GOD SCHUILT IN DE DETAILS

Na zes weken intensief repeteren komt alles samen: solisten, koor, musici, dirigenten, regisseurs, technici, productieleiders, ontwerpers, kleders, grimeurs en pruikenmakers dragen de première van de opera Euryanthe.

Het is een wonderlijke familie in het Muziektheater.

Creatieve passie naast een zakelijke kantoormentaliteit.

Jubelende tonen in combinatie met vakbondsacties.

The Making of the Opera.

Dinsdag 22 april, Grote Studio van Het Muziektheater

17.00 - 18.00 uur: Presentatie Euryanthe

Regisseur David Pountney komt binnen en parkeert zijn Brompton-vouwfiets aan de zijkant van de grote kale studio. Met zijn twee enorme bakkebaarden, als kromzwaarden op z'n ondoorgrondelijke gezicht, lijkt hij een kruising tussen een Britse Oxbridge diplomaat en een rock'n'roll-drummer op leeftijd. In het midden van de zaal staat de maquette van het decor. Uit zijn hoofd geeft Pountney een half uur lang een flamboyante en humorvolle uiteenzetting van zijn concept. Pountney plaatst het middeleeuwse ridderverhaal over liefdestrouw in de post-Napoleontische tijd (1823) waarin het geschreven werd.

Voor de regisseur is het vooral een relaas over de tegenstellingen tussen man en vrouw, en tussen goed en kwaad, een epos over de strijd tussen oorlogszucht en vredelievendheid, zo begrijp ik uit zijn exposé. De in Oxford geboren en in Cambridge opgeleide Pountney vormt met de Duitse decor- en kostuumontwerper Tobias Hoheisel het 'artistieke team' van de productie. De uit Oost-Duitsland afkomstige dirigent Claus Peter Flor heeft de muzikale leiding.

Dit drietal moet de komende zes weken de zelden uitgevoerde 'romantische' opera Euryanthe van Carl Maria von Weber op de planken brengen. Ze doen dat samen met nog zo'n driehonderd andere mensen: zeven solisten, circa zestig koorzangers, 120 musici, een choreograaf en acht balletdansers, één actrice, taalcoach, productieleider, rekwisiteur, koordirigent, lichtontwerper, 1ste toneelmeester en schoenmaakster, twee 2de toneelmeesters, veertien toneeltechnici, twee repetitoren, drie voorstellingsleiders, een belichtersploeg, vrachtwagenchauffeurs, decorbouwers, planners, tientallen schminkers, kleders, kostuum-, pruiken- en hoedenmakers.

Vier jaar geleden begon artistiek directeur Pierre Audi de opera in te plannen. Regisseur Pountney startte een jaar geleden met zijn voorbereiding. Toen werd ook het eerste proefdecor gebouwd en begon de Oostenrijkse sopraan Gabriele Fontana, die de titelrol zingt, het stuk thuis uit haar hoofd te leren. Circa dertig repetities en drie (voor)generales later, tijdens de première op 28 mei, moeten al die mensen en elementen samenkomen. De opera in drie aktes zal dan - de pauze niet meegerekend - precies 168 minuten en 37 seconden duren. Op het moment dat het sierdoek sluit, heeft voorstellingsleider Frank Lever achter de schermen via de intercom ongeveer 160 verschillende opkomsten en changementen aangekondigd.

De Nederlandse Opera is een creatieve fabriek, die met één been stevig in cao-land staat, maar de opera is ook een 'emotioneel en kwetsbaar' bedrijf, vinden de meeste betrokkenen. 'De buitenwacht heeft geen idee wat er allemaal bij komt kijken.'

Vrijdag 2 mei, Grote Studio

10.00 - 16.30 uur: Regie solisten

Het begint eenvoudig. De Grote Studio is een kale, hoge kubusvormige ruimte. Met latten, multiplex en gore lappen is provisorisch een repetitiedecor gebouwd. Repetitor Brenda Hurley begeleidt de solisten aan de vleugel, zonodig zingt zij de partijen van solisten of het koor. Vandaag zijn alle solisten aanwezig, en ook actrice Tine Joustra, die zwijgend Emma speelt, de dode zuster van graaf Adolar. Langs de kant volgen steeds zo'n tien tot twaalf mensen het hele repetitieproces. De kern bestaat uit Pountney met regie-assistente Jacqueline Poppelaars, dirigent Flor met assistent Julian Reynolds, choreograaf Andrew George en voorstellingsleiders Frank Lever, Mechteld van Gestel en Alvin Williams. Tijdens de repetities wordt Engels, Duits en Nederlands door elkaar gesproken.

De Nederlandse sopraan Charlotte Margiono speelt Eglantine, de vileine intrigante die de lieflijke Euryanthe (Gabriele Fontana) te gronde wil richten. Margiono is open en uitgesproken, goed van de tongriem gesneden, geestig en ze heeft een aangename gekte over zich. Na een explosieve passage trekt ze rare smoelen, maar ze is ook heel zorgzaam voor haar collega's. 'Ik voel heel veel respect en liefde voor Gabriele. Als ze zingt, moet ik echt oppassen dat ik niet te blij ga kijken, want dat past niet bij mijn rol.'

Wolfgang Brendel, met snor, buikje, toneelzwaard en gympen, zingt de wraakridder Lysiart, die met Eglantine samenzweert. Tijdens de repetitie blijkt hij vooral een luidruchtig aandachtstrekkertje. Hij zingt prachtig, maar hij heeft ook een 'hoog stampvoet- en pompompomgehalte', zoals een van de zangers het uitdrukt. Men vindt het not done. Terwijl de regisseur aanwijzingen geeft, kletst de ridder-op-gympen gewoon door. 'Can't you stop talking for one minute?', bijt Pountney hem toe. 'Als jij je niet concentreert, hoe kun je dan in godsnaam Lysiart tot leven brengen?' Bedremmeld biedt Brendel zijn excuses aan.

Von Weber heeft verbazingwekkend mooie muziek geschreven op een ongewoon slecht libretto, zo luidt de communis opinio over Euryanthe. Het operahandboek dat de voorstellingsleiders gebruiken, noemt het libretto zelfs 'één van de meest volledige mislukkingen van de 19de eeuw'. Regisseur Pountney zegt het diplomatieker. 'Het is duidelijk dat je dit verhaal zonder muziek niet verteld zou hebben. Dit verhaal heeft muziek nodig.'

'De meeste operalibretti komen niet voor een literaire prijs in aanmerking', constateert dirigent Flor droog. 'Maar muzikaal is Euryanthe een revolutionaire opera, de sleutelopera voor alle opera's die erna komen. Zonder Euryanthe was Wagner niet mogelijk geweest.'

Dat opera muziek heeft, is voor Pountney juist het meest gecompliceerde aspect van muziektheater. 'We voelen er van alles bij, maar muziek is een abstracte taal, heeft geen concrete betekenis. Wij moeten dat omzetten in tastbare zaken, een driedimensionaal beeld: decor, kostuums, actie en drama. De taal waarin muziek is genoteerd, is ongelofelijk precies. In een partituur heeft elke minuut muziek vijfhonderd instructies. Maar een regisseur heeft in een hele scène misschien nog geen vijftien instructies. Dus hij moet een hoop uitvinden. Daarom is elke enscenering, zelfs die van een saaie regisseur, per definitie anders.'

Pountney is niet geïnteresseerd in kitchen sink-realisme. 'Opera is per definitie onrealistisch, anders zou er niet gezongen worden. Maar de zichtbare werkelijkheid is misschien ook wel de minst interessante. We zijn veel meer gericht op wie we zijn, wat we denken, wat we dromen en wat we fantaseren. Daarom werk ik niet per se realistisch en zelfs niet in dezelfde tijdsdimensie. Je moet heel goed van tevoren weten wat je wilt. Maar als ik eenmaal bezig ben, dan ben ik feitelijk aan het improviseren.' Dat blijkt. Tijdens de repetitie krijgt het ridderverhaal onverwacht een lichte lesbische touch als Margiono Fontana heftig op de mond zoent.

Margiono en Fontana zijn verguld met Pountney. 'Hij heeft een goed concept en heeft zich heel goed voorbereid', zegt Fontana. 'Hij luistert naar de zangers, je kunt suggesties doen en hij is inspirerend.'

Dinsdag 6 mei, Grote Studio

14.00 - 21.00 uur: Regie solisten

Vandaag komen de figuranten en dansers erbij. Met hun slanke afgetrainde lijven vallen ze op tussen de zangers. Tijdens de zangpartijen liggen ze te stretchen, bekken te trekken of ze doen even een spagaat. Dirigent Claus Peter Flor is tijdens de repetities zeer aanwezig. Hij is klein van stuk maar heeft de authentieke wilde dirigentendos die hij ijdel naar achteren zwiept als de fotografe hem wil vastleggen. Flor zwaait en springt alsof hij in Carnegie Hall staat. 'Zo maak je ze niet vaak mee', zegt Margiono. 'Hoe kleiner, hoe verknipter. Alsof hij een orkest staat te dirigeren.'

Tegen het einde van de middag zakt de concentratie in. Ik zie Margiono gapen, maar even later brengt ze alle dansers aan het giechelen door een bizarre zangschater te produceren. Margiono voelt zich 'mat', ze verlangt naar het einde van het seizoen. 'Ik heb dit seizoen al vijf producties gedaan. Gelukkig heb ik nu niet zo'n grote rol. Als zanger komt er veel op je af: de regisseur, de taalcoach, de dirigent en dan wil weer iemand je voeten opmeten. Ondertussen moet jij je helemaal blootgeven. Als zanger ben je altijd met drie dingen tegelijk bezig: de muziek, tekst en het acteren. Mensen hebben geen idee wat er allemaal bij komt kijken. Toen ik als operazanger begon, vroeg men mij nog wel eens: En wat doe je dan overdag?'

Donderdag 8 mei, Grote Studio

10.00 - 17.00 uur: Regie solisten en koor

De openingsscène van de eerste akte wordt 's middags gerepeteerd. Op de set staan vijf zwarte doodskisten. Vandaag komt het operakoor erbij dat de afgelopen week in een aparte studio heeft gerepeteerd. Niet alle koorleden zijn er, maar met figuratie en dansers staan er nu wel zo'n vijftig, zestig mannen en vrouwen op de set. De repetitie krijgt een geheel andere dynamiek. Er wordt rondgebanjerd en geanimeerd gekwebbeld. 'Aren't we all in primary school again?', gnuift Pountney. Koordirigent Winfried Maczewski moet de koorleden steeds sissend tot stilte manen. Flor tikt af. En dan vult de ruimte zich met de volumineuze zang uit vijftig borstkassen. Ineens is het opera.

Ondertussen wordt in de immense toneeltoren achter de bühne een groot deel van het decor geassembleerd. Het schilderwerk, de gemarmerde nepnatuursteen, blijkt door ontwerper Hoheisel te zijn afgekeurd. Een flinke tegenslag. Ook het timpaan van de halfcirkelvormige, neo-classicistische pilarenrij is nog niet gereed. 'Het gaat spannend worden', zegt Bob Brandsen. Hij is de productieleider van Euryanthe, of zoals hij het zelf noemt: 'een soort projectmanager met een theatrale twist'.

Behalve De Nederlandse Opera is Het Nationaal Ballet de hoofdbespeler van het Muziektheater. Daarnaast is er ook nog gastprogrammering. Tijdens het instuderen van een opera wordt er 's avonds vrijwel altijd een andere opera- of balletvoorstelling uitgevoerd. Deze weken gaat bijvoorbeeld bij de Nederlandse Opera Die Soldaten van Bernd Alois Zimmerman in première. Dat betekent een rigide ritme van bouwen en breken. Elk decor is zo geconstrueerd, dat het in 2,5 uur gebouwd en in één uur weer afgebroken kan worden. Een normale voorstellingsdag begint 's morgens vroeg met de decoropbouw, gevolgd door de regierepetitie van elf tot drie uur 's middags. Daarna wordt de set weer afgebroken om plaats te maken voor het decor van de avondvoorstelling, dat 's avonds laat weer wordt afgebroken.

'Omdat we zo veel producties tegelijkertijd hebben, beginnen we al twee jaar van tevoren te plannen', vertelt productieleider Brandsen. 'Dan gaan we kijken welke producties naast elkaar kunnen. Sinds de monsterproductie Ring des Nibelungen hebben we een speciaal productieproces ontwikkeld om alles in de klauwen te houwen.'

Er zijn drie overlegvormen: het beleidsteam, het productieteam (alle afdelingshoofden) en het ontwerpteam. Brandsen zit bij alle vergaderingen en zet de legpuzzel van dat hele complexe technische proces in elkaar. Als er ergens een vertraging optreedt, ontstaat er al snel een kettingreactie. 'Ik zou het mooiste baantje van de wereld hebben als alles volgens plan zou verlopen. Dan zou ik niets hoeven doen. Maar je hebt vaak met emoties te maken, met artistieke ideeën die voortdurend in beweging zijn. Ik heb steeds zes, zeven lijntjes uitstaan.

'Het Muziektheater is een dorp: familie, vriendschappen, relaties, liefdes. Er heerst hier ook een enorm gevoel van trots. Het is toch een heel prestigieus huis, we horen bij de top. Dat vind ik leuk aan de operawereld. Technisch gezien is het een fabriek, waar een hele vergadercultuur onder hangt. We hebben te maken met cao's, arbo-wetgeving, productierisico-inventarisaties, veiligheidsprotocollen. Het is geen toneelgezelschapje dat met rode wijn, joints en sigaretten tot diep in de nacht repeteert. Bij een deel van de mensen heerst een van-negen-tot-vijf-mentaliteit. Dat moet ook, anders kun je zo'n groot bedrijf niet runnen. Je moet de balans vinden tussen de artistieke uitdaging en continuïteit. Je moet voortdurend vechten tegen die cao-mentaliteit, maar aan de andere kant moet je ook tegen de decorontwerper kunnen zeggen dat je iets niet binnen een kwartiertje kunt ombouwen.'

Vandaag steekt de cao-mentaliteit zijn stugge kop op. De secretaresse van de Ondernemingsraad spreekt Brandsen aan. De al weken slepende onderhandelingen over een nieuwe cao van De Nederlandse Opera en de Technische Organisatie Muziektheater zijn vastgelopen. Er hangen acties in de lucht.

Vrijdag 9 mei, Grote Studio

10.00 - 17.30 uur: Regie solisten en koor

Tijdens de middagrepetitie is Charlotte Margiono afwezig. Regie-assistente Jacqueline Poppelaars moet haar rol 'lopen'. Jo-Anne Spier, koorsopraan, maakt voor zichzelf een spiekbriefje van het libretto. 'Nog niet iedereen kent de tekst. We krijgen het libretto pas een week voor de repetities. En wij zijn altijd met drie, vier producties tegelijk bezig.' Vandaag gaat er veel mis met de timing en de opkomsten van het koor. Steeds moet het over. Maar de sfeer is heel gemoedelijk. Er wordt veel lol gemaakt. Dat komt ook door regisseur Pountney. Hij is ontspannen en geestig. Als de koorzangers moeten uitbeelden dat ze vanwege de oorlog gebukt gaan onder een 'posttraumatisch stress-syndroom' en gespeeld larmoyant over de balustrade van het decor hangen, roept Pountney: 'Het lijkt of jullie en masse over de reling van een schip aan het kotsen zijn.' Bulderend gelach.

Assistente Poppelaars vindt het 'heel leuk' om met Pountney te werken. 'Hij is bovendien echt ontzettend goed voorbereid. Hij kan uitstekend muziek lezen, weet op welke tel iets komt, kan heel efficiënt repeteren en loopt op iedereen tien stappen vooruit. Hij weet wat hij wil en kan dat ook goed overbrengen. Dat is uitzonderlijk. Je hebt veel regisseurs die beginnen te gillen en te stampvoeten, prima donna's die verwachten dat je in de houding springt, maar niet kunnen uitleggen wat ze willen. Hopeloos.'

Het is niet altijd even makkelijk voor een regisseur om 'alle neuzen' in dezelfde richting te krijgen. Vooral die van het koor, de 'grootste en machtigste' groep. 'Veel regisseurs zijn bang voor ons, die raken door die massa bijna geïntimideerd', zegt mezzosopraan Inez Hafkamp. 'Pountney niet, die ziet ons als individuen. Maar soms denk ik ook wel eens: wat een ambtenaren! Koorleden die precies om vijf uur hun jas gaan aantrekken, terwijl de dirigent nog staat te zwaaien. Als je er langer in zit, ga je het ook beter begrijpen. Het is hier echt een fabriek. Je zingt twaalf producties per jaar. Dat moet je in een vorm gieten. Dan is het niet langer zo van: we gaan voor die grote mooie kunst. Dat hou je gewoon niet vol. Het gaat eeuwig door.'

Ondanks 'de goede cao', pensioenregelingen en fringe benefits als 'stemvakanties' vinden de sopranen het vak van koorzanger zwaar en veeleisend. 'We moeten alle componisten kunnen zingen', zegt Spier. 'Tijdens repetities sta je soms wel eens zes uur aan een stuk te zingen, doe je de opera twee keer.' De kwaliteitseisen voor een koorlid zijn dan ook hoog, de spoeling navenant dun. Vorig jaar kwamen er - na honderd audities - slechts twee nieuwe zangers bij. Ze zijn trots op hun koor, voelen zich bevoorrecht. Er heerst veel saamhorigheid. 'Er zijn vriendschappen en natuurlijk ook liefdes. Het is heel fysiek werk, je zit de hele tijd aan elkaar', zegt Hafkamp. 'Als ik niet meer in het koor zou zitten, zou ik het heel erg missen. Je bent toch wel een soort familie van elkaar.' En de betovering blijft. Tijdens een matinee zie ik Hafkamp in het duister achter de coulissen geconcentreerd en ontroerd naar een aria van Gabriele Fontana luisteren. 'Oh, dit is zo prachtig!'

Maandagmiddag 12 mei, Grote Studio

10.00 - 17.30 uur: Regie solisten en koor

Vanmorgen heeft het Muziektheater een ontruimingsoefening gehouden. Honderden medewerkers moesten het gebouw plotseling verlaten. De repetitie begint een uur te laat. En morgenochtend is de eerste werkonderbreking, een grote actiebijeenkomst in de theaterzaal. Het wordt menens. Het productieteam is geïrriteerd, omdat de vakbondsman eerst Pountney heeft ingelicht, die nog helemaal van niets wist, en toen pas de directie. 'Fire drills and strikes. It's fucking corporate sabotage', zegt Pountney half-grappend.

Tijdens de repetitie 's middags begint de opera samen te vloeien. Naast Flor stuurt ook koordirigent Maczewski het koor aan. In zijn enthousiasme geeft hij bij het begin van elke passage een loeiharde stamp op de vloer. Pountney kijkt nu vooral toe.

Op het toneel zijn de technici al sinds de vroege ochtend aan het bouwen en het licht aan het voorbereiden. Op de tweede verdieping passen de dansers hun leren soldatenpakken. In de afgelopen weken zijn in het kostuumatelier 270 kostuums gemaakt, en een zelfde aantal paren schoenen. Elders op de verdieping zijn twee hoedenmaaksters bezig met allerlei militaire hoofddeksels. De opera is een reservaat van oude ambachten. Hoofd van de kostuumafdeling, Robby Duiveman, begon vijf maanden geleden met ontwerper Hoheisel aan de voorbereiding. 'Het maken van een gecompliceerd kostuum kost tussen de veertig en zestig manuren. Zo'n laatste week is het altijd hectisch en is het alle hens aan dek.'

Ook de grime-afdeling ligt op schema. 'Voor ons is Euryanthe wel een grote productie vanwege de vele pruik- en kostuumwisselingen', vertelt Luc Verschueren, hoofd kap en grime. Er worden basispruiken gebruikt, maar een twintigtal nieuwe pruiken is speciaal voor Euryanthe gemaakt. Elke pruik kost minstens tien mandagen. Voor en tijdens de voorstelling zijn vijftien schminkers in ploegen bezig met het opmaken. Ze moeten razendsnel werken. 'Vanwege het koorregelement mogen we de koorleden pas een uur voor opkomst vragen. We hebben gemiddeld tien minuten per hoofd.'

Dinsdag 13 mei, Toneel Muziektheater

10.30 - 14.30 uur: Regie solisten en koor

Vanochtend begint dirigent Flor aan de eerste van zijn vier orkestrepetities in het Concertgebouw. Op hetzelfde moment wordt in het Muziektheater de eerste protestvergadering gehouden. De opkomst van het personeel is groot, de verzamelde pers staat buiten. Twee vakbondvertegenwoordigers steken op het toneel hun verhaal af. Het cao-conflict laat zich niet makkelijk in een paar zinnen vangen. De directie heeft er later in een toelichting vier pagina's voor nodig. 'Er is een aparte pot gereserveerd', legt onderhandelaar Wisso Wissing van de Nederlandse Toonkunstenaarsbond later uit, 'Het gaat er vooral om hoe die beschikbaar komt voor het personeel. De directie wil dat geld in het nieuwe loongebouw onderbrengen, wij willen structurele loonsverhoging.' Morgenochtend is een demonstratie gepland naar het Decorcentrum in Amsterdam-Zuidoost, waar alle opera- en balletdecors worden gebouwd en deels ook staan opgeslagen.

Pas na de middagpauze gaat de eerste pianorepetitie op het toneel van start.

Assistent-dirigent Julian Reynolds dirigeert.

Maczewski en de rest van de artistieke kernploeg kijken nu vanuit de zaal toe.

Maczewski, met onnavolgbaar Oost-Europees accent: 'Dit is altijd een spannend moment. Hoe klinkt het, past het allemaal wel?'

Voorstellingsleider Frank Lever zit rechts van het toneel achter de coulissen met monitoren en het intercomsysteem. Nu gaat het voor hem beginnen. Via de intercom is hij verbonden met de andere twee voorstellingsleiders, de kleedkamers, de toneeljongens, het licht en het geluid. Op de linkerpagina van zijn draaiboek staat de partituur, op de rechter alle cues met exacte tijden. Die worden de komende twee weken nog voortdurend bijgeschaafd. Via mijn head set kan ik alles volgen: 'Attentie doodkistenfiguratie!'

Choreograaf Andrew George rent heen en weer tussen zaal en dansers op het toneel. En ook regie-assistente Poppelaars draaft voortdurend naar voren om de aanwijzingen van de regisseur door te geven aan koor, solisten en figuratie. Nog steeds is het bovenstuk van het decor niet af, waardoor er nog niet uitgelicht kan worden en bepaalde scènes niet gerepeteerd kunnen worden. 'Het zal tot de première wel een rommeltje blijven', zegt productieleider Brandsen. 'Het wordt spannend. Er gaat meer mis dan anders. Als alles zich opstapelt, krijgen we het beruchte domino-effect. Maar we komen nog niet echt in de problemen.' Regisseur Pountney houdt zijn gevoel voor humor. 'Moeten deze arme uitgeputte mensen niet zo langzamerhand pauze hebben?', roept hij als het hele circus eindelijk op gang is gekomen.

Na de repetitie bereidt kleder Gert Jan van Veghel al de avondvoorstelling van Die Soldaten voor. Hij hangt de gewassen en gestreken rode soldatenuniformen op knaapjes. Tientallen rode laarsen staan in slagorde klaar, alsof er een invasie van ongeschoeide tuinkabouters ophanden is.

Donderdag 15 mei, Toneel Muziektheater

11.00 - 15.00 uur: Regie van solisten en koor

De demonstratie vanmorgen is chaotisch verlopen, een deel van de demonstranten heeft het Decorcentrum in Amsterdam-Zuidoost nooit bereikt. De repetitie gaat drie uur te laat van start. 'We hebben deze week al vijf uur verloren', zegt regie-assistente Poppelaars. 'Maar Pountney is zo doorgewinterd, heeft alles al meegemaakt. Die krijg je niet zo snel omver. Elke dag zijn er ook wel een paar koorleden niet aanwezig, elke keer weer anderen. Heel lastig. Het is toch een militaire operatie, zo'n repetitie.' Er zijn nog steeds problemen met de timing van de militaire operatie. Een paar keer gaan de opkomsten van het koor fout en moeten scènes over.

'In de studio kun je met de solisten op de millimeter werken. Zodra je het toneel op gaat, kijk je naar het hele canvas. Dan moet je mensen meer de ruimte geven, de hele timing wordt anders.' De regie-assistente vormt de schakel tussen regisseur en het koor, de solisten, de voorstellingsleiders. Poppelaars houdt nauwgezet alle regie-aanwijzingen bij in een draaiboek: de motivatie, de acties, routes, relaties tussen solisten. Nadat de regisseur vertrokken is, meestal na de première, krijgt de regie-assistente de verantwoordelijkheid voor de voorstelling.

'We weten niet waar Charlotte Margiono is', hoor ik over de intercom. Poppelaars neemt haar rol over, repetitor Bauke van der Meer zingt. Pountney is geïrriteerd, zijn frustratie groeit. Even later arriveert Margiono alsnog, een misverstand.

'Een paar keer niet komen opdagen? Ik heb een smetteloze reputatie', zegt Margiono. 'Ik was één keer ongesteld, als je het precies weten wilt. En één keer was ik bezig om verkouden te worden. Ik heb alles gedaan om dat te voorkomen. Als je uitvalt, dan hebben ze echt een probleem. Ik ben heel gedisciplineerd, ga vroeg naar bed, drink niet. We hebben een keihard beroep, waarbij mensen al op hun vijftigste opgebrand zijn. Voordat je daar staat, heb je zo'n pad afgelegd. Daarom is er onderling veel respect tussen zangers. En je kunt lullen wat je wilt, maar zonder zangers kun je nou eenmaal geen opera maken. Heel veel is vervangbaar. Je kunt ook in spijkerbroek zingen, met een goedkoop decortje. Dat is natuurlijk ook een beetje wrang, als je bedenkt wat een toestanden er allemaal uit de kast worden getrokken. Decors die bij wijze van spreken van goud moeten wezen, regisseurs en dirigenten die krankzinnige bedragen wegslepen. Je kunt je afvragen of opera nog wel van deze tijd is. En zelfs als jij een hele productie volgt, kun je toch niet goed overzien wat opera is. Het is nooit hetzelfde. Elke keer een nieuwe familie, een ander avontuur. Het is een emotioneel bedrijf. We worden afgerekend op de première, dat maakt het zo kwetsbaar.'

Maandag 19 mei, Toneel Muziektheater

13.00-17.00 uur: Orkest-toneelrepetitie solisten en koor + licht

Het is een feestelijke dag. Vandaag zitten de 120 musici van het Concertgebouworkest in de bak. Voor het eerst is de muziek echt te horen, zoals die door Von Weber is genoteerd. De artistieke kernploeg is uitgebreid met hoofdbelichter Wolfgang Göbbel die met assistenten, computers en lichtpaneel links van regisseur Pountney achter in de zaal zitten. Vandaag moet het allemaal samen gaan komen.

'Er zijn weer een paar koorleden niet', zegt regie-assistent Poppelaars. Margiono is er wel. Pountney loopt op haar af en zegt sarcastisch: 'You are here! Are you ill?'

De eerste lichtrepetities zijn in het weekend gehouden. Het decor is nog steeds niet klaar, maar het timpaan is nu in huis. Vanavond wordt het gemonteerd. In het weekend bleek ook dat een deel van de speelvloer die moet kantelen tijdens een scène, niet berekend is op de veertig koormannen die hij moet houden. 'Every single detail is fucked up', zegt ontwerper Hoheisel ontstemd.

'Het schilderwerk is niet goed, het decor nog steeds niet afgebouwd. De kantelvloer werkt niet goed. We kunnen ook niet verder met het licht.'

Het cao-conflict is aan het verharden. De operadirectie blijft bij zijn eindbod. Toekomstige acties worden niet meer aangekondigd. 'Nou begint het een beetje knijp te worden', zegt productieleider Brandsen. 'Dit weekend was zwaar. Als er nu verder geen shit meer gebeurt, denk ik dat we het gaan halen voor de première.'

Pountney blijft stoïcijns, hij is als Director of Productions van the English National Opera gepokt en gemazeld in vakbondsmores. 'Er gaat bij deze productie wel onevenredig veel mis met het decor. Maar als de vakbonden leuk meewerken, hoeft dat verder niet zo'n probleem te zijn. Vorige week is officieel de recessie afgekondigd in West-Europa. Misschien moeten ze blij zijn dat ze werk hebben!' De regisseur loopt het toneel op om zelf een toneelactie voor te doen aan het koor.

Eigenlijk is dit de dag van dirigent Flor. Het accent ligt vandaag op de muziek, niet op de regie. Elke twee, drie minuten staakt Flor de muziek om aanwijzingen te geven. Daarmee komt ook steeds de hele operakaravaan tot stilstand. 'Shit, hij is weer gestopt!' roept voorstellingsleider Mechteld van Gestel verbaasd over de intercom. 'Hij is gewoon een orkestrepetitie aan het houden.' Je hebt orkesten', zegt koorsopraan Jo-Anne Spier, 'die dirigenten saboteren. Ik wil niet zeggen dat het nu gebeurt, maar het gaat nog een lange dag worden.'

Achter de coulissen wordt gemord over de dirigent. 'We vinden Flor allemaal heel eigenaardig. Hij is niet goed voorbereid, hij is nerveus, het is geen operadirigent', klinkt het. Onzin, vindt assistent-dirigent Reynolds. 'Iedere dirigent werkt weer anders. Als je van het Concertgebouw naar het Muziektheater gaat, moet je opnieuw de hele balans van het orkest vinden.'

'Er zijn helemaal geen spanningen met Flor', vertelt Gabriele Fontana (Euryanthe) in de pauze. 'Hij is heel aimabel en beleefd en dat helpt altijd. Het hele artistieke team is geweldig en het is een fantastische opera. Maar we hebben nog maar zeven dagen tot de première. Natuurlijk groeit de spanning, ook voor mij persoonlijk. We wachten nu echt op het licht, op de kostuums, tot de set eindelijk klaar is. Maar we zijn ook opgewonden, omdat het orkest vandaag in de bak zit.'

Fontana vind de rol van Euryanthe geweldig. 'Euryanthe heeft dramatische momenten, lichte, ontroerende, stille en psychologisch moeilijke momenten.' Dat blijkt tijdens de derde akte als Fontana een prachtige aria zingt, terwijl het orkest op de achtergrond blijft. Het is een van de ontroerendste scènes van de opera. Ze staat zielsalleen bij het bed met bebloede lakens. Enorme spiegelscherven van vijf, zes meter lengte, aan computergestuurde trekken, steken dan als speren tussen de pilasters door het toneel op, in de richting van het bed. Euryanthe vindt een scherfstuk, zo groot als een dolk en bewerkt daarmee haar lichaam.

'Afgelopen zaterdagavond zijn we dat gaan repeteren. Toen zag ik pas voor het eerst hoe de scherven bij het bed hangen. Het maakt de scène compleet anders. Pountney heeft met die scène dingen gedaan die ik helemaal niet verwachtte. Die zelfmutilatie is heel moeilijk. Tijdens de repetitie ging het zo diep dat ik na afloop heel erg gedeprimeerd was. Die aria gaat over angst en zelfdestructie. Dat is niet zo makkelijk als men denkt. Het toneel is mijn leven, ik hou hartstochtelijk van acteren en zingen. Urenlang op het toneel staan is voor mij het makkelijkste deel van het werk. Wat ik vooral moeilijk vind is, dat je diplomatiek en open moet zijn tegen de dirigent, de regisseur, eigenlijk iedereen en tegelijkertijd jezelf bij elkaar moet zien te houden. Emotioneel geef je veel tijdens de repetities. Dat zuigt de energie uit je weg. Als je naar huis gaat, ben je opgebrand. Dan voel je je heel erg eenzaam. De mens die alleen achterblijft in zijn appartement, kan niemand iets schelen. Dat is zwaar.'

Dinsdag 20 mei, Toneel Muziektheater

13.00 - 1800 uur: Voorgenerale Piano

Ook deze belangrijke dag begint met een vakbondsactie. Vakbondsman Wisso Wissing staat op het podium, het koor met soldatenpakken en andere medewerkers in de zaal. Wissing kondigt aan dat er vanaf nu alleen nog maar 'verrassingsacties' komen. 'Als de koorleden er nu eens allemaal waren', zegt assistent-dirigent Julian Reynolds. 'Dat zou pas een verrassingsactie wezen.' Pountney vindt het een disgrace.

Even later lopen de dansers, koorzangers, figuranten en solisten allemaal gekostumeerd, bepruikt en opgemaakt rond in de gangen en catacomben van het Muziektheater. Het lijkt een bal masqué, een verkleedfeestje. Zangers die ik al weken meemaak, herken ik pas na twee keer kijken. De danseressen lopen in zwarte leren rokken met diepe split, met naakte benen, de borsten nauwelijks verhuld in doorkijkstof, zwarte voiles om hun hoofd geknoopt, als morbide maar sexy moslima's. Ook de kostuums van actrice Joustra (met voile) en hoofdrolspeelster Fontana zijn gewaagd transparant. De borsten van Euryanthe tuimelen bijna uit haar decolleté. Het is even wennen met die kostuums: 'Blijf jij niet haken met je jurk?'

De generale begint een uur te laat. Het sierdoek glijdt open. De eerste akte opent met de doodskistenscène. Het vrouwenkoor zingt prachtig hoog en ijl, kunstsneeuw dwarrelt in de theaterspots. De magie van het theater werkt, de legpuzzel is bijna compleet. Dit is de laatste kans voor de regisseur om nog echte wijzigingen aan te brengen. De doorloop wordt in de zaal nu ook gevolgd door de hoofdbelichter, de productieleider, het hoofd kostuums en het hoofd kap en grime. Er wordt een hele waslijst van 'kostuumproblemen' opgemaakt, en een gebrekenlijst van de make up en pruiken.

Tijdens de doorloop blijkt dat het luik in de speelvloer waardoor de koorgroep later moet afdalen, niet goed gesloten is. Een koorlid glijdt uit. Een koorzanger fluit op zijn vingers en legt de voorstelling stil. 'Er is een pechduivel aan het werk, het decor is jinxed', zegt productieleider Brandsen. Ontwerper Hoheisel: 'God schuilt in de details. Het is helemaal geen ingewikkeld decor.' Brandsen: 'Voor Hoheisel is het misschien makkelijk, maar het is wel een ingewikkeld decor. Het moet gewoon in orde zijn, laat daar geen misverstand over bestaan.' Brandsen is diplomatiek en charmant, laat zich niet over Hoheisel uit. Maar ik zie een botsing van culturen.

Hoheisel lijkt me een parmantig prinsje, hij is de grote kunstenaar en heeft weinig begrip voor de praktische problemen van de toneeljongens.

Na afloop vergadert het productieteam over de decorproblemen. Hoofd kostuum Robby Duiveman meldt dat 'het geëxplodeerd' is. 'Ik heb alle schuld op me genomen', zegt Brandsen later, 'De gemoederen getemperd. We hebben weer het vertrouwen in elkaar uitgesproken.'

Maandagvond 26 mei, Toneel Muziektheater

19.00 uur: Generale

Achter het toneel is het nachtmerrie-achtige gekras van stemmende strijkers te horen. Maar erbovenuit klinkt een ander geluid: het verwachtingsvolle gezoem van een menselijke bijenkorf, een zaal vol publiek, voor het leeuwendeel familie, kennissen en relaties van operawerknemers. Er is nog een noviteit: het decor is klaar. De set is helemaal opnieuw geschilderd, staat er roomblank en smetteloos bij. Vanmorgen was er opnieuw een werkonderbreking, waardoor het bouwen en uitlichten vier uur vertraging heeft opgelopen. Toch begint de ouverture maar tien minuten later dan gepland.

Dirigent Claus Peter Flor zet in, het machtige geluid van het Concertgebouworkest golft uit de bak. De operavoorstelling marcheert. Achter de schermen ontrolt zich parallel aan het schouwspel een andere werkelijkheid. Links en rechts van het toneel en in de kelder staan groepen koorleden, solisten en figuranten in kostuum te wachten op hun opkomst. Ze wisselen voortdurend van gedaante: soldaten, ridders, boeren, boerenvrouwen, elegante dames in empirestijl, derwisjen. Er wordt gebabbeld, gelachen, gedold. Dansers in witte jurken draaien pirouetten.

In razend tempo volgen de verkleedpartijen zich op. Dansers in het zwart jagen achter het toneel langs naar de tijdelijke kleedruimtes, waar de kleders en schminkers klaar staan. Binnen een paar minuten keren ze terug in het wit, gaan het toneel op, gaan af, verkleden zich weer en sprinten dan als zwarte derwisjen met enorme berenmutsen opnieuw naar de bühne. De jongens van de toneeltechniek bedienen de trekken, de achtergronddoeken, rollen met vijf, zes man een decorstuk op. Een achtergrondorkest bereidt zich voor op een kort intermezzo. Al die acties, opkomsten, de toneeltechniek en ook het licht worden via de intercom aangestuurd door de voorstellingsleider Frank Lever. Hij is mijn held.

Lever is omringd door monitoren met zicht op het toneel en de dirigent. Via de head sets staat hij in contact met de twee andere voorstellingsleiders Mechteld en Alvin, links en rechts van het toneel, die de opkomsten ter plekke dirigeren. Met zijn vinger volgt Lever maat voor maat de partituur. Na de ouverture van negen minuten en acht seconden gaat het doek open, zestien dames van het koor staan klaar op het toneel met sneeuw. Twee seconden later de opkomst van het herenkoor, via trap rechtsachter, vier seconden later de opkomst van graaf Adolar (handschoenen, sabel + riem), 3 minuten en 1 seconde verder gaat het trapluik open: de opkomst van vier herenfiguranten, de 'geesten'. 'Vooraf draait mijn maag zich om van de zenuwen', vertelt Lever. 'Nu al helemaal door die acties. Dat duurt tot zeven uur. Dan kom ik in een roes en doe het gewoon.'

Maar de meeste operazzi zijn helemaal niet nerveus. Ze moeten vooral de tijd zien te doden tot de volgende opkomst, hangen rond in de kleedkamers, gangen of de kantine. De Noorse bas Frode Olsen en de Finse tenor Jorma Silvasti delen een solistenkleedkamer. Ze zijn volledig opgemaakt en dragen kamerjassen. 'Ik ben nooit nerveus', zegt Silvasti. 'Eigenlijk nooit. Maar je moet niet gaan denken: zal hij straks die ring wel hebben? Voor de rest is het wachten, wachten.' In de Grote Studio is Charlotte Margiono zich aan het inzingen. Ook zij is nooit zenuwachtig, heeft geen plankenkoorts. 'Behalve als ik bijvoorbeeld ongesteld ben en denk dat ik die hoge noot misschien niet ga halen.'

Nadat het sierdoek sluit, applaudisseert het publiek uitbundig. Ook het 'applaus trekken', zoals Brandsen het noemt, is volledig geregisseerd. Wie gaat eerst, vanaf welke kant en in welk tempo? 'Heel belangrijk,' zegt Brandsen. 'Je kunt nog zo'n goede voorstelling hebben, maar als het applaus rommelig gaat, is dát wat de mensen onthouden.'

Woensdag 28 mei, Toneel Muziektheater

19.30 uur: Première

Een groep van zes, zeven man toneeltechniek marcheert vastberaden langs de solistenkleedkamers naar het toneel. Een delegatie van de techniek en het koor voert voorafgaand aan de voorstelling een korte actie, een cao-ouverture. De première zal daardoor een kwartier te laat starten. 'Ze zien ons toch als plebs', zegt een toneelknecht. 'Wat maakt het uit?'

'Alle jongens zijn voor acties', vertelt 1ste toneelmeester Willem Kuijper. 'Maar niet iedereen wil dat bij een première doen. Ik ben er zelf niet voor.' En het publiek duidelijk ook niet. Als de delegatie het toneel opstapt, wordt de speech van vakbondsman Steeph Custers driemaal pijnlijk door de joelende menigte onderbroken.

Maar de voorstelling zelf verloopt rimpelloos, zonder dissonanten. Alles valt op zijn plaats. 'Zo geolied als je bij een première mag verwachten', vindt voorstellingsleider Alvin Williams. 'Maar pas bij de vierde of vijfde voorstelling gaat het echt als een trein lopen.'

Als het doek valt, volgen geen ovaties, maar toch breekt een minutenlang ruimhartig geklater los voor het koor, de cast en voor dirigent Flor. Euryanthe neemt met een smeltende glimlach vele bravo's in ontvangst. Bij regisseur Pountney en ontwerper Hoheisel klinkt gematigd boegeroep. Maar ook dat is traditie bij een première, begrijp ik. En het valt nog mee. 'De boeroepers zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Geen overtuiging. Vast geen abonnementhouders!'

Na de première is traditioneel de nazit in de foyer, waar iedereen overigens blijkt te staan. Hier zijn de vrienden, familie, beminden en andere genodigden en komt de ontlading voor de Euryanthe-makers. De echte nazit komt pas na twaalven als de bar sluit, in café De Blauwbrug tegenover de Stopera. Hoheisel en Joustra met gade, Reynolds, Silvasti, Brendel en Fontana zitten uitgelaten op het terras, ook al is de temperatuur niet echt zomers meer. 'Kom erbij', roept tenor Silvasti. 'You are one of us now!' De wijn vloeit en de operaverhalen komen los, tot in de vroege uren.

De komende dagen zal blijken dat Euryanthe bij de kritiek - van Financial Times tot Noordhollands Dagblad - een gemengde ontvangst ten deel valt. Maar tijdens de acht voorstellingen die volgen, groeit Euryanthe uit tot een publiekslieveling. 'Het applaus houdt gewoon niet op, het is ongelofelijk', vertelt actrice Tine Joustra na de zevende uitvoering over de telefoon.

'Ah, the critics! They don't know how fucking hard it is to make an opera', zei assistent-dirigent Julian Reynolds tijdens die rijk bevloeide premièrenacht. 'Opera is ons leven. We kunnen nergens anders op terugvallen. Dat maakt ons kwetsbaar. Ze weten toch niet wat ons geheim is. Ze zien wel dat de goochelaar een konijn uit zijn hoed tovert, maar ze weten niet echt hoe het werkt. En wij willen ook niet dat ze het weten.' M

Paul Andersson-Toussaint is freelance journalist en schrijft regelmatig voor M.

Jildiz Kaptein is freelance fotograaf.

[streamers]

'Het is heel fysiek werk, je zit de hele tijd aan elkaar.'

'Je kunt je afvragen of opera nog wel van deze tijd is.'

De borsten van Euryanthe tuimelen bijna uit haar decolleté.