Kolenmijn in Bauhausstijl

Industriële kerkhoven in het Ruhrgebied zijn omgetoverd tot attracties. Jochen van Barschot dwaalde langs fabrieken en door cokesovens.

Aan de rand van het grootste winkelcentrum van Europa, CentrO in Oberhausen, is de 117 meter hoge Gasometer het enige dat eraan herinnert dat het overdekte winkelcentrum, samen met zijn uitgaansboulevard, megabioscoop, concertzaal en mini-pretpark, op het terrein van een afgebroken staalfabriek staat. De Gasometer deed tot 1994 dienst als opslagreservoir voor gas. Nu is het een toeristische attractie.

Bovenop het gevaarte kijk je uit over een groot deel van het Ruhrgebied. Een wonderlijk landschap met ontelbare rokende schoorstenen, troosteloze flatgebouwen, elektriciteitscentrales met grote vuilverbrandingsovens, lifttorens van steenkolenmijnen en, in de verte, de immense staalfabriek van ThyssenKrupp in Duisburg. De reis naar boven is een avontuur op zich. De Gasometer is 68 meter in doorsnee en binnenin is een glazen lift gebouwd. Het uitzicht op de grote lege ruimte aan de binnenkant is minstens zo spectaculair als het uitzicht bovenop. De Gasometer wordt, vanwege zijn uitzonderlijke akoestiek, tegenwoordig zelfs gebruikt voor concerten.

Oberhausen is, voor wie bij Arnhem de grens oversteekt, na minder dan een uur rijden de eerste `halte' op de Route der Industriekultur, een toeristische rondrit langs 46 kleine en grote industriële monumenten in het Duitse Ruhrgebied. De tijd dat in onbruik geraakte fabrieksterreinen zo snel mogelijk tegen de vlakte werden gegooid en van een nieuwe bestemming werden voorzien, zoals het CentrO-winkelcentrum in Oberhausen, is voorbij. De laatste jaren wordt geprobeerd fabrieken die sluiten juist te behouden en open te stellen voor publiek. Oude fabrieksterreinen vol roestende machines heten plotseling industrieel erfgoed.

Zo doet een oude staalfabriek in Duisburg tegenwoordig dienst als sport- en wandelpark. In het Landschaftspark Duisburg-Nord kun je urenlang tussen de enorme installaties dwalen. Je kunt er ook duiken in een met water gevulde Gasometer (overigens een kleinere dan die in Duisburg) en op een oude opslagbunker voor ijzererts is een klimwand gemaakt.

FUTURISTISCH PARK

Rondom de enorme hoogoveninstallatie in het park loopt een stalen trap, zodat je er bovenop kunt klimmen. Eenmaal boven kijk je uit over een uitgestrekt industrieel kerkhof. 's Avonds worden alle installaties met felgekleurde lampen verlicht, een futuristisch gezicht. Om er een echt park van te maken, zijn tussen de fabrieken bomen geplant. Wie liever een oude hoogoven in originele staat bekijkt, bezoekt de Heinrichshütte in Hattingen, een staalfabriek uit 1854.

Nog net geen park is het grote, verwilderde terrein van een van de grootste voormalige steenkolenmijnen in het Ruhrgebied, waarvan de Zeche Zollverein het middelpunt is. Wat de Eiffeltoren voor Parijs is, is deze 55 meter hoge stalen mijnlift in Essen voor het Ruhrgebied. De in de strakke Bauhausstijl uit de jaren twintig gebouwde lifttoren is door de Unesco uitgeroepen tot `de mooiste ter wereld' en staat zelfs op de werelderfgoedlijst.

Onder het erfgoed valt ook de na de mijnsluiting stilgelegde cokesfabriek op hetzelfde terrein, waar je onder leiding van een gids doorheen kunt wandelen. In voorheen onbegaanbare delen, zoals de opslagsilo's en transporttunnels voor kolen, zijn trappen gemaakt, zodat je de weg van steenkool naar cokes te voet kunt afleggen. Je kunt ook lopen door de cokesovens, waar een wandelgang door is gebouwd.

Door de verschillende mijngebouwen die rondom de Zeche Zollverein staan – behalve die waarin nu een casino en een restaurant zitten – gaat ook een rondleiding, maar de toren zelf is niet te beklimmen. Dat kan dan weer wel bij de vergelijkbare, en zelfs nog iets hogere, lifttoren naast het Deutsches Bergbau-Museum in Bochum. Daarin zijn op 50 en 62 meter hoogte uitzichtplateaus gemaakt, die per lift bereikbaar zijn. Dezelfde lift gaat ook 22 meter de grond in, waar een mijngang is nagebouwd.

Een nog puntgaaf mijnbouwterrein in originele staat is de Zeche Zollern in Dortmund-Bövinghausen. Als je het terrein oploopt, is het net of je een kloostertuin betreedt. Op het terrein staan prachtige Jugendstilgebouwen, die pas als je er binnengaat verraden ooit douches en kleedkamers voor mijnwerkers of de machinekamer voor de bediening van de liften geweest te zijn.

RIJKE FLORA

In Dortmund staat verder Kokerei Hansa, opnieuw een cokesfabriek, alleen wordt deze `teruggegeven aan de natuur', wat betekent dat tussen de gebarsten ovens, roestende machines en vervallen chemische installaties waar je tussendoor kunt lopen plotseling een rijke flora verrijst, die uiteindelijk moet uitmonden in een park zoals in Duisburg-Noord. Iets vergelijkbaars is tot stand gekomen in het Nordsternpark in Gelsenkirchen, een voormalig mijnterrein.

De Route der Industriekultur staat overigens niet alleen in het teken van kolen en staal. De route leidt ook langs een chemiepark, een elektriciteitscentrale, een bierbrouwerij, een scheepvaartmuseum, een watertoren en een spoorwegmuseum. Wie een algemene introductie wil op de zware industrie in het Ruhrgebied, bezoeke het Rheinisches Industriemuseum in Oberhausen (in een voormalige zinkfabriek) of het Ruhrlandmuseum in Essen.

Alles bekijken kost minimaal een week, maar een selectie van de interessantste fabrieken kan in één of twee dagen. Nergens liggen immers zo veel publiek toegankelijke verlaten industriecomplexen zo dicht bij elkaar.

De Route der Industriekultur staat overal in het Ruhrgebied duidelijk aangegeven. Bij VVV's en alle monumenten die deel uitmaken van de route zijn gratis folders en plattegronden verkrijgbaar. Meer informatie op internet:

www.route-industriekultur.de

www.ruhrgebiettouristik.de

www.ruhrgebiet.de

    • Jochen van Barschot