Wielerhistorie

De fervente tv-kijkers bij wie het beeld van de Tour in een zonovergoten landschap nog op het netvlies staat zullen het niet geloven, maar er wordt niet alleen in mooi weer gefietst. Daar weten ze in het zonnige Italië alles van. Neem de Giro van 1988. Op 5 juni voert de rit over de Passo di Gavia. De rondeleiding waarschuwt voor een barre tocht. Het wordt een helletocht. Johan van de Velde, Nederlander in Italiaanse dienst, klimt in sneeuwstormen over wegen vol modder en ijs. Hij komt als eerste boven en stapt dan af om in een auto langs de weg op temperatuur te komen. Landgenoot Erik Breukink en de Amerikaan Andy Hampsten hebben hem kunnen zien zitten toen zij kort daarna passeerden. Het peloton, ver weg, worstelt zich dan nog omhoog. Breukink wint na twintig kilometer afdaling de etappe. Van de Velde komt drie kwartier na hem aan. Breukink is de held. Hij wordt tweede in het eindklassement. Een jaar later: Breukink rijdt als hij aan de 14de etappe begint al drie dagen in de roze leiderstrui en lijkt op weg naar de eindzege. Het sneeuwt en ijzelt opnieuw in de Dolemieten. Breukink voelt zich beresterk en controleert de kopgroep tot aan een laatste klimmetje op zo'n kwartiertje rijden van de finish. Dan gaat het licht uit: `hongerklop', tijdens de rit vergeten te eten. Bijna zes minuten na de winnaar komt hij zwabberend over de streep. Verkleumd en afgeschreven als held.

Dit is de vijfde foto in een serie van wielerfotograaf Cor Vos. Deze exposeert tot en met 31 augustus in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam.