Post-kapitalisme

In het op zich aardige stukje over post-kapitalisme in NRC Handelsblad van 29 juli, stelt Maarten Schinkel dat, als de overheid het rendement van bedrijven als KPN en TPG Post vaststelt het elke prikkel om te innoveren wegneemt. Dat is toch wel erg kort door de bocht, we hebben het hier over bedrijven die ieder op hun markt een dominante positie innemen. Juist toen ze zich onbedreigd waanden kwam er van innovatie maar weinig terecht.

Het is nog niet zolang geleden dat er een wachtlijst bestond voor telefoon aansluitingen, om maar eens iets te noemen. Zolang deze bedrijven op sommige segmenten een de facto monopolie hebben terwijl ze op andere segmenten volop meeconcurreren is het onvermijdelijk dat er afbakeningsproblemen zijn. Het is juist dat Opta niet altijd gelukkige keuzes maakt bij die afbakening, maar Maarten Schinkel suggereert nu het kind maar met het badwater weg te gooien. Het is niet simpel om een regulering te bedenken die enerzijds recht doet aan nieuwe spelers die hun innovatievermogen in de markt willen testen en daarbij onder redelijke voorwaarden toegang moeten krijgen tot door dominante spelers beheerde netwerken en die anderzijds de innovatieprikkels voor die dominante aanbieder niet onnodig wegneemt.

Het kan echter heel goed, daar zijn genoeg modellen voor ontwikkeld. We hebben hier te maken met een paradox, juist adequaat en hard ingrijpen van de overheid in deze markten is nodig om te voorkomen dat er onaantastbare molochen ontstaan, zoals in de Sovjet-Unie.