Veel Israëliërs willen vooral niet weten

Het wordt tijd dat Israëliërs Palestijnen als gewone mensen zien, en niet als demonen. Dan zullen ze ontdekken hoe immoreel het stelsel is waaronder de Palestijnen zuchten, en zullen ze beseffen dat het `hek' een `muur'is, meent Amira Hass.

Sommigen denken dat als de Israëliërs de Palestijnen gewoon eens gingen opzoeken en hen tegemoet zouden treden als mensen van vlees en bloed, dat dan hun ideeën over politiek en veiligheid ingrijpend zouden veranderen. Dan zouden zij het regeringsbeleid van de afgelopen jaren jegens de Palestijnen niet meer automatisch steunen, en zij zouden ook niet langer blindelings iedere officiële Israëlische verklaring voor één of andere politieke of militaire actie slikken.

Mensen die zo'n ingrijpende verandering persoonlijk hebben meegemaakt, zijn er het levende bewijs van dat deze opvatting hout snijdt. En dat zijn mensen – al zijn het maar een paar – wier politieke achtergrond niet de twijfels kan verklaren die zij nu koesteren ten aanzien van het Israëlische beleid – mensen bijvoorbeeld die vroeger, en ook nu nog, Palestijnen in dienst hadden. Zij hebben in de loop van de jaren geleerd te twijfelen aan de veiligheidsmotieven op grond waarvan de hermetische afgrendeling en de inperking van de bewegingsvrijheid van hun employees sedert 1991 worden verklaard.

Mensen als M., een vrouw uit Jeruzalem die op de Nationale Religieuze Partij stemt en die bevriend is geraakt met een gezin uit een Palestijns dorp. Zij was geschokt toen ze erachter kwam hoe gemakkelijk en systematisch Palestijnse grond wordt geconfisqueerd, hoe gemakkelijk boomgaarden worden platgewalst, hoe spaarcenten én hoop vervliegen ten gunste van de nederzettingen.

Fotografen en andere vertegenwoordigers van de media die de bezette gebieden bezoeken kunnen maar met moeite aan hun vrienden in Tel Aviv uitleggen hoe groot de kloof is tussen wat zij weten over een `Israëlische zelfverdedigingsoorlog' in de gebieden, en de realiteit van de grootscheepse, agressieve vernielingen die het Israëlische leger aanricht.

Zulke pogingen leren ons dat er heel wat axioma's sneuvelen wanneer vriendschappelijke betrekkingen worden aangeknoopt met Palestijnen die geen archetypische demonen zijn, maar gewone mensen, en wanneer Israëliërs persoonlijk worden blootgesteld aan de Israëlische agressie in de gebieden.

Dat is de logica achter de activiteiten van de vrouwen van Machsom Watch. Zij doen niet alleen wat zij als hun burgerplicht zien, namelijk toezicht houden op wat gebeurt bij de wegblokkades van de Israëlische leger; zij brengen ook steeds meer vrouwen naar de wegblokkades die minder kritisch dan zij tegenover het Israëlische beleid staan, om hen te onderrichten over de werkelijke microkosmos van betrekkingen tussen veroveraar en veroverde die tussen Israël en de Palestijnen bestaat.

Hier zit een uitgesproken humanistisch uitgangspunt achter, dat inhoudt dat mensen redelijke wezens zijn, en dat hoe meer informatie je hun verschaft, hoe meer zij zich een onafhankelijke mening zullen vormen, vrij van de alwetende politieke propaganda van officiële woordvoerders. Deze opvatting houdt in dat iemand op grond van zijn etnisch-nationale identiteit niet noodzakelijkerwijs een aanhanger behoeft te zijn van het beleid van de regering die die bepaalde identiteit vertegenwoordigt.

Omdat dit een humanistische overweging is, valt er moeilijk iets tegenin te brengen; bedenk ook dat in feite veel Israëliërs – kolonisten en militairen – dagelijks met de realiteit van de gebieden worden geconfronteerd. De eersten zitten in angst over hun persoonlijke veiligheid, hun welzijn en de bezittingen die zij in het bezette gebied hebben vergaard. De tweede groep, die is uitgezonden om de eerste te beschermen, zit in angst over zijn leven.

De directe persoonlijke belangen en privileges van beide groepen maken het hun moeilijk om wat zij met eigen ogen zien, anders te beoordelen dan vanuit een oogpunt van veiligheid. Zouden zij dat wél doen, dan zouden zij zien dat er sprake is van twee tegenstrijdige fundamenten: het ene, dat voordurend verder wordt ontwikkeld, alleen voor joden, en het andere, waarop wordt beknibbeld, dat wordt afgeknepen en ingeperkt, voor de Palestijnen.

De kolonisten en de militairen beïnvloeden een grote groep Israëliërs. Geen van deze twee groepen beschouwt dit stelsel, waarvan de kiemen zijn gelegd bij de verovering tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967 en tot wasdom zijn gekomen tijdens de Oslo-periode (toen de joodse infrastructuur in de gebieden werd uitgebreid), als verwerpelijk. De veiligheidsoverwegingen worden tot een aegis voor een stelsel dat overduidelijk immoreel is.

Er is geen samenzwering die de Israëliërs ervan weerhoudt meer te weten te komen. Misschien wíllen zij liever niet meer weten, omdat kennis hen zou confronteren met de eis om de te ruime rechten die de verovering heeft meegebracht, op te geven. Dat valt moeilijk toe te geven, vooral voor journalisten, omdat de overvloed van informatie die de Israëlische pers heeft verschaft, niet is doorgedrongen tot het bewustzijn van hen die zich ervoor afsluiten.

Eén van de jongste voorbeelden hiervan is het binnenlandse debat dat de laatste tijd in Israël wordt gevoerd over het `veiligheidshek'. In onafhankelijke persberichten is al meer dan een jaar de meeste informatie over de aard van deze muur nu wel bekendgemaakt.

Er is gemeld dat hij diep in Palestijns gebied binnendringt, dat hij funest is voor landbouwgebieden die essentieel zijn voor de toekomstige Palestijnse staat, dat hij dorpen van hun land en van andere dorpen afsnijdt, en dat hij Qalqilya aan drie kanten afsluit. Al meer dan een jaar is er bijna wekelijks tegen de muur geprotesteerd.

Maar noch de berichten in de pers noch de protesten konden in Israël het publieke debat ontketenen dat president Bush wél uitlokte toen hij zinspeelde op zijn bezwaren tegen het landjepiktracé van het hek – hij sprak zelfs, afwijkend van het Israëlische spraakgebruik, van een `muur' en niet van een `hek'.

Het leek wel of wij een nieuw werelddeel hadden ontdekt. Ineens werden dorpelingen wier grond was afgepakt voor de radio geïnterviewd en werden vragen gesteld die niet uitsluitend voortvloeiden uit de veiligheid van Israël – vragen die ons eraan herinnerden dat Ariel een nederzetting is.

Amira Hass is redacteur van de Israëlische krant Ha'aretz.

© Ha'aretz.