'Moderne kunst is conservatief geworden'

De malaise rond het Stedelijk Museum is volgens Rutger Wolfson tekenend voor de crisis in de kunst. De jonge directeur van de Vleeshal in Middelburg ergert zich aan de naar binnen gekeerde kunstwereld. Hij zoekt een middenweg tussen traditionalisme en onbeholpen pogingen tot sociaal engagement.

Kunst moet ergens over gaan. Gesprek met een moralist.

'Het museum kan niet langer volhouden alleen een plek voor traditionele kunstenaars te zijn.' Rutger Wolfson, zelf directeur van een museum voor moderne kunst, de Vleeshal in Middelburg, schrijft het in zijn inleiding bij de bundel essays die hij onlangs samenstelde, Kunst in crisis. Zelf maakte Wolfson de afgelopen jaren in zijn museum een aantal veelbesproken tentoonstellingen, waarin hij kunst een andere context toebedeelde dan de meeste musea gewend zijn te doen.

Behalve een aantal kunstprojecten waarbij vj's en skaters een rol speelden, organiseerde hij ook meer thematische tentoonstellingen, bijvoorbeeld over de verleidingen van de mode, het veranderde idee van veiligheid in onze cultuur en de doodse neutraliteit van de openbare ruimte. Ze leverden Wolfson veel lof op, ook in deze krant. Maar er was ook kritiek: in zijn pogingen traditionele grenzen te overschrijden liet hij volgens sommigen de kunst zelf te ver achter zich. We spreken met elkaar in het populaire restaurant Le Zinc in Rotterdam, de stad waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht.

Wolfson: 'De discussie over wat tegenwoordig kunst is of zou moeten zijn, en de rol die het museum daarin speelt, is al jaren aan de gang, maar in ons land bleef het steeds bij ingezonden stukken in de krant en gelegenheidsfora. Ik wilde die discussie een brandpunt geven, zodat we weten wat de problemen zijn, en waar de oplossingen moeten worden gezocht. Ik heb ook geprobeerd de discussie een brede bedding te geven, omdat het volgens mij aan zoveel raakt in onze cultuur, niet alleen aan de obsessies van de kunstwereld. Onze ideeën over kunst staan direct in verband met onze ideeën over de wereld om ons heen. Maar het is veelzeggend dat juist dat aspect van de bundel in de reacties vanuit de kunstwereld volledig over het hoofd werd gezien. Het lijkt erop dat de kunst alleen maar vanuit zichzelf naar zichzelf kan kijken. Dat irriteert me. Het is zo'n gesloten, in zichzelf gekeerde wereld.'

Elitair en autistisch

Geeft Wolfson de leefbare populisten gelijk? Die schilderen de kunstwereld af als elitair en autistisch. 'Musea van moderne kunst zijn inert geworden. De kunst in het museum wordt van alle kanten bedreigd, maar vooral door zichzelf. Van buitenaf heb je de politiek, die de kunst vooral nuttig wil maken. De sociaal-democraten zien de kunst als middel tot verheffing, als een soort maatschappelijk werk. De populisten zouden er graag entertainment van willen maken. Alles wat niet meteen begrijpelijk is, is voor hen ook meteen betekenisloos. Aan de andere kant heb je de massacultuur, die de mensen bestookt met verleidelijke, steeds snellere beelden. Uitingen van die massacultuur, zoals mode en reclame, spreken tegenwoordig meer tot de verbeelding dan de kunst in een museum. Bovendien is er een vervaging van grenzen, modeontwerpers als Viktor en Rolf bedienen zich van de mechanismen van de kunst, en kunstenaars zetten de modewereld naar hun hand. De reactie van de kunstwereld op al die zaken is vooral afwijzend en defensief.'

Helemaal onbegrijpelijk lijkt me dat niet. Wanneer je het idee van de autonome, avant-gardistische galerie- en museumkunst loslaat, is de kans groot dat ook het idee van de kunst wordt weggerelativeerd. Dan is na Duchamp, Warhol en Koons het definitieve eindpunt bereikt. Dan betekent een fluitketel van de Hema net zoveel als een schilderij van De Kooning.

'Dat is waar, maar als je mensen nu vraagt waar voor hen de betekenis van kunst schuilt, dan vluchten ze vaak in begrippen als waarheid en schoonheid, woorden waar je niet veel meer mee aankunt. En er zijn in de kunst wel pogingen tot een nieuw engagement met de wereld, maar die zijn zonder uitzondering kleinschalig. Dan krijg je bijvoorbeeld projecten waarin mensen met onbekenden thee gaan drinken en zo nader tot elkaar moeten komen. Of je hebt de politieke variant. Caterine David, directrice van de Rotterdamse kunstinstelling Witte de With, vindt dat kunst politiek moet zijn, volgens de beste traditie van mei '68, en zo een betere wereld na moet streven. Maar wat daar uitkomt, geeft op geen enkele manier weerwoord op de afnemende betekenis van de kunst. Het zijn vooral loze gebaren, ontwijkingen. Je hebt dus twee reacties op de uitdagingen die de massacultuur aan de kunst stelt: men probeert de clichés van de avant-garde hoog te houden, zonder dat ze nog een wezenlijke betekenis hebben, of men verliest zich in nogal onbeholpen pogingen tot sociaal engagement om de kunst zo weer betekenis te geven.'

Blinde dweepzucht

Of men capituleert voor de massacultuur. De afgelopen jaar is er al heel wat design de muren van het museum binnengesleept. In het kielzog van Frans Haks is er de neiging om advertenties voor Prada-schoenen tot grote kunst te verklaren.

'Juist die vervaging van grenzen maakt het moeilijk je positie te bepalen. In die massacultuur zijn talloze interessante dingen te vinden, maar je moet je zelf behoeden voor blinde dweepzucht. Voor je het weet roep je dat Patty Brard interessanter is dan Bill Viola. Je wordt ook gemakkelijk in een kamp gestopt. Of je verdedigt de autonome, avant-gardistische kunst of je wordt in het kamp-Haks ingedeeld. Dat zijn sjablonen die ik probeer te vermijden.'

Dat wordt moeilijk wanneer je een tentoonstelling over skateboarders maakt. Wolfson lacht een beetje verontschuldigend. 'Die tentoonstelling is me lang nagedragen, vooral door mensen die proberen al mijn opvattingen over kunst en het museum onder het tapijt te vegen. In hun ogen ging ik te ver. Ik heb er zelf ook gemengde gevoelens over, maar waar ik voor mijn gevoel wel in geslaagd ben is die hele eigen wereld van het skateboarden van binnenuit te laten zien. Wat ik er interessant aan vind, is de geslotenheid van die gemeenschap, de zelfgemaakte vormen en rituelen, de obsessie met integriteit. Wie is echt, wie niet? Daar moet je dan een tentoonstelling ván maken, vind ik, niet óver. Dus niet een paar mooi gemaakte skateboards van de straat plukken en die aan de muur hangen.'

Waar kwamen de bezwaren op neer? 'Veel mensen zagen niet in waarom dat allemaal binnen de muren van het museum moest gebeuren. Ik kan ook geen antwoord geven op alle vraagstukken omtrent kunst, maar ik vind wel dat je ernaar op zoek moet gaan, met alle risico's van dien.'

Maar alle discussies over hoge en lage cultuur daargelaten, waar gaat het Wolfson om? Wat is voor hem kunst? 'Ik vind het moeilijk om het mezelf toe te geven, maar uiteindelijk ben ik toch een moralist. Ik vind dat kunst ergens over moet gaan, in de meest letterlijke zin. Kunst moet betekenis hebben voor ons, in het hier en nu. Er is op dit moment weinig beeldende kunst die vanuit zichzelf bewijst waarom ze belangrijk zou zijn. Daarom richt ik mijn pijlen meer op het museum zelf. Het museum kan zich ontfermen over de discussies over al deze zaken. In het museum kunnen vragen gesteld worden, controverses uitgespeeld worden. Ik vind dat het museum zich juist moet openstellen voor alle vraagstukken omtrent wat kunst is en wat niet. Die discussie raakt aan vrijwel alles van belang.'

Het is dus aan de tentoonstellingsmaker om de thema's aan te dragen, de bredere gedachten uit te werken. 'Ja, maar waarom niet? Een van de redenen dat er een crisisgevoel heerst, is de ideeënarmoede bij de musea. Dat komt denk ik omdat het vooral kunsthistorici zijn die er de dienst uitmaken. Zij zijn geneigd alles vanuit dat ene perspectief te zien. Zij slagen er niet in een gevoel van urgentie over te brengen, kunnen niet duidelijk maken waarom kunst nu noodzakelijk is. Maar haal bij een tentoonstelling een filosoof en een schrijver en een socioloog binnen en je krijgt iets heel anders te zien. De beste kunstenaars zijn voor mij de kunstenaars die gevoelens en inzichten aan het licht brengen die daarvóór slechts in mijn onderbewustzijn sluimerden. Het werk van Ana Maria Tavares, dat in De Vleeshal is geëxposeerd, gaat over zogenaamde non-spaces. Plekken die overal en nergens zijn, wachtkamers, vliegveldhallen, parkeerplaatsen. Ze laat er zowel de onvermoede schoonheid van zien als de dreiging die ervan uitgaat. Sinds die tentoonstelling loop ik heel anders op Schiphol rond.'

Steeds vollere hoofden

Dat streven naar bewustzijn staat haaks op de stroom van de massacultuur, waarin mensen vooral bevestigd worden en in een aangename roes worden gebracht. Maar een probleem lijkt me de kleinschaligheid. Wat is de invloed van een tentoonstelling in De Vleeshal te Middelburg?

'Misschien ben ik naïef, maar ik denk dat je met het soort tentoonstellingen dat ik voorsta een groot publiek kunt bereiken. Eind vorig jaar heb ik een tentoonstelling gemaakt over de toenemende kunstmatigheid van onze werkelijkheid en hoe de schilderkunst daarmee omgaat. Onze hoofden komen steeds voller te zitten met algemene beelden en denkbeelden die je van buitenaf massaal worden ingeprent, door de media, door reclame, zodat je eigen belevingswereld almaar globaler en kunstmatiger wordt. Schilderkunst leek mij een geëigend medium om juist dat te bestuderen, omdat ze zich altijd met het wezen van de werkelijkheid heeft beziggehouden. Toch zie je dat musea zich nauwelijks met zulke dingen bezighouden en er al helemaal geen specifieke tentoonstellingen over organiseren. Meestal draait het toch om een oeuvre van een bepaalde kunstenaar, of om een bepaalde periode. Of je krijgt van die loze thema's, een tentoonstelling over schilders die hun vrienden hebben geschilderd, zoiets. Dat zijn onderwerpen die er niet toe doen. Vrijwel alles wat er speelt in een cultuur en samenleving leent zich voor een tentoonstelling in een museum.

'Nog een voorbeeld: onze tentoonstelling over de esthetiek van veiligheid. Daar hebben we een aantal voorwerpen bijeengebracht die normaal in een design-context worden neergezet, meubels en zo, maar die op deze tentoonstelling een andere betekenis kregen. Kunst kan zulke onderwerpen zichtbaar maken. Kunst staat helemaal niet buitenspel in onze samenleving, alleen is de manier waarop ermee wordt omgegaan vaak zo suf. Liever verwarring of naderhand de ontdekking dat je te ver bent gegaan dan weer een brave tentoonstelling die slechts wil behagen. Er is niets ergers dan een saaie tentoonstelling. In het Amerikaanse blad Art Flash heb je een rubriek over jonge curatoren en ik vind het altijd ontstellend om te zien hoe ze allemaal hun uiterste best doen om zich te conformeren aan het beeld dat vanuit de kunstwereld van hen verlangd wordt. Hun opvattingen over wat kunst is en het museum moet zijn, verschillen nauwelijks van elkaar. Het museum is voor mij geen plek meer waar door één kunstpaus bepaald wordt wat kunst is en wat niet. Ik begrijp de behoefte van mensen aan gezag en definitieve oordelen wel, ook al uit sociale motieven, maar ik vind discussie en het onderzoeken van de onmiskenbare ambivalenties belangrijker.'

Waar komt die angstvalligheid binnen de kunstwereld vandaan, denkt hij? 'De moderne kunst heeft nog altijd de naam flexibel en avant-gardistisch te zijn, maar ze is in wezen conservatief geworden. Dat is, denk ik, een reactie op de reputatie van moderne kunst als commerciële windhandel die ze vooral in de jaren tachtig heeft gekregen. De nadruk ligt nu op integriteit, men struikelt in de museumwereld over elkaar heen om te bewijzen dat men het niet voor het geld doet, of voor de eigen carrière. Dat is loffelijk, maar het heeft tot gevolg dat niemand zijn nek meer uitsteekt, integriteit wordt conservatisme. Zo krijg je een akelig soort smetvrees.'

Essayistiek

Wolfson praat over tentoonstellingen maken alsof het een vorm van essayistiek is. 'Dat heeft iemand wel eens tegen me gezegd, dat al mijn tentoonstellingen eigenlijk essays zijn. Dat vond ik prettig om te horen. Onze tentoonstelling over de verleidingskracht van de mode ging niet over kleren zelf, maar over wat er omheen zit. Hoe mode erin slaagt je persoonlijke verlangens te mobiliseren. Het was niet onze bedoeling die illusies te ontmaskeren, zoals in de jaren zeventig gedaan zou zijn, laten zien dat mode niets anders is dan de kleren van de keizer. Het ging ons er juist om te laten zien hoe bijzonder het is, dat vermogen om met de esthetica van de mode een andere wereld te scheppen.'

Maar de museumdirecteur moet zich dus buiten het domein van de traditionele kunst begeven. Dat is iets heel anders dan een museumdirecteur als Rudi Fuchs beoogde, die zich sterk bewust was van traditie en de neiging had zich terug te trekken in het atelier van de kunstenaar.

'Terwijl ik juist vind dat je als directeur van een museum voor nieuwe kunst het kunsthistorisch perspectief moet loslaten. Je moet niet vanuit de traditionele canon naar kunst kijken, maar vanuit het heden. Waar gaat het over, wat zou het nu te zeggen kunnen hebben. Mijn favoriete kunstenaar is Vermeer. Maar ik wil naar hem kijken vanuit mijn ervaring met de wereld nu, niet vanuit de traditie waar hij onderdeel van is. Er kleeft voor mij ook iets verdachts aan de museumdirecteur die nu nog als een soort ziener zijn gave aanwendt om ons te komen vertellen wat belangrijke kunst is, wat zijn smaak is. Voor mij is dat retoriek, niet meer van deze tijd. En om het naar film te vertalen: ik zie ook honderd keer liever een film als American Beauty dan Amélie Poulain. Die laatste film beroept zich op clichés om de wereld van betekenis te voorzien, de intelligente, grappige vrouw die eigenzinnig in het leven staat en een straaltje zonneschijn in uitgebluste levens van anderen weet te brengen, terwijl in American Beauty getracht wordt betekenis te veroveren op de totale leegte van een mechanisch bestaan. Ik voel me aangetrokken door kunstenaars die de verleidingen van de massacultuur kennen, die zich teweerstellen tegen de leegte, maar die er niet hun ogen voor sluiten, zoals Bret Easton Ellis en Martin Amis. Of kunstenaars die de massacultuur van binnenuit ontregelen, zoals Spike Jonze. Die maakt ingenieuze Hollywood-films, zoals Being John Malkovich en Adaptation, en hij heeft aan de wieg gestaan van Jackass, het programma van mtv, waarin een groepje eeuwige Amerikaanse adolescenten melige stunts uithaalt. Hij is ook eigenaar van een skateboardmerk.'

Stedelijk Museum

Brandpunt van de discussie over hoe het museum met moderne kunst moet omgaan zal de komende tijd het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn. 'De eerstvolgende directeur is tot mislukken gedoemd, omdat hij aan al die verschillende verwachtingen zal moeten voldoen. Ironisch is dat de grote reputatie van het Stedelijk gevormd is in een tijd waarin het museum ook helemaal geen geld had en internationaal ook weinig voorstelde. Maar het was wel een radicaal museum. Nu het museum zo diep is gezonken, zou het weer radicaal kunnen worden. Het kan zich in geen enkel opzicht meten met grote buitenlandse musea als de Tate of het Guggenheim. Die worden in de markt gezet als een automerk.

'Het Stedelijk zou zich kunnen onderscheiden door radicale keuzes te maken. Geld en prestige moeten niet de inzet zijn, het gaat om de ideeën erachter. Als die nieuw en interessant zijn, komt het prestige vanzelf wel. Een Amerikaanse backpacker die door Europa reist, gaat naar de Tate voor de topstukken, bezoekt het Guggenheim in Bilbao vanwege de architectuur. In Amsterdam gaat hij naar het Rijksmuseum voor de oude kunst, naar het Van Gogh vanwege Van Gogh, en naar het Stedelijk omdat het het meest radicale museum voor moderne kunst ter wereld is, waar dingen gebeuren en te zien zijn die je nergens anders vindt.'

Dat is zeker een selling-point. En inhoudelijk?

'Je zweert het kunsthistorisch perspectief af. Je zegt: we beschikken over een fantastische collectie modernistische kunst, maar we gaan kijken hoe die zich verhoudt met wie we nu zijn en in de wereld waarin we nu leven. Wat kan een museum betekenen voor de samenleving? Als dat in alle openheid je uitgangspunt is, kun je oneindig veel dingen uitproberen. Als een groot museum als het Stedelijk die radicale koers kiest, wordt dat als iets bijzonders ervaren. Je moet het alleen wel nu doen, want over tien jaar is iedereen op dat idee gekomen.' M

'Kunst in crisis', samengesteld en ingeleid door Rutger Wolfson, verscheen bij uitgeverij Prometheus. Prijs: € 17,95

Bas Heijne is schrijver en redacteur van NRC Handelsblad.

Vincent Mentzel is staffotograaf van NRC Handelsblad.

[streamers]

'Voor je het weet roep je dat Patty Brard interessanter is dan Bill Viola.'

'Er is niets ergers dan een saaie tentoonstelling.'