Westenschouwen - Renesse

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Schouwen-Duiveland.

Staatsbosbeheer houdt zich, blijkens een informatiebord, bezig met de `plas-dras-situatie' alhier, ik hoor de zee achter de duinen en man ziet een rode bosmier oversteken, meldt hij. Zo vermaken we ons allemaal. Allemaal? Die opgeschoten jongen voor ons duidelijk niet. Bokkend, in een grijze broek die hij denkelijk niet zelf heeft uitgezocht, bewandelt hij met zijn ouders de `witte route', zo heeft zijn vader besloten. De langste! Zeven kilometer! En nu moet zijn kleine zusje ook nog plassen, en dat doet ze in een houdgreep van vader, net terwijl er mensen passeren. Gênant!

In dit gedeelte van Boswachterij Westenschouwen is het druk, met veel volk en witte zakdoekpropjes in de bosjes. Iets verder van dorp en strand verwijderd valt het stil. Lage abelen ruiselen met hun gepoederde blaadjes; tussen de dennen, geschikte klimbomen met hun kant en klare sporten, houdt het gepluimde gras de warmte vast van de steekzon tussen wolken met een donkergrijze stormbies.

De kamperfoelie bloeit, varens vullen de leemtes en de bramen doen of ze lianen zijn. Er lopen nauwelijks mensen, wel zijn er mieren in overvloed. Veel mieren, rode en zwarte, in drommen exercerend over de zandpaden en langs de stammen van de bomen. Ze werken aan hun mierenhopen, de ene is nog indrukwekkender dan de andere, sommige hebben zelfs dependances. De mieren steken gemeen, maar dat vergeef ik ze. Zij waren hier eerst.

We verlaten het bos voor de Zeepeduinen, een spectaculair duingebied met ondiepe valleitjes en witte toppen en in de verte de kerktoren van Burgh om op ons te passen. Man verjaagt een vlinder uit zijn haar en de routebeschrijving jaagt ons de Zeepeduinen uit, een benepen pad op. Het is aan beide zijden afgezet met struikgewas, gaas en prikkeldraad, alles opdat de campinggasten maar geen glimp van de wandelaars te zien krijgen. Het lokt uit tot gluren: geen naturisten, wel een terras met iele, treurige palmboompjes.

Een steile duinovergang brengt ons naar het strand bij eb is dat hier zo'n 500 meter breed. Die trillende ruimte, de zee met het silhouet van een zeevisser op een zandbank en het verende natte zand wuiven de vermoeidheid weg. Ze verzoenen bij voorbaat met de hel van Renesse-centrum die moet worden betreden vanwege de bus.

15 km. Kaarten 28, 29, 30 uit: E. Dijkstra & H. Verhoeff: Deltapad. Uitg. Stichting Lange-Afstand-Wandelpaden, Amersfoort (tweede druk). Begin- en eindpunt zijn verbonden via bus 133, inl. over bustijden tel. 0900-9292.