse rapporten over de politieke en militaire ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa voor secretaris-generaal Robertson. Ook wordt M. ingezet om de landen in Midden- en Oost-Europa voor te bereiden op hun toekomstige NAVO-lidmaatschap. In dat kader rapporteert Willem M. ook – belangrijk detail – of in Roemenië de inlichtingendiensten onder voldoende democratische controle zijn geplaatst.

Hoewel de NAVO M.'s rol in de organisatie de laatste maanden zo gering mogelijk voorstelt (een mannetje dat seminars organiseert, geen beleidsmedewerker, ,,a rather junior employee'') mag Willem het bondgenootschap tot zijn arrestatie op talrijke internationale veiligheidsconferenties vertegenwoordigen. Veelal wordt hij aangekondigd als `Chief Analyst, NATO HQ' (headquarters, red.) of `Special Assistant, Secretary-General NATO'. Aanwezigen op deze bijeenkomsten slaan M.'s kennis hoog aan, al is hij ,,geen oratorisch talent'', zegt voorzitter Jan Hoekema van de Atlantische Commissie. Het conferentiecircuit vult Willems agenda zozeer dat hij voor zijn hobby, zeilen, steeds minder tijd heeft. ,,Er waren perioden dat hij elke week een reis maakte, meestal naar Midden- of Oost-Europa'', zegt een oud-collega bij de NAVO.

Zo confereert hij juni 2000 aan de universiteit van Birmingham over de veranderende verhoudingen tussen de NAVO en Rusland. In Moskou spreekt hij in maart 2001 over internationale conflictbeheersing, een maand later in Den Haag over strategisch beleid inzake de Russische Federatie. Weer twee maanden later is hij te gast bij de Moscow School of Political Studies, waar hij als `expert' de rol van het leger in de moderne maatschappij behandelt.

Vervolg op pagina 22

Willem M. wás de NAVO

Vervolg op pagina 21

Na 11 september 2001 schrijft hij voor de NAVO-kroniek het artikel Naar een nieuw strategisch partnerschap, over de actuele relatie van Rusland met de NAVO. Hij congresseert in Genève, in Bratislava, in Belgrado, in Boekarest – meestal over de uitbreiding van de NAVO en zijn specialisme daarin: de hervorming van de krijgsmacht en die van de inlichtingendiensten in Oost-Europa. Dat hij in 2002 veel van zijn tijd in Roemenië doorbrengt, en eerdergenoemde conferenties in Sinaia en Snagov organiseert, is tegen deze achtergrond logisch: dit jaar moet immers besloten worden of Roemenië alsnog tot de NAVO mag toetreden.

Verdacht pakketje

Het witwasonderzoek waarin de fiscale politie (FIOD-ECD) vorig najaar Willem M. tegenkomt, is routineus begonnen: op 10 oktober wordt op Schiphol een verdacht pakje opengemaakt. Er zit een kasstortingsbewijs in, een zogenoemd Certificate of Deposit (CD). Volgens dit papier – dat later vals blijkt te zijn – heeft de Roemeense zakenman Ovidiu Tender eerder dat jaar 200 miljoen dollar gestort op een rekening bij een grote Spaanse bank in Colombia. Dit waardepapier is nu onderweg naar de Italiaan Pietro F. (64) in Uithoorn. Een bekende van de politie: in 1995 is Pietro F. in Duitsland veroordeeld voor cocaïnehandel. Nu loopt in Haarlem een nieuw onderzoek tegen hem, wegens een zelfde verdenking.

Bij het afluisteren van F.'s telefoon blijkt dat de Italiaan veel over het waardepapier belt met de onroerendgoedhandelaar Van V. (50). Deze Van V. is de schakel naar Willem M.: hij en Willem bespreken de gang van zaken met het waardepapier door de telefoon – later blijkt dat Van V. al jaren een hechte vriend van Willem M. is.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat Willem en Van V. de witwasoperatie leiden. Willem is ,,het brein van de organisatie'', vermeldt het strafdossier, terwijl Van V. ,,de contacten'' met het voetvolk onderhoudt: naast de twee hoofdverdachten heeft justitie elf mensen gevonden die voornamelijk kleinere klusjes voor de operatie opknapten.

Alle belangrijke besprekingen voeren M. en Van V. samen. Zo zijn er al in mei, onder andere in het Van der Valk-restaurant Princeville in Breda, gesprekken met Pietro F. over het laten doorkomen van het Certificate of Deposit uit Colombia. Aan het eind van het jaar, 30 december, ziet de politie dat Willem en Van V. ook een andere bekende uit het drugscircuit ontmoeten: de Marokkaan Mohamed K. Hij is nooit veroordeeld, maar volgens zachte informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van de politie ,,zeer vermogend geworden door de handel in hasj''. Op verzoek van Marokko staat hij gesignaleerd bij Interpol; in zijn vaderland lopen vier onderzoeken tegen hem. Tijdens het gesprek met de Marokkaan, in het Airport Hotel in Rotterdam, horen agenten het woord ,,drugsgelden'' over de tong gaan.

Diezelfde dag, 's avonds, komt Van V. via een telefoontje te weten, aldus het strafdossier, hoe vermogend K. is: ,,Kijk, die andere, die snor (Mohamed K., red), die is goed voor 300 [miljoen dollar]''. Hierna blijkt dezelfde K. druk in de weer enkele honderden miljoenen dollars via Spanje in het bancaire verkeer te brengen. Zodra voor de politie vaststaat dat de voorbereidingen rond zijn – het is inmiddels 3 februari – worden Willem M., Van V., Pietro F. en Mohamed K. aangehouden. Overigens een betwistbare actie – de witwasoperatie moet nog beginnen.

Volgens de reconstructie van justitie was het vervalste waardepapier (CD) uit Colombia bedoeld om het criminele geld van K. een legaal alibi te verschaffen. Mede daarom deden Willem en de zijnen er alles aan, redeneert justitie, om te doen alsof de valse CD echt was: zo stonden ze later sterker als er twijfel zou rijzen over de herkomst van het criminele geld. Belangrijk bewijs hiervoor is een afgeluisterd telefoongesprek tussen Willem M. en Van V. op 19 december, aldus het dossier. Daaruit blijkt dat de twee mannen weten dat de CD uit Colombia is vervalst. Ze besluiten de operatie toch voort te zetten.

Van V.: ,,Ze hebben alles voor mekaar. De fondsen, zegt-ie, die zekerheid die hebben wij geregeld – maar geen Haarlemmerdijkjes, geen gelul, de helft voor ons, de helft voor jullie.''

Willem: ,,Nou, daar heb ik geen moeite mee.''

Daarna bespreken ze het gebruik van de CD.

Willem: ,,Ja, maar we hebben geen echte.''

Van V.: ,,Nee, maar die 200 [miljoen dollar] is er wel.''

Willem: ,,Ja.''

Justitie vindt tijdens het afluisteren het bewijs dat de NAVO-medewerker zonodig zelf documenten – bedoeld om de CD te gelde te maken – vervalst.

Van V.: ,,Maar als je nu alles klaar hebt (...) en het mot overnieuw of het moet anders, wat dan?''

Willem: ,,Dan maak ik het weer anders. Computer is geduldig.''

Van V.: ,,Dan teken je het zelf, of?''

Willem: ,,Ja (...) ik vervals de hele handel. (...) sterker nog, ik zet er zelf een notarieel stempel onder.''

Tegen justitie verklaart Willem dat hij nooit heeft geweten dat Pietro F. en Mohamed K. zware criminele antecedenten hebben. Voor zover hem bekend gaat het om normale zakenlui, met wie hij bewust ,,gereserveerd'' omging omdat hij ze nauwelijks kende, maar die interessant waren om te betrekken in zijn grote privé-handel: money trading. Daarbij worden bedrijven met kortlopende liquiditeitstekorten geholpen met geld uit de markt. De fee die daarmee wordt verdiend, kan fraai oplopen. De vervalsingen zou M. hebben uitgevoerd, omdat hij na elke kleine vertraging alle paperassen niet opnieuw wil opvragen.

Verstrengelde belangen

Duidelijk is dat justitie weinig geloof aan deze lezingen hecht. Ook M.'s medeverdachten vinden het een wonderlijke voorstelling van zaken. Zo vertelt adviseur Theo R. – die M. vorig najaar helpt aan een contact in de financiële wereld – van een ontmoeting met Willem in Antwerpen. Daar, bij het bedrijf BIC,dat een lijn met de geldmarkt kan leggen, bespraken ze destijds hoe de CD uit Colombia te gelde kan worden gemaakt. ,,M. heeft toen geen woord gezegd over zijn zogenaamde plannen met money trading'', vertelt R. ,,Hij had het alleen over grote investeringen in Roemenië. En M. mág helemaal niet traden. Dat mag zelfs BIC niet, dat kunnen alleen banken. Dus dat verhaal van M. houdt geen stand.'' Deze lezing wordt bevestigd door ondernemers die betrokken zijn, vorig jaar november, bij de aankoop door M. van een lege BV. M. wil deze onderneming, Tranwood, als moedermaatschappij gaan gebruiken, vertelt hij de ondernemers, voor zijn Roemeense investeringen. Over money trading opnieuw geen woord.

Er komt nog bij, vertelt een andere verdachte, adviseur Rob V., dat M. bij zijn medeverdachten voortdurend de indruk wekte dat hij als NAVO-man aan het werk was. ,,M.'s partner Van V., met wie ik de meeste contacten had, zei keer op keer dat Willem bij de NAVO zat. Er is nooit tegen mij gezegd: let op, dit staat los van de NAVO. Integendeel, de suggestie was voortdurend dat het er álles mee te maken had.''

M. zelf, die zijn plannen met money trading tegen justitie uitvoerig toelicht, blijft op één punt uiterst vaag. Ook nadat hij heeft toegegeven dat hij documenten heeft vervalst, wil hij niet zeggen wie uiteindelijk profijt heeft van zijn operaties. ,,In eerste instantie zou het bij mij komen'', zegt hij. ,,Dan zou het overgaan op andere mensen. Die wil ik er niet bij betrekken.''

Wanneer Willem al geruime tijd door de politie wordt geobserveerd en getapt, beleeft Roemenië op 21 november vorig jaar een dag van grote vreugde: het land wordt alsnog toegelaten als kandidaat-lid van de NAVO. Willem heeft een maand eerder in de Roemeense pers laten weten dat hij, na zijn uitvoerige contacten met de inlichtingengemeenschap van het land in 2002, positief gestemd is over de geheime diensten. Hij rapporteert dit ook aan het NAVO-hoofdkwartier, bevestigen betrokkenen, al zegt een NAVO-functionaris dat M.'s opvattingen in dezen ,,geen grote invloed'' hebben.

Nochtans staat nu wel vast dat M. zijn NAVO-werk heeft verstrengeld met zijn zakelijke belangen: de firma Tender treedt eind september vorig jaar op als sponsor van de conferentie die Willem in Snagov belegt over de Oost-Europese geheime diensten, zo maakte Willem destijds zelf in Roemenië bekend. Op dat moment is alleen nog niet openbaar dat hij persoonlijk 45 procent van de aandelen van Tender SA wil kopen, voor 100 miljoen dollar.

Ook is de vraag gerechtvaardigd of de verstrengelde belangen zijn oordeel niet hebben vertroebeld: was hij niet te rooskleurig over de rol van de geheime diensten in het Roemeense politiek-bureaucratisch complex?

Feit is dat hij hierover positiever oordeelt dan belangrijke Roemenen zelf, zo blijkt uit een dubbelinterview dat M. en generaal Ioan Talpes in januari in Brussel op het NAVO-hoofdkwartier geven. Talpes is enerzijds de man aan wie M. mede zijn geloofwaardigheid dankt als kandidaat-investeerder in Roemenië: hij introduceert Willem bij Tender. Maar Talpes is ook de centrale figuur in de Roemeense spionnengemeenschap: hij is ex-hoofd van de geheime dienst (1993-1997) en tegenwoordig als kabinetschef van de president secretaris van het overleg van de verzamelde geheime diensten.

Talpes en Willem geven het interview aan Prima TV, de uitzending is gepland op 23 februari. Maar door de aanhouding van M. eerder die maand gaat die niet door. De oppositiekrant Romania Libera publiceert de tekst van het vraaggesprek in maart alsnog.

,,Ik heb in het kader van de geheime diensten veel goede wijzigingen vernomen'', vertelt M. in het vraaggesprek. ,,Ik heb een volledig vertrouwen dat de heer Talpes dit traject zal blijven volgen. Daarom heb ik over deze sector geen enkele vrees of zorg.''

Opvallend is dat Talpes zelf gereserveerder is. ,,Ik moet toegeven dat ik meer twijfels heb dan hij'', zegt Talpes. Hij benadrukt dat er geen sprake meer is van institutionele strijd: de Securitate probeert niet langer het politieke establishment te ondermijnen. Maar dat neemt niet weg, zegt Talpes, dat er nog altijd ,,een zeer omvangrijk'' probleem is. ,,Als wij het over de mensen hebben die van de voormalige Securitate afkomstig zijn, dan kan dit nog altijd leiden tot ernstige discussies. Omdat vele leden van de voormalige Securitate intussen politieke figuren zijn geworden. En omdat sommige andere inmiddels bekend zijn als grote zakenmensen of belangrijke personen in de financiële sector.''