Europese Unie komt heel dichtbij

Het Turkse parlement heeft deze week de rol van het leger in de politiek ingeperkt. Maar zijn daarmee alle obstakels op weg naar lidmaatschap van de Europese Unie genomen?

De anecdote wordt soms verteld in Turkije als bewijs dat hoge militairen niet schromen de wensen van burgerpolitici aan hun laars te lappen. Ten tijde van de moslim-fundamentalistische premier Erbakan (1996/1997) had een receptie plaats. Omdat Erbakan zo gelovig is, werd daar geen alcohol geschonken. Dat nu vertoornde een hoge militair die op de receptie aanwezig was zo, dat hij er een van de obers er op uit stuurde om een de nationale drank, raki, te halen. De boodschap was duidelijk: het leger drinkt wat het belieft, gelovige premier of niet.

Het zijn anecdotes als deze die duidelijk maken hoe groot het belang is van de hervormingen die het Turkse parlement deze week doorvoerde. Door de wetswijzigingen zet het Turkse leger immers een grote stap weg uit de politiek en terug naar de kazerne. De tijd dat het leger de baas was in Turkije is definitief voorbij.

En daarmee heeft Turkije een reuzenstap gezet op weg naar de Europese Unie. Vanaf nu moet iedereen in de Europese Unie er serieus rekening mee houden dat Turkije wel degelijk in staat zal zijn te voldoen aan de zogeheten criteria van Kopenhagen (de toelatingseisen voor de Europese Unie) voor december volgend jaar, als `Brussel' een besluit gaat nemen of Turkije rijp is voor onderhandelingen over toetreding.

Met name op het punt van de Nationale Veiligheidsraad zijn de hervormingen revolutionair. In deze Raad bespreken burgerpolitici en hoge militairen de politiek en doen zij ,,dringende aanbevelingen''. Maar hoe dringend die adviezen soms waren, bleek wel toen het leger in 1997 genoeg had van de moslim-fundamentalistische premier Erbakan en hem door druk uit te oefenen in die Raad dwongen af te treden. De Raad was zo het instrument geworden voor wat ook in Turkije soms ronduit als staatsgreep wordt omschreven.

Na deze week valt moeilijk te zien hoe de Raad daar nog voor gebruikt kan worden. Door de hervorming is de Raad immers echt een adviesraad geworden, die een geringer aantal keer per jaar dan nu bijeen kan komen. De secretaris van de Raad was tot nu toe en hoge militair, die de (politieke!) taak had om na te gaan wat er met de aanbevelingen van de Raad gebeurt.

Na de hervorming is de secretaris eigenlijk alleen een notulist die bijhoudt wat er in de Raad wordt gezegd. Die secretaris kan vanaf nu ook een burger zijn: hij wordt benoemd door de premier en bevestigd in het ambt door de president. Voeg daarbij dat het parlement meer bevoegdheden heeft gekregen om de uitgaven van het leger te controleren (die tot nu toe eigenlijk buiten de normale begroting vielen!) en het is duidelijk dat het leger een flinke veer heeft gelaten.

Maar dat is niet het enige goede nieuws voor de Europese Unie dat deze week vanuit Ankara kwam. Zo heeft het parlement – als deel van de hervorming – stappen genomen om te zorgen dat martelpraktijken direct en doeltreffend worden aangepakt. Ook de vrijheid van meningsuiting is wederom verruimd. En alsof dat nog niet genoeg was, nam datzelfde deze week ook nog eens een nieuwe amnestiewet aan voor aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan. Omdat de Europese Unie gelooft dat alleen vrede en verzoening het Koerdische probleem duurzaam oplost, is ook dat een stap die inmiddels door `Brussel' zeer is toegejuicht.

En zo is er bijna sprake van een Turks wonder. Een aantal maanden geleden vroegen waarnemers zich bezorgd af hoe het verder moest tussen Turkije en de Europese Unie. Slechtere vooruitzichten voor hervormingen waren er toen immers nauwelijks mogelijk. De oorlog om Irak haalde alle aandacht van de Europese Unie weg. Voeg daarbij dat het leger min of meer openlijk liet doorschemeren weinig vertrouwen te hebben in de regering van premier Erdogan, en de datum december 2004 (wanneer de Europese Unie een besluit neemt over Turkije) leek onhaalbaar.

Ook nu nog zijn er veel hobbels te nemen tot eind volgend jaar. Zo werpt de kwestie-Cyprus nog steeds een schaduw over de Turkse kansen op EU-lidmaatschap. Daarnaast is er in Turkije altijd een kloof tussen de theorie en de praktijk: als een wet wordt aangenomen, betekent dat nog niet per definitie dat zij ook in de praktijk wordt uitgevoerd. Zo werd bij een eerdere hervorming al een besluit genomen over televisieuitzendingen in het Koerdisch. Maar desondanks zijn die uitzendingen er nog steeds niet.

Vaak menen Turkse waarnemers dat er bijvoorbeeld in de rechterlijke macht en binnen ministeries een kamp is dat geen lidmaatschap van de Europese Unie wil en tot op de laatste snik een bureaucratische guerrilla tegen Turkse rapprochement richting Brussel zal voeren. Omdat het Turkse politieke bestel zo gecompliceerd is, lijkt zo'n guerrilla niet per definitie kansloos. Geen wonder uitbreidingscommissaris Günter Verheugen daarom deze week liet weten dat het nu aankomt op de implementatie van de hervormingen.

Dit alles neemt niet weg dat Turkije deze week een belangrijke horde richting `Brussel' heeft gezet. Ook tegenstanders van Turks lidmaatschap binnen Europa (zoals bijvoorbeeld een aantal leidende christendemocraten) zullen zich er rekenschap van moeten geven dat de criteria van Kopenhagen volgend jaar wellicht niet meer als stok gebruikt kunnen worden om Turkije van `Brussel' weg te houden.

Pikant genoeg heeft hun oppositie tegen Turks lidmaatschap de hervormingen waarschijnlijk versneld: de Turkse regering wil hun ieder voorwendsel ontnemen om Turkije tegen te werken. En zo blijft ook na deze week de Europese wekker voor Turkije tikken. Maar voor het eerst vervullen de tikken Turkije niet louter met angst, maar ook met hoop.