Dreigend tekort aan zoet water door hitte

Om het zoetwaterpeil in het westen van het land op peil te houden, gaat een aantal waterschappen via alternatieve routes zoet water inlaten. Ook wordt boeren gevraagd het beregenen van hun gewassen te beperken. Dat maakten de hoogheemraadschappen en de waterschappen in de Randstad gisteren bekend.

Het op peil houden van het zoetwaterpeil is nodig om vervuiling van het oppervlaktewater tegen te gaan en voor het behoud van de landbouwgewassen. In de Randstad is de Rijn onder normale klimatologische omstandigheden bepalend voor de toevoer van zoet water. Daarnaast laten de waterschappen Schieland en Rijnlijn zoet water in uit de Hollandse IJssel. Delfland haalt zoet water uit het Brielse Meer.

Bij de huidige aanhoudende droogte wordt met name in de Hollandse IJssel het water te zout. Dit kan verzilting van landbouwgrond tot gevolg hebben. Daarom breiden de waterschappen de waterinlaat uit. Zij gaan nu ook zoet water inhalen uit andere, kleinere wateren: de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal.

Op dit moment gelden (nog) geen beregeningsverboden voor de landbouw, zoals die een paar weken geleden wel golden in delen van Noord-Brabant en Zeeland. Die zouden nog kunnen komen als gevolg van de hittegolf die voor de komende dagen wordt verwacht.

Het uitbreiden van de waterinlaat door water te betrekken uit kleinere wateren, is een voorzorgsmaatregel in geval van aanhoudende droogte. Met het oog op klimaatveranderingen, waardoor er vaker extreem natte en extreem droge periodes zullen komen, is enkele weken geleden besloten tot veel drastischer maatregelen in de toekomst.

In het Nationaal Bestuursakkoord Water zijn kabinet, provincies, gemeenten en waterschappen op 2 juli overeengekomen dat in de komende 10 jaar enkele honderdduizenden hectares land zullen worden omgevormd tot waterreservoir. Het moet gaan om natte gebieden die er bij hevige neerslag voor zorgen dat het water makkelijker kan worden opgevangen, terwijl diezelfde gebieden in droge periodes dienen als waterbuffer.

Voor deze waterreservoirs valt te denken aan bestaande watergebieden waar het waterpeil wordt opgehoogd, aan nieuwe, waterrijke natuur- en recreatiegebieden en aan het opkopen en onder water laten lopen van landbouwgrond.

Voor dit nieuwe waterbeleid is volgens het waterakkoord voor de periode 2003 tot 2015 8 miljard euro nodig. Daarvan is vooralsnog 700 miljoen gereserveerd.