Taaie strijd om wildernis VS

In de VS woedt een taaie strijd om `The Rocky Mountain West'. De regering wil er olie, gas en hout winnen. Haar opponenten vechten voor de wildernis, schoon water en stilte.

De weg is al lang opgehouden. Het pad ook. We klimmen omhoog over omgevallen bomen, langs sappige ceders, douglassparren en huckleberries – een klein soort bosbessen waar zwarte beren hun vetlaag mee opbouwen voor de winterslaap. Grizzlyberen ook, als zij hier nog leven. Het is zinderend warm en volstrekt stil. Geen wind, geen roofvogel in de lucht. Bos.

Rick Bass heeft zich in 1987 gevestigd in het diepe woud langs de Yaak River, in noordwest-Montana. Hij kwam als olie- en gasgeoloog uit Mississippi om in alle rust en vrede te schrijven. Dat deed hij eerst ook. Nu zegt hij: ,,Wij in het bos leven in een staat van beleg. De dinosaurussen van de regering-Bush zijn een oorlog begonnen.'

De schrijver van `The Watch' en `The Hermit's Story' (korte verhalen) en `Where the sea used to be' (roman) kon niet aanzien hoe zelfs in een van de meest ongerepte valleien van de Verenigde Staten de natuur werd gekraakt. Hij werd een van die actievoerders die in Montana gemakshalve `milieuterroristen' worden genoemd. `The Book of Yaak' is een hartenkreet over het verloren gaan van misschien wel Amerika's meest unieke bezit: wildernis.

,,Hoe meer ik zie en lees, hoe bitterder ik word over de manier waarop we met onze natuurlijke rijkdommen omgaan. De strijd gaat niet over zilver, hout, olie of gas, maar over de ideeën van de regering over wat je doet met openbaar land. Zet je stukken natuur opzij, of ontwikkel je ieder stukje land tot de laatste vierkante meter?' En, knabbelend aan een paar bijna rijpe bessen: ,,Het is geen samenzwering, eerder een kwestie van hebzucht.'

Wat Rick Bass niet met droge ogen kon aanzien, het roekeloos kappen in het Kootenai National Forest, van de Canadese grens tot voorbij Missoula, van Idaho tot het Glacier National Park, en het verstoren van een heel eco-systeem waarin mét de grizzlybeer van alles verloren gaat, is onderdeel van een groter dilemma. Amerika krijgt te maken met de eindigheid van zijn natuurlijke rijkdommen. Niet iedereen accepteert dat.

Staten als Californië en Nevada vechten om water. Ook de ruimte raakt op: de trek naar de staten van wat wordt genoemd the Rocky Mountain West zorgt voor verstedelijking in groene gebieden. Om de afhankelijkheid van ingevoerde olie en gas te beperken, heeft de regering-Bush een ware boor-campagne gelanceerd in staten als Montana, Wyoming, Colorado, Utah en New Mexico. Wie klaagt over de gevolgen, krijgt te maken met tegenstand van houthakkers, delfstof-ondernemers en lokale politici. [Vervolg MILIEUSTRIJD: Pagina 5]

MILIEUSTRIJD

Verovering van het Wilde Westen

[Vervolg van pagina 1] Deze oppositie van houthakkers, delfstofondernemers en lokale politici doet met de regering een beroep op traditionele Amerikaanse waarden. De door president Bush graag te hulp geroepen cowboy-mythe beleeft een nieuwe jeugd in streken waar de natuur door sommigen wordt gezien als een barrière voor Amerika's verdere ontwikkeling.

Dit voorjaar werd bekend dat de Republikeinen hun milieuboodschap coördineren aan de hand van interne richtlijnen voor een positieve presentatie van wat wordt gezien als de politieke achillespees van de regering-Bush. Amerikanen willen graag dat de wereld `veiliger', `schoner' en `gezonder' wordt, maar maatregelen kunnen pas worden genomen als de wetenschap een eenduidig antwoord heeft, is de lijn waar president Bush zich treffend aan houdt.

De zoektocht naar energie gaat intussen voort. Om dat niet nodeloos moeilijk te maken heeft de regering met weinig ophef besloten niet langer nieuwe natuurgebieden als officiële wildernis aan te wijzen. Natuurgebieden met een totale oppervlakte van 23 keer Nederland kwamen daarmee vrij voor industriële exploitatie, wegenaanleg, mijnbouw, houtkap en uiteindelijk verstedelijking.

De verovering van het Wilde Westen verliep ook niet altijd even fijnzinnig, maar legde het land wel open voor de vooruitgang, leggen voorstanders van een stevige exploratie-aanpak uit. ,,Wyoming heeft aardgasreserves van Golf-proporties', zegt John Kennedy, eigenaar-directeur van Kennedy Oil in Gilette, de energie-hoofdstad van Wyoming. ,,Maar wij missen de nationale vastbeslotenheid om er voor te gaan.'

Kennedy heeft op allerlei plaatsen in de eindeloze groene heuvels van Wyoming boorinstallaties die methaangas pompen uit kolenlagen. Dat levert nogal wat milieuproblemen op en de grondeigenaren werken niet altijd mee. Veel boeren en grondbezitters die op gas bleken te wonen hebben als extra tractatie stromend water over hun erf gekregen dat vrijkomt bij het omhoog spuiten van het gas. Dat water bevat soms te veel mangaan, arsenicum, barium en ijzer.

Bij de boorpunten die hij laat zien is dat helemaal geen probleem, zegt Kennedy. Hij heeft flesjes met dergelijk gaswater (zonder prik) door een laboratorium laten testen. Het is schoner bevonden dan leidingwater. Waarheid en wetenschap zijn vatbaar voor een fel debat in voorheen het Wilde Westen. Je bent vóór of je bent tegen.

Het wegnemen van de bescherming van steeds grotere stukken woest Amerika wordt door actievoerders vooral bestreden met met rechtszaken. Dat is de frontlijn van de oorlog waar Rick Bass midden in zit. In het zuiden van de Cabinet Mountains, een natuurgebied op de grens van Montana en Idaho, is de aanvraag voor een zilvermijn bij Noxon goedgekeurd.

Wildernis-voorvechters zijn furieus. Het betekent een industriële activiteit met honderden werknemers en grote installaties midden in uniek openbaar natuurgebied. Bovendien wordt daarmee de weg naar de wildernis in het zuiden afgesneden voor de grizzlybeer. De federale en plaatselijke overheden wijzen op banen en economische ontwikkeling.

Professor Tom Power, hoofd van de economie-faculteit aan de Universiteit van Montana in Missoula, doet al jaren onderzoek naar de economische betekenis van natuur- versus werkargumenten. Hij schreef `Lost Landscapes and Failed Economics: The Search for a Value of Place'. Hij is bezig met een boek over de natuur-oorlog in het Amerikaanse `heartland'. Volgens Power wordt in het Westen vaak heftig geageerd tegen de gedachte dat de lokale economie zou kunnen bloeien zonder landbouw en zonder het winnen van delfstoffen of het kappen van bossen. Men ziet niet dat er andere bronnen van welvaart zijn ontstaan. Hij noemt het een vorm van `economisch fundamentalisme' waarmee men pogingen om de natuur te beschermen afschiet als rampzalig voor de streek. Motto: van de natuur kun je niet eten.

Deel van hetzelfde gedachtegoed is de opvatting dat sommige banen `goede banen' zijn: houthakken, werken in de mijnen en op de ranch (koeien en paarden). Banen in laag aanzien: bij de overheid, in winkels en andere vormen van dienstverlening. Dat neemt niet weg dat de traditionele, stoere banen vaker een lager (minimum)loon opleveren dan de nieuwere, minder stoere banen.

Naarmate de economische argumenten minder steekhoudend bleken schakelden de milieu-haters over op het `traditie en cultuur'-argument, vertelt Power. ,,Zij maakten zich meester van het imago van de zelfstandige landbouwer-huisvader, die van niemands hulp noch de markt afhankelijk is. In dit ideaal van de op het gezin gebaseerde productie heb je de regering alleen nodig als bescherming van je eigendom en tegen invasies van buitenaf. Dat is de ruggengraat van dit denken het zit diep in Amerika's beeld van zichzelf.'

,,Het probleem is alleen dat het de laatste honderd jaar niet meer opgaat, zeker voor bosbouw en mijnbouw, die als eerste werden geïndustrialiseerd. De eenzame avonturier die goud ging zoeken werd ingehaald door conglomeraten. Het idee dat Kennecott en Anaconda een traditionele Amerikaanse wijze van leven vertegenwoordigen is absurd. Het echte werk wordt voor deze grote bedrijven gedaan door immigranten die slecht betaald krijgen en aanzienlijke risico's moeten lopen. Hetzelfde geldt voor houthakkers, meestal alleenstaande jonge mannen die met de oogst mee moesten reizen en wonen in geïsoleerde kampen van multinationale ondernemingen. Cowboys waren in werkelijkheid amper beschaafde gastarbeiders: men bracht de politie op de been om ze uit de stad te weren.'

Dit is het eerste artikel van een korte serie over de strijd om Amerika's Westen.