Met de groeten van de kalief

Europa heeft een bijzondere band met de olifant. Enerzijds leeft het dier in de geschiedenis voort als een allesverwoestende levende tank, die in Azië en Noord-Afrika werd ingezet, anderzijds is het de grootst levende curiositeit waaraan mensen zich kunnen vergapen. Het is geen wonder dat dit afschrikwekkende en ontroerende dier enkele malen als geschenk heeft gediend van oosterse vorsten aan hun Europese collega's. Het vroegste voorbeeld daarvan is de witte olifant die kalief Harun al Rasjid schonk aan Karel de Grote. Deze geste is het symbool voor een ambitieuze tentoonstelling die op drie plaatsen in Aken te zien is.

De drie locaties – het stadhuis, de dom en de schatkamer van de dom – corresponderen met de drie grote steden die het gezantschap aandeed dat Karel in 787 had uitgezonden naar de kalief. Aken zelf, destijds de belangrijkste residentie van Karel de Grote, Jeruzalem, doel van pelgrimgangers van de drie grote monotheïstische godsdiensten en Bagdad, in de negende eeuw een bloeiende metropool. De tentoonstelling pretendeert een reis te bieden door de culturen van deze steden omstreeks 800. Het gezantschap trok door Frankrijk, stak over naar Noord-Afrika, en bereikte via Jeruzalem na twee jaar Bagdad. Daar bracht men de beste wensen en vele geschenken van Karel over. Toen zij aan de terugweg begonnen kregen zij geschenken mee, waaronder de witte olifant Abul Abbas. Tijdens de terugreis overleden de twee hoofdgezanten, maar de olifant kwam in 802 gezond in Aken aan. Karel was inmiddels tot keizer gekroond.

De leidende gedachte achter deze exposities is een politieke. Ter plekke, maar meer nog in de drie essaybundels, wordt verantwoord dat men hier met een actueel thema te maken heeft: de spanningen tussen de drie godsdiensten, die destijds in vreedzame coëxistentie verkeerden. De drie steden zijn bovendien alle belast door het recente verleden. Aken draagt de herinneringen aan de nazitijd, Jeruzalem is een politieke en religieuze tijdbom en Bagdad is na een oorlog bevrijd van decennia dictatuur.

Er is een grote hoeveelheid objecten geleend uit openbare en particuliere verzamelingen. Vooral het deel over Bagdad is goed voorzien, met glazen voorwerpen en zijden stoffen met verfijnde motieven uit Perzië. Er staan bronzen en aardewerken figuren uit China en er liggen sieraden uit India. De wetenschappen, de astronomie, de medicijnen, de geografie en de rekenkunde krijgen aandacht door middel van geïllustreerde manuscripten. De godsdiensten zijn niet alleen vertegenwoordigd met koranteksten, ook wordt er op gewezen dat er een christelijk klooster was, een joodse school en zelfs staan er boeddhabeeldjes die in Bagdad zijn opgegraven.

Ook op het aan Aken gewijde gedeelte zijn mooi verluchte handschriften te zien en een aantal kleine olifanten, uitgewerkt in ivoor en bergkristal. Er staat een reconstructie van een wateruurwerk dat de kalief aan Karel geschonken heeft. In de rondgang in de domkoepel staat nog steeds Karels troon, vervaardigd uit stenen die uit Jezuzalem waren aangevoerd. Op het aan Jeruzalem gewijde gedeelte ligt de nadruk op de tempels, de kerken en de moskeeën in de stad en op de heilige teksten. Een evengeliarium, een tora en een koran, alle van omstreeks 800, liggen hier vreedzaam naast elkaar.

De hele tentoonstelling is opgezet om de bezoeker in te prenten dat christenen, joden en moslims over elkaar in stereotypen denken en dat we dat door een historisch inzicht kunnen verhelpen. Ook kunstenaars zouden daar hun steen aan kunnen bijdragen. In alle drie de onderdelen van Ex oriente is daarom contemporaine kunst met een nadrukkelijke politiek-correcte boodschap opgesteld, van Israëliërs, Palestijnen, Irakezen en Europenanen. Die boodschap verwijst naar de mogelijkheid van een symbiose van de drie religies. Tegelijk blijkt uit de essays dat het met gelijkstelling in Bagdad nogal tegenviel en dat tolerante klimaat onder de arabieren ten opzichte van de joden en christenen ook niet zo best was gesteld en zelfs dat dit een negentiende-eeuwse mythe is. Men spiegelt de bezoeker dus een ideale toestand voor die tegelijkertijd ondergraven wordt.

Als het nu nog zo was, dat de tentoonstelling op zijn historische en kunsthistorische merites ten volle gewaardeerd kon worden, dan was het hele project nog geslaagd. Maar de inrichting is slecht. Een inleiding is alleen op een enkel videoschermpje te bekijken, de tekstbordjes zijn niet goed leesbaar en de vele objecten, die zeker de moeite waard zijn, zijn onhandig opgesteld: te laag, in te grote vitrines en slecht belicht. Wie een handschrift, een zijden weefsel of het ivoorsnijwerk nauwkeurig wil bekijken moet eigenlijk zijn eigen zaklantaarn meenemen. Abul Abbas heeft beter verdiend.

Tentoonstelling: Ex oriente. T/m 28 sept in het raadhuis, de schatkamer en de dom van Aken. Dag. 10-18u, do 10-21u. Inl: www.ex-oriente.com