SGP

Naar aanleiding van het artikel over de SGP onder de kop 'Bedachtzame hemelbestormers' (Z, 12 juli) een aantal opmerkingen. Het rumoer over het vrouwenstandpunt van de SGP is reeds in 1992 ontstaan, nadat ik onder dreiging met een kort geding een toegangskaart had gekregen voor de algemene ledenvergadering van de partij. Als gevolg daarvan ontstond in 1993 de werkgreep Bouwen, die het volwaardige vrouwenlidmaatschap ondersteunde. Daarin hadden vele prominente SGP'ers zitting. Honderden partijleden en sympathisanten (onder wie veel vrouwen) betuigden hun steun, ook aan mij. Gelijktijdig hield een speciale SGP-studiegroep zich bezig met de bijbelse onderbouwing van dat standpunt. In een gedegen studie onder de naam `Principieel Samen Verder' toonde de groep op grond van de Bijbel aan dat vrouwen volwaardig mogen deelnemen aan het werk van een politieke partij. Beide uitkomsten werden aan het SGP-bestuur voorgelegd. Het resultaat was echter nihil. Ze weken af van de bestuursopvatting en werden als `bijbels niet onderbouwd' beschouwd. In 1995 werden ze niet aan de partij voorgelegd. Het eigen standpunt werd als het enig legitieme gepresenteerd. De partij accepteerde dat. Dit kwam ook doordat het partijkader mede door lauwheid van de zogenoemde linkervleugel intussen merendeels werd gevormd door de zogenoemde rechtervleugel. De uitkomst is bekend: de vrouw mocht buitengewoon lid worden, zonder deel te mogen nemen aan interne verkiezingen of gekozen te kunnen worden. Zelf heb ik op grond van mijn partijlidmaatschap sedert 1984 al die rechten, hoewel ik in de praktijk wel mijn stem uitbreng binnen de kiesvereniging, maar overigens word behandeld als buitengewoon lid. Ik word sinds 1992 als oorzaak van de narigheid beschouwd.

Toen het standpunt in 1995 was bepaald, hief de werkgroep Bouwen zich op. Men wilde geen `revolutie'. Sterker nog, het merendeel van de leden verliet de SGP. Het rapport Principieel Samen Verder verdween achter de coniferen.

Als ik nu de uitspraken lees van SGP'ers in Z van 12 juli, beleef ik een déjà vu. Ze willen geen revolutie. Natuurlijk niet: welke SGP'er wil dat wel? Ook de werkgroep Bouwen en de studiegroep wilden in 1993 een herbezinning. Alles volstrekt integer.

Ik vrees dat de SGP'ers die nu de aanpak kiezen van 1993, zich de moeite kunnen besparen. Langs de weg van de geleidelijkheid komt men nergens. Dat heeft de praktijk sinds 1993 bewezen. Het blijkt ook uit de uitlatingen van Kolijn. Deze wil het partijstandpunt van toen als onbetaalde rekening gaan `uitleggen'. Zouden de leden zelf sedert 1995 niet hebben nagedacht? Het bestuur is harder dan toen, er valt niets te praten. Overigens hoop ik dat ik ongelijk krijg.

Om te kunnen functioneren heeft de SGP de stemmen van vrouwen nodig. Daar rekent ze ook op en appelleert er aan. Concreet: als er Tweede-Kamerverkiezingen zijn hebben Bas van der Vlies en Cees van der Staay de stemmen van de vrouwelijke kiezers nodig. Anders kunnen ze minstens een van de zetels vergeten. Als een vrouw echter niet mag `regeren' (dus niet mag stemmen in de partij), moeten de mannenbroeders zich toch eens afvragen wanneer ze dat dan meer doet, bij partij-interne verkiezingen of in het stemhokje?