`Ik kies voor de kwetsbare mens'

Cultureel antropologe Gerdien Steenbeek stimuleert haar studenten om een eigen weg te kiezen. `Maar die keus moet consistent zijn.' Deel 4 in de serie bekroonde docenten.

Culturele antropologie, de wetenschap die, zoals dat zo mooi heet, `de mens centraal stelt in de context van de veranderende cultuur', gaat nog steeds ietwat gebukt onder het imago van de geitenharen sok. Een leuke studie van het exotische, waaruit een knusse nestwarmte opstijgt en die vooral populariteit geniet onder vrouwelijke studenten. Gerdien Steenbeek (47), verbonden aan de vakgroep Culturele Antropologie van de Universiteit Utrecht en het afgelopen studiejaar winnares van de docentenprijs van diezelfde universiteit, is graag bereid van dat oordeel voor eens en voor altijd gehakt te maken. In haar huis in Nieuwegein vertelt ze met binnen de wetenschappelijke perken gehouden bevlogenheid over haar vak. Zo nu en dan begeleidt ze haar zacht uitgesproken en goed geformuleerde zinnen met een gracieus handgebaar. Warmte is haar niet te ontzeggen, maar een kritische nuchterheid voert de boventoon.

Culturele antropologie, zegt ze, is uitermate belangrijk. Het is waar, de uniciteit van de cultuur ís niet meer, maar dat zij volledig gehomogeniseerd zou zijn en daardoor minder relevant is geworden, is schijn. ``Het is andersom: juist in deze tijd van mondialisering hebben mensen meer belangstelling voor hun eigen cultuur en leggen zij daar meer de nadruk op. Aan alles zit een antropologische hoek, elke dag weer dringt de culturele mens zich aan je op.'

De cultureel-antropologische kennis wordt naar haar mening te weinig ingezet. Een voorbeeld. Al weer enkele jaren geleden ging men in Latijns Amerika de tuberculose te lijf. Aan de bevolking werden rode pillen uitgedeeld. ``Maar rood wordt daar evenals die ziekte geassocieerd met `warm' en je bestrijdt warmte toch niet met warmte?' De pillen bleven grotendeels onaangeroerd en de campagne werd een fiasco. Een beetje cultureel antropoloog had dat van te voren kunnen vertellen. Ook in het etnisch rijkgeschakeerde Nederland met zijn doorlopende voorstelling van een multicultureel drama, zou van het vak een breder gebruik moeten worden gemaakt en zou de stem van de cultureel-antropoloog wel eens duidelijker mogen doorklinken. Zoals in de beladen discussie over de islamitische hoofddoeken. Die lijkt te gaan om verschillen in etniciteit, met daarin verweven de vrijheid van godsdienst en de grenzen van de Nederlandse gedoogcultuur. ``Maar er loopt een duidelijke gender-kwestie doorheen: de sociaal-culturele betekenis van en de opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Dat al die mannen in jurken lopen, daar hoor je niemand over.'

Met de stelling dat de cultureel-antropoloog slechts behoort te observeren en beschrijven kan ze zich niet verenigen. ``Ik kies partij.' Dat is niet onwetenschappelijk. ``Als je maar aangeeft dát je het doet en zegt waar je staat. Beter idealistisch dan onverschillig. Trouwens, als je geen partij kiest, kies je in zekere zin óók en die keus komt de overheersende groep vaak niet ongelegen.'

Gerdien Steenbeek is feministisch antropologe, wat speciale aandacht voor de kwetsbare mens met zich meebrengt. Drijfveer is het streven naar een rechtvaardiger wereld, aandachtspunten zijn vrouwen, achtergestelde groepen en armoede met de daarmee gepaard gaande sociale uitsluiting. Haar in 1995 verschenen proefschrift `Vrouwen over de drempel' ``ik heb het geschreven in de weekeinden' vormt daarvan de neerslag. Ze deed daarvoor onderzoek onder vrouwen uit de volksbuurten van de provincieplaats Irapuato in één van de meest conservatieve gebieden van Mexico. De meerderheid van hen werkte als loonarbeidster in de snel uitdijende kledingindustrie, velen van hen stuitten op verzet van hun mannen die een werkende vrouw beschouwen als een aanranding van hun masculiene identiteit. De beschrijving van de manier waarop de Mexicaanse vrouwen in die macho-cultuur strategieën ontwikkelden in de omgang met elkaar en met de mannen lokte nogal wat positieve reacties uit van Nederlandse vrouwen met een katholieke achtergrond. Die herkenden de situatie.

In Nederland deed Gerdien Steenbeek, samen met collega-antropoloog Annelou Ypeij, onder meer onderzoek naar de leefwijze van bijstandsvrouwen (autochtoon en allochtoon) en stuitte op veel stille armoede. ``Bij de Nederlandse vrouwen heerst de gedachte: als je de zaak maar proper en netjes houdt, ziet niemand het. Uit schaamte verbloemen zij hun armoede. Surinaamse en Antilliaanse vrouwen bijvoorbeeld gaan heel anders om met armoede. Daar gaat de familieband verder dan de muren van het huis, heerst over het beladen onderwerp meer openheid en schiet men elkaar vaker te hulp.'

Ook bóven de armoedegrens worden vrouwen in Nederland nog steeds achtergesteld. Dat zou moeten dwingen tot een krachtdadig emancipatiebeleid, maar daarmee is het treurig gesteld, zegt ze. Van het doorstoten van vrouwen naar de hogere echelons heeft ze in haar eigen domein, de universiteit, tijdens haar bijna twintigjarige docentschap weinig kunnen bespeuren. Onneembaar bolwerk, ``in stand gehouden door het old boys network, benoemingen worden bekokstoofd tijdens het snookeren.' Ja, ónderaan de kerstboom, daar zijn de vrouwen goed vertegenwoordigd, als aio of oio. Na de promotie is er voor hen geen plaats meer, zodat ze in wezen promoveren ter meerdere glorie van de vrijwel altijd mannelijke hoogleraar. ``De mannen zijn het zich nauwelijks bewust. Mij werd enkele jaren geleden gevraagd een lijst met kandidaten over te leggen voor de benoeming van een hoogleraar antropologie. Ik noteerde enkele namen van vrouwen die naar mijn mening voor die post in aanmerking kwamen, maar mijn voordracht werd terzijde gelegd met de opmerking van een mannelijk hoogleraar van de faculteit, dat het `hier niet ging om de benoeming van een hoogleraar vrouwenstudies'.'

Haar studenten lopen met haar weg, maar ze acht zich niet bevoegd daarover uit te weiden. Liever houdt ze het algemeen. ``Mijn doel is kritische antropologen op te leiden die creatief en onafhankelijk hebben leren denken. Ze moeten hun eigen weg kiezen, maar het betoog dat tot die keus leidt dient consistent te zijn en ze moeten de consequenties van hun keus overzien.' Onderwijs is veel meer dan het overdragen van kennis, zegt ze. Het is ook inzicht geven in de historische en culturele samenhang die tot die kennis leidt. Niet alleen in verre culturen, ook binnen de Nederlandse samenleving. ``Daal af uit die ivoren toren, zeg ik dan. Ga maar naar een opvanghuis voor daklozen, doe je schoenen maar eens uit in een moskee.' Haar studenten zijn actief in vrijwilligerswerk, thuiszorg, maatschappelijke dienstverlening, ze doen veldwerk in asielzoekerscentra, in `zwarte' scholen in Utrecht, in de townships in Zuid-Afrika, bij de kindervredesbeweging in Colombia.

Het idealisme leeft nog wel degelijk onder studenten, zegt Gerdien Steenbeek, ``maar het is anders verpakt. Het is voor hen veel moeilijker dan vroeger om aan hun idealen inhoud te geven. Vijfentwintig jaar geleden, in een overzichtelijker wereld, wierp je je in de vrouwenstrijd of liep je achter de rode vlag aan. Maar ze zijn gemotiveerd en werken in het algemeen hard. Dat moet ook, want ik stel hoge eisen.' Een docent, zeker in háár vak, dient zich aan te sluiten bij de leefsituatie van de studenten, vindt ze. ``Ze hebben een interessante leeftijd, ze staan op de drempel. Tijdens de pauze en daarbuiten praat ik met ze over wat hen bezighoudt. Ik wil weten wat hen beweegt, hoe ze hun toekomst zien. Culturele antropologie is een machtig mooi vak, maar je moet wel geïnteresseerd zijn in mensen. Als je dat niet bent, kan je beter chirurg worden.'

Gerdien Steenbeek: Vrouwen op de drempel. Gender en moraliteit in een Mexicaanse provinciestad. Thela Publishers Amsterdam, 1995. ISBN 90-5538-003-2.