VERLIES NA EUTHANASIE IS DRAAGLIJKER DAN NA EEN NATUURLIJKE DOOD

In Nederland sterven jaarlijks ongeveer 3200 mensen na euthanasie. Tachtig procent daarvan zijn terminale kankerpatiënten. Voor de in rouw gedompelde familie en vrienden is het verdriet na een euthanasie beter te verdragen dan voor de nabestaanden van kankerpatiënten die een natuurlijke dood stierven. Dat blijkt uit een onderzoek onder de nabestaanden van patiënten die tussen 1992 en 1999 in het Universitair Medisch Centrum te Utrecht zijn overleden (British Medical Journal, 26 juli).

De onderzoekers gingen na in hoeverre er sprake was van problemen bij de rouwverwerking. Rouw is de normale reactie op de dood van een geliefd persoon. Het rouwproces verloopt in fasen en leidt normaal gesproken vroeg of laat tot berusting in het geleden verlies. Bij sommige mensen verloopt het rouwproces echter anders: het duurt te kort of te lang, is te intens of niet intens genoeg of het begint te laat. De rouw kan dan gemakkelijk doorschieten in depressie of posttraumatische stress. Afhankelijk van de gehanteerde definities is dit bij 10 tot 20 procent van de rouwenden het geval. Verschillende factoren kunnen zo'n gestoorde rouwverwerking in de hand werken, bijvoorbeeld een plotselinge dood, een niet-natuurlijke dood of als het om een kind of de partner gaat. Daarnaast kunnen ook persoonlijkheidskenmerken van de nabestaande een rol spelen.

De iets meer dan 500 deelnemers aan het Utrechtse onderzoek hadden allen een familielid of goede vriend aan kanker verloren. Bijna 200 nabestaanden hadden meegemaakt dat de dood door middel van euthanasie was bespoedigd. Aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten kon worden vastgesteld dat deze mensen significant minder last hadden van symptomen die duiden op een problematische rouwverwerking, ook als daarbij de genoemde risicofactoren in aanmerking werden genomen.

De gevonden verschillen kunnen vermoedelijk volledig verklaard worden door alle gebeurtenissen die aan een euthanasie vooraf gaan. De patiënt heeft er immers bewust voor gekozen om onder bepaalde omstandigheden niet verder te willen lijden. Dit verlangen is in de regel ook nadrukkelijk besproken met de aanstaande nabestaanden en de behandelende arts. Het onderzoek wijst ook uit dat de naderende dood onder familie en vrienden van euthanasiedoden beter bespreekbaar is, waardoor deze mensen elkaar ook onderling tot steun kunnen zijn. Daarnaast zijn de betrokkenen ook vooraf op de hoogte van het moment waarop de patiënt zal overlijden. Het zijn daardoor mogelijk om op een goede manier afscheid te nemen. In die zin onderscheidt de niet-natuurlijke dood door euthanasie zich van andere niet-natuurlijke doodsoorzaken als ongelukken, moord of zelfdoding.

De onderzoekers beschouwen hun werk niet zozeer als een pleidooi voor euthanasie, maar voor een betere begeleiding van terminaal zieke patiënten en hun familie en vrienden.

    • Huup Dassen