Gelijke helften

Hoe symmetrischer het gezicht, hoe aantrekkelijker een persoon gevonden wordt. Dat blijkt telkens weer uit psychologische testen waarbij proefpersonen al dan niet gemanipuleerde foto's van gezichten krijgen voorgelegd. Van de twee verklaringen die altijd voor dit fenomeen werden gegeven – een visuele en een evolutionaire – hebben de Britse psychologen Anthony Little en Benedict Jones van de University of St Andrews er nu een ontzenuwd: de visuele (Proceedings of the Royal Society B, online 25 juli).

De voorkeur voor symmetrie ontstaat volgens beide psychologen niet doordat symmetrische beelden door de visuele systemen in de hersenen makkelijker zouden worden verwerkt, ook wel de `verklaring van de waarnemingsvoorkeur' genoemd. Blijft over de theorie dat mensen met een symmetrisch gezicht `goede genen' hebben, omdat zij bijvoorbeeld dankzij een optimaal werkend immuunsysteem geen last hebben gehad van infecties die de gezichtssymmetrie kunnen verstoren. Mensen met zulke `gave gezichten' zijn aantrekkelijke partners omdat zij hun goede genen aan het nageslacht kunnen doorgeven.

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de voorkeur voor symmetrische gezichten ook in niet-westerse culturen is te vinden. Blijkbaar gelden in groepen van verschillende etnische oorsprong dezelfde of vergelijkbare `selectiecriteria' voor het vinden van een geschikte partner. Daarnaast hebben onderzoekers de voorkeur voor symmetrie ook bij uiteenlopende diersoorten gevonden. Op basis van die resultaten is het vermoeden steeds sterker geworden dat er een biologische basis is voor het ervaren van symmetrie als schoonheid. Maar de tweestrijd tussen aanhangers van de waarnemingsvoorkeur en hun tegenstanders van de goede genen woedde nog altijd.

Het nieuwe onderzoek van Little en Jones zaagt nu verder aan de toch al dunne poten van de waarnemingsvoorkeurtheorie. Het was een vrij simpel experiment waarbij de psychologen 78 vrouwen en 41 mannen vroegen rechtop staande en op zijn kop staande foto's van 28 verschillende mannen- en vrouwen gezichten te beoordelen op aantrekkelijkheid. De deelnemers kregen de foto's in paren aangeboden en moesten telkens aangeven welke zij het aantrekkelijkst vonden.

Het bleek dat zowel mannen als vrouwen de aanwezigheid van symmetrie belangrijker vonden als de foto normaal rechtop stond dan wanneer hij was omgedraaid. Als er een waarnemingsvoorkeur voor symmetrie zou bestaan, zou de oriëntatie van de foto niet moeten uitmaken, redeneren Little en Jones.

Een uitbreiding van de hypothese van de waarnemingsvoorkeur stelt dat die voorkeur er is voor bekende gezichten en vormen. De menselijke hersenen stellen uit alle ervaringen een soort gemiddeld gezicht, een prototype, samen en het beeld dat daaraan het beste voldoet zullen proefpersonen het mooist vinden. Om die reden komen symmetrische gezichten altijd als het aantrekkelijkst uit de bus.

Om ook dat bezwaar te ondervangen voerden de psychologen een tweede experiment uit met 15 proefpersonen (9 vrouwen en zes mannen) die elkaar allen van gezicht kenden. De deelnemers hadden een significante voorkeur voor foto's van gezichten die met behulp van de computer symmetrischer waren gemaakt. Dat gold ook voor het eigen gezicht: elf van de 15 deelnemers kozen voor de symmetrische versie van zichzelf. Deze resultaten zijn wederom in strijd met de hypothese van de waarnemingsvoorkeur, waarbij bekende gezichten aantrekkelijker gevonden zouden moeten worden dan de door de computer bewerkte portretten.

Little en Jones geloven daarom niet dat de voorkeur voor symmetrie van gezichten wordt ingegeven door een algemene voorkeur voor symmetrie. Eerder hangen zij het omgekeerde aan: de op biologische omstandigheden gebaseerde meerwaarde van een geschikte partner die zich uit in een betere symmetrie, is door mensen gegeneraliseerd als een algemeen schoonheidsprincipe dat ook voor objecten geldt.

Overigens kiezen mannen en vrouwen in het dagelijkse leven lang niet altijd voor de meest symmetrische partner. Uit eerder onderzoek van Little blijkt namelijk dat vrouwen die zichzelf aantrekkelijk vonden vaker kozen voor mannen met een symmetrisch en mannelijk gezicht. Symmetrie en mannelijkheid staan dan weer voor `goede genen'. Maar er is ook een keerzijde. Masculiene partners geven misschien wel een goed genenpakket door, maar zijn niet van het type zorgzame vader.