Merelgezang

Treffend beschrijft Marjoleine de Vos (NRC Handelsblad, 28 juli) de schoonheid van de Nederlandse natuur. En de gevaren die deze schoonheid bedreigen: oprukkende bebouwing, herverkaveling. Haar column eindigt met een retorische vraag: wat is de prijs van merelgezang? Helaas heeft dat gezang inderdaad zijn prijs. Een heel concrete prijs zelfs.

Instandhouding van natuur kost geld: Staatsbosbeheer, de provinciale landschappen, ze werken niet voor niets. En ons genieten van die natuur kost óók geld: kano, fiets en wandelschoenen, we krijgen ze niet cadeau.

De tegenstelling tussen belangen van `rijke boeren en tuinders' (een fraai staaltje van demagogie trouwens) en idealen van groene actievoerders is daarom vals.

Het is veel simpeler: voordat geld kan worden uitgegeven aan natuur of recreatie, moet het eerst verdiend worden. Niet in de laatste plaats overigens, inderdaad, door boeren en tuinders, die nog steeds een belangrijke bijdrage leveren aan onze nationale welvaart. En die noodgedwongen, onder meer, de fraaie Bommelerwaard opzoeken omdat zij van hun oude stek verdreven worden. Door aanleg van nieuwe natuur bijvoorbeeld. Of juist door stadsuitbreiding. Het Westland, het Vleutense kassengebied, zomaar wat gebieden waar woningbouw de plaats inneemt van land- en tuinbouw.

    • Eric Rijnders