Geen fiscaal korset voor het leven

We lijden nog steeds onder de financiële gevolgen van de aandelenkrach, maar onder leiding van de Amerikaanse beurzen trekt de beurs intussen zijn eigen baan. Hier en daar, af en toe, zie je weer oplevingen. Terwijl de analisten nog praten over de beurswinter breekt het voorjaar aan. Net als de herfst en de winter zonder medelijden de natuur rijp maken voor het nieuwe voorjaar, maakt de kaalslag van de krach de financiële wereld rijp voor veranderingen, een andere aanpak en een andere mentaliteit.

Zo brengt de Robeco Groep (net als andere instellingen) haar diarree aan beleggingsfondsen terug naar een overzichtelijk aantal. Die overvloed, waar geen belegger ooit om gevraagd heeft, komt uit de koker van marketingmensen, verkopers, reclamemakers en communicatiedeskundigen. Maar Robeco werd juist groot met een handvol fondsen: wereldwijd aandelenfonds, obligatiefonds, spaarrekening en wat andere fondsen.

Meer heeft een belegger niet nodig, maar met die eenvoud kunnen reclamemensen niks. Je kan niet week in, week uit adverteren met Robeco, want dat valt niemand meer op. Die lui willen supermarktje spelen. Dan komen ze met malle zaken als Goedkope Aanbiedingen, een Fonds van de Maand en liefst iedere week een nieuw fonds, net als Jan des Bouvrie iedere maand een nieuwe trend voor ons ontdekt.

Ook in de wereld van de aandelenlease trokken meedogenloze verkopers aan de touwtjes. Ieder kwartaal een nieuw product met een prikkelende naam en alle risico's voor de deelnemers. De emissie van Worldonline was een geslaagd marketingproject, althans voor de opdrachtgevers. Kortom: de aandelenmarkt dreef op verkopers, ondersteund door leugenachtige analisten. De wetgevers en toezichthouders, hier en in andere landen, maken daar nu een eind aan. Nu het publiek nog, want dat moet begrijpen dat ze jarenlang zijn bedonderd.

De veranderingen blijken ook uit het falende beleggingsbeleid van verzekeraars, banken en vermogensbeheerders. Die bedrijven wekten jarenlang de suggestie dat professionele beleggers beter beleggen dan kleine beleggers – wat niet blijkt uit hun prestaties van de afgelopen jaren. Je kan beter zelf beleggen, althans in eigen beheer, dan je geld helemaal toevertrouwen aan derden.

Bij de uitvoering van hun beleid worden verzekeraars, banken en pensioenfondsen al ruim tien jaar flink ondersteund door mannen en vrouwen met een universitaire opleiding in beleggen en economie. Je kan vraagtekens zetten bij die studies, want de beoefenaren konden de rampen niet voorkomen. Dus eerder een quasi wetenschappelijke opleiding dan een waardevolle studie voor de maatschappij. Grootbeleggers hebben waarschijnlijk meer aan mensen met het instinct van een beurshandelaar of een marktkoopman, dan aan een wereldvreemde doctorandus.

De pensioenfondsen zijn het meest ontluisterd. Tientallen jaren was een waardevast (geïndexeerd) eindloonpensioen, liefst premievrij, een vanzelfsprekende recht voor werknemers, waar je nooit over nadacht of naar omkeek. Met minder nam je geen genoegen. Helaas is die versobering nog niet tot iedereen doorgedrongen.

Het is hoog tijd dat werknemers beseffen dat ze beter kunnen uitgaan van een lager ouderdomspensioen (en een navenant partnerpensioen) en geen jaarlijkse verhoging. Daarom zal de verzekeringswereld de lijfrentepolis extra gaan promoten, als aanvulling. In zo'n polis bouw je een kapitaal op dat je op de einddatum verplicht moet omzetten in een lijfrente, een periodieke uitkering per maand, kwartaal of jaar.

Een lijfrenteverzekering heeft twee fiscale voordelen. Je mag de premie aftrekken van je belastbare inkomen, waardoor je minder belasting betaalt, en de poliswaarde valt in de onbelaste box 1. Een sterk punt van een ingegane lijfrente (de fase na de opbouw van het kapitaal) is dat je kan kiezen voor een levenslange uitkering. De verzekeraar draagt dan het langlevenrisico. Dat is zijn (maatschappelijke) kracht en nut.

Daar staan enkele nadelen tegenover. De toekomstige uitkeringen zijn straks belast. Je gestorte premies worden, na aftrek van diverse kosten en premies voor aanvullende dekkingen, eigendom van de verzekeraar en bij overlijden ben je je geld kwijt, tenzij je dat risico verzekert. Je kunt geen eigen beleggingsbeleid kiezen, want daar zorgt de verzekeraar voor.

Een groot nadeel is de onzekerheid over hoogte van de toekomstige (verplichte) uitkering. Die hangt mede af van de rentestand of de beurs. Beide richtingen pakken nu slecht uit, waar mensen erg van schrikken. Je hebt dus (bijvoorbeeld) dertig jaar lang premies mogen aftrekken, maar je weet niet wat je er in 2033 voor terugkrijgt. Het kan mee- of tegenvallen.

Verzekerden vallen altijd voor die belastingvoordelen en overwegen zelden een alternatief, terwijl dat er wel is. Wanneer je iedere maand een vast bedrag (vergelijkbaar met een premie) stort in een (aandelen)beleggingsfonds bouw je in eigen beheer een kapitaal op, tegen geringe kosten. Dat valt weliswaar in box 3 (heffing 1,2 procent) en je mag de inleg niet aftrekken van je belastbare inkomen, maar je betaalt geen inkomstenbelasting wanneer je eigen geld opneemt.

Het doel van deze constructie blijft de levenslange lijfrente, de fase twee. Komt er in de toekomst een gunstig moment om die te kopen – koersen verdubbelen, rente 10 procent, stoppen met werken – dan mag je dat helemaal zelf weten en ben je niet gebonden aan allerlei fiscale beperkingen. Deze constructie is geen fiscaal korset voor het leven, zoals de lijfrentepolis.

Adriaan Hiele beantwoordt de hele zomer door vragen over uw persoonlijke geldzaken op www.nrc.nl/hiele.

    • Adriaan Hiele