DE RECHTER, HET OORDEEL EN DE STEM DES VOLKS

Rechters treden niet graag in de openbaarheid. Ze spreken via hun vonnis. Maar de druk van politiek en publieke opinie neemt toe. Zelfs een minister van Binnenlandse Zaken bemoeit zich vandaag de dag met rechterlijke uitspraken.

Barsten in het bastion.

We schrijven eind maart 2003. Voor de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp wappert een spandoek met de tekst: 'Voor minder dan twintig jaar, slaan wij de boel hier in elkaar'. Een handjevol betogers schreeuwt: 'levenslang, levenslang.' Binnen leest rechtbankpresident F. Bauduin het vonnis voor tegen Volkert van der G., verantwoordelijk voor de moord op Pim Fortuyn. Tegen de verdachte is levenslang geëist, de rechtbank veroordeelt hem tot 18 jaar gevangenisstraf.

Nog diezelfde dag barst de kritiek op de uitspraak van de rechters los. Niet alleen nabestaanden en aanhangers van Fortuyn, maar ook demissionair minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken geven publiekelijk te kennen dat 18 jaar gevangenisstraf veel te laag is. Openlijke twijfel aan het oordelend vermogen van de rechters is niet meer taboe.

'Nu zijn wij aan de beurt', zegt Wouter van Boven (1964), rechter in de civiele (burgerlijke) sector van de rechtbank van Rotterdam. 'Onze autoriteit is niet vanzelfsprekend meer.' Van Boven is een van de zes jonge Rotterdamse rechters die onlangs op verzoek wel wilden praten over hun vak. Op het werk van rechters klinkt immers steeds vaker kritiek. Het eens zo statusgevoelige beroep lijdt onder negatieve beeldvorming. Wat vinden rechters zelf van die kritiek? Hoe ziet hun dagelijks werk eruit? Het is nog niet zo eenvoudig daar rechters over aan het woord te krijgen. Zij spreken immers niet anders dan via hun vonnis en doen zelden publiekelijke uitspraken over maatschappelijke ontwikkelingen.

'Autoriteit moet je verdienen', geeft Van Boven als motief voor de gebruikelijke afzijdigheid van rechters. 'Maar negatieve beeldvorming bergt een gevaar in zich. Het oordeel van de rechter is niet zomaar een mening zoals iedereen er tegenwoordig wel één heeft. Het heeft een zwaarder gewicht, het oordeel heeft gevolgen, vaak ingrijpende gevolgen voor wie het aangaat. Rechterlijke uitspraken moeten wel op een zeker draagvlak kunnen rekenen. Daarom moeten wij goede voorlichting geven over wat we doen en waarom we dat zo doen.'

Hetzelfde argument voeren de vijf andere Rotterdamse rechters aan. Allemaal zijn ze relatief jong en minder elitair dan voorgaande generaties magistraten. Allemaal zijn ze werkzaam in de stad van Fortuyn, bij een van de grootste rechtbanken van het land waar in totaal zo'n 125 rechters werken. Op één rechter in opleiding na zijn het allemaal alleensprekende rechters die dagelijks oordelen over de meest uiteenlopende conflicten, van echtscheiding tot uitzetting, van diefstal tot schuldsanering, van lekkende badkamers tot spijbelende tieners.

'Als je mensen uitlegt waarom bepaalde beslissingen worden genomen, vergroot dat de acceptatie van je handelen', vindt rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio) Lodewijk van Zwieten (1974). 'Het is belangrijk dat mensen weten dat rechters niet buiten de maatschappij staan', zegt Ellis Houweling (1960), voorzitter van een van de vreemdelingenteams. Monique Fiege (1965), werkzaam bij de sector familie- en jeugdrecht: 'Ik ben wel voor meer openheid, meer uitleggen. Anders krijg je een heel eenzijdig beeld.' Strafrechter Takvor Avedissian (1965) spreekt over 'gezagserosie', waardoor op de rechters een grotere verantwoordingsplicht drukt. 'Wij zijn niet blind voor maatschappelijke verandering.' Kantonrechter Jaap Sap (1960) ten slotte ziet wel dat er iets vaker kritiek op uitspraken volgt, maar hij gelooft niet dat de status van de rechter daardoor wordt aangetast. 'Een rechter die als een sfinx in zijn stoel zit, hoort misschien wat minder dan iemand die zich wat actiever opstelt op de zitting, hij ontlokt meer commentaar. Daar moet je tegen kunnen.'

Rijdend over de Erasmusbrug in zuidelijke richting bots je er bijna tegenaan. Twee hoge torens van rood baksteen, verbonden door een atrium van glas. De ene toren herbergt de achttien zittingszalen van de Rotterdamse rechtbank, verdeeld over vier verdiepingen. De andere toren is gereserveerd voor de rechters en hun medewerkers, en bestaat uit honderden opeengestapelde kamers die uitzicht bieden op de Maas of op de binnenplaats waaraan ook het gebouw van de Belastingdienst grenst.

De ene toren is voor iedereen toegankelijk, want in principe is elke zitting, op een paar uitzonderingen na, openbaar. De andere toren houdt bezoekers zonder justitiepas of afspraak zorgvuldig buiten de deur. 'In het oude gerechtsgebouw liep iedereen door elkaar', herinnert Monique Fiege zich, die in 1997 bij de rechtbank kwam werken. 'Nu kom ik zelden nog een advocaat tegen buiten de rechtszaal. Wij komen van de ene kant de zittingszaal binnen, de advocaat en zijn cliënt komen vanaf de andere kant. Ik heb geen idee wat er op de gang gebeurt.'

Het is een van de verwijten die rechters voor de voeten worden geworpen. Ze zouden wereldvreemd zijn en niet weten wat er leeft op straat en onder de mensen die voor hen verschijnen. De Rotterdamse rechters ontkennen dat. Nee, ze wonen inderdaad niet 'op Zuid', in de Afrikaanderwijk die vlak achter het gerechtsgebouw begint en waar de afbraak en ellende zichtbaar zijn. Ze wonen niet in Spangen, niet in Charlois. Hun huizen staan in Hillegersberg of tegen Kralingen aan, een enkeling woont buiten de stad. 'Maar bijna iedereen reist met de metro, en dan zie je ook wat er gebeurt', vindt strafrechter Avedissian.

Volgens Van Boven moet een rechter ontvankelijk zijn voor de problemen die spelen in een stad als Rotterdam en moet hij zich kunnen verplaatsten in de positie van mensen die voor hem staan. 'Een goed rechter kan heel goed luisteren, en laat mensen in hun waarde. Hij moet kunnen uitvogelen wat precies het conflict is, hij moet het kernprobleem op tafel krijgen. Daarvoor hoeft hij niet zelf ”op Zuid” te wonen.'

Vreemdelingenrechter Ellis Houweling is de enige die in een zogeheten veiligheidsrisicogebied woont, haar huis ligt niet ver van het huis van Fortuyn, in het centrum van de stad. Gevoelens van onveiligheid, daar kan ze over meepraten, zegt ze. Ze heeft een enorme schietpartij voor haar deur meegemaakt, bij de buren brak eens een gevecht uit na een diefstal, ze begrijpt de gevoelens van onmacht die zich van burgers meester maken als het om veiligheid gaat. Maar of strenger straffen daarop het antwoord is, betwijfelt ze. Daarmee onderscheidt ze zich van haar buurtgenoten die bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar massaal voor Fortuyn en zijn Leefbaar Rotterdam kozen. 'Een rechter heeft de taak een zekere rust in de samenleving te brengen, en moet zich niet door de samenleving laten opjagen. Juist het afgelopen jaar hebben we gezien dat de politiek zich wel heel snel laat beïnvloeden. Ik hoop dat dat met rechters niet gebeurt.'

Schuldsanering

'Ik heb er geen goed gevoel over', verzucht Van Boven tegen de griffier. 'Tjonge, jonge, wat moet je er mee?' Hij bladert nog eens door de papieren die voor hem liggen. Tientallen brieven van schuldeisers, pagina's vol berekeningen. Huurachterstand, onbetaalde rekeningen van het energiebedrijf, de telefoonaanbieder, postorderbedrijven. Duizenden euro's schuld, en geen inkomen. De griffier, die de rechter administratief ondersteunt tijdens en na het proces, bekijkt het dossier ook nog eens. 'Uiteindelijk is het allemaal de gokautomaat ingegaan', zegt hij. 'Maar de laatste twee jaar heeft Lemmers geen nieuwe schulden gemaakt.'

'Ik heb niet het idee dat het goed gaat, maar ik heb te weinig om hem af te wijzen', concludeert Van Boven ten slotte. Mijnheer Lemmers krijgt een kans. Hij mag, zo oordeelt Van Boven, gebruikmaken van de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat hij een bewindvoerder krijgt en drie jaar lang op bijstandsniveau moet rondkomen. Wat overblijft, gaat naar de schuldeisers. Als Lemmers zich verder aan de voorwaarden houdt - en bijvoorbeeld geen nieuwe schulden maakt - worden zijn schulden hem kwijtgescholden.

Wouter van Boven is rechter in de civiele sector van de rechtbank Rotterdam, en zit in team 3. Dat team behandelt onder andere faillissementen en schuldsaneringen. De wettelijke schuldsaneringsregeling is bedoeld om mensen met grote schulden een nieuwe kans te geven. De rechter bepaalt wie voor de regeling in aanmerking komt.

Op een gemiddelde zittingsdag behandelt Van Boven tussen 9.30 uur en 15.30 uur, ondersteund door een griffier, twintig van dergelijke zaken, het ene geval nog dramatischer dan het andere. De opgebouwde schuld van de betrokkenen varieert van 6.000 tot 86.000 euro, het merendeel van hen is vrouw. 'Veel schulden zijn ontstaan door relatieproblemen', legt Van Boven uit. Een andere categorie betreft nieuwkomers in Nederland die door zogenaamde vrienden en kennissen worden opgelicht. Dat overkwam bijvoorbeeld Mila Muriël, moeder van vijf kinderen. Twee van hen wonen bij haar in Nederland, de anderen zijn ondergebracht bij kennissen op Curaçao. De verschillende vaders zijn uit beeld, Muriël is depressief en arbeidsgehandicapt. 'Een kansloos iemand', zegt Van Boven tijdens de schorsing van de zaak.

'De schuldsanering is dan een laatste strohalm, maar zonder werk is het eigenlijk hopeloos.'

Van Boven zegt zich goed te realiseren dat hij als rechter diep ingrijpt in het leven van de mensen die in aanmerking willen komen voor schuldsanering. Als hij hun verzoek afwijst, laat hij hen met forse problemen zitten. Hij twijfelt regelmatig.

Juridisch mogen de zaken dan niet zo ingewikkeld zijn, emotioneel zijn ze zwaar belastend. Na een zittingsdag voelt Van Boven zich volkomen uitgewrongen. Nadeel is dat hij maar één kant van de zaak hoort, omdat bij deze procedures geen tegenpartij aanwezig is. 'Dus moet ik alle informatie uit de mensen zelf trekken, en daar heb ik dan een kwartier voor.' Ook taalproblemen vormen een barrière. Van Boven: 'Heel veel zaken gaan over allochtonen die vaak geen of slecht Nederlands spreken. Ze slepen hun kinderen mee om te vertalen, een tolk is er niet, ze hebben geen idee wat er gebeurt. Ik ben dan een soort halve rechtshulpverlener, maar eigenlijk is dat niet mijn taak.'

Uitleggen wordt sowieso moeilijker, merkt Van Boven. Soms wordt hij voor klootzak uitgemaakt, maar daar reageert hij niet op. 'Je moet als rechter begrip op kunnen brengen voor de emoties van mensen.' Aan de andere kant morren de burgers. Het maatschappelijk draagvlak voor de schuldsaneringsregeling is niet groot. 'Het idee bestaat dat iemand die schulden maakt er te makkelijk vanaf komt.' Bovendien worden de zaken zelf steeds complexer. Naast schulden spelen dikwijls andere problemen. Het komt regelmatig voor dat verschillende dossiers van leden van dezelfde familie op drie verschillende bureaus op de rechtbank liggen, zonder dat de rechters onderling het verband tussen de zaken zien. Vader moet voor de politierechter verschijnen, moeder zit in de schulden, en voor de kinderen moet er een omgangsregeling komen. 'Gekscherend zeggen we wel eens dat we op de rechtbank één loket zouden moeten openen voor alle grootstedelijke problemen', zegt Van Boven. 'Uit efficiencyoverwegingen zou dat buitengewoon handig zijn.'

Wanverhouding in het strafrecht

Wie aan de Nederlandse rechtspraak denkt, denkt vooral aan het strafrecht. Klachten over justitie, al dan niet aan de borreltafel, hebben in negen van de tien gevallen met veiligheidsvraagstukken te maken. Sinds de criminaliteit in hoge mate de politieke agenda beheerst, is de druk op de strafsectie van de rechtbank Rotterdam opgevoerd. Dat was al merkbaar voordat Pim Fortuyn in de havenstad furore maakte en het is sindsdien alleen maar erger geworden. Meer dan de helft van alle rechters werkt in de strafsector en dat leidt tot wanverhoudingen, vindt civiel rechter Van Boven. 'De Rotterdamse rechtbank wordt een echte strafrechtbank, en dat vind ik niet terecht. Het gaat ten koste van de andere rechtsgebieden. Toen ik hier vier jaar geleden kwam werken, gold bij de sectie civiel een uitspraaktermijn van zes tot acht weken. Nu blijven zaken regelmatig negen tot twaalf maanden, en langer, liggen.'

Ook familierechter Monique Fiege vindt dat er 'al jaren' te veel aandacht naar de strafsectie gaat, waardoor de doorlooptijden in de andere rechtsgebieden oplopen. En dat terwijl het laatste woord over het nut van al die straffen nog niet is gezegd. Zelf werkte Fiege ruim vijf jaar in de strafsectie en ze is blij dat ze er weg is. 'Cynisch is een te groot woord, maar je roest wel een beetje vast als je alleen strafrecht doet.'

Bij de politierechter

Een dagje politierechterzittingen - relatief kleine strafzaken die worden behandeld door een alleensprekende rechter - lijkt Fieges gelijk te bewijzen. Een handjevol criminelen schuifelt voorbij, de één nog verslaafder dan de ander, de één met een nog langer strafblad dan de ander. De zaken variëren van diefstal van koek en snoep tot een autokraak, alle verdachten zijn bij justitie en politie bekend. Strafrechter Avedissian luistert geduldig naar de betogen van advocaten en hun cliënten die in zeker de helft van de gevallen ontkennen ook maar iets met de zaak van doen te hebben, terwijl het bewijs toch meestal ruimschoots voor handen lijkt.

'Ik probeer verdachten het gevoel te geven dat ze hun verhaal kwijt kunnen, en hun uit te leggen waarom het soms toch tot een veroordeling komt', legt Avedissian uit. 'Anders dan deze zittingsdag doet vermoeden zijn relatief veel van de jongens die ik zie first offender, ze zijn één keer de fout ingegaan. Ik probeer bij hen tot de kern te komen die achter het gepleegde feit ligt, opdat het bij één keer blijft.' Bij de veelplegers is het vaak meer een kwestie van afrekenen, zij kennen de vaste tarieven voor de meeste delicten wel, geeft de rechter toe. Op de diefstal van wat snoep en koekjes staat een week gevangenisstraf, een gemiddelde autokraak levert drie tot vijf weken op.

Heeft het in deze gevallen nog wel zin de gang naar de rechter te maken, vragen veel mensen zich af. 'Ja', oordeelt Avedissian. Omdat de rechter het laatste woord moet hebben. Omdat elke zitting toegevoegde waarde heeft. 'Iemand moet checken of de feiten uit een dossier kloppen met het beeld dat op de zitting ontstaat. Iemand moet uitleggen waarom bepaald gedrag laakbaar is in onze samenleving.' Bovendien hoopt de strafrechter zelfs bij deze groep van meestal aan harddrugs verslaafde veelplegers nog iets te bereiken, bijvoorbeeld door afkicken te stimuleren en het eigen initiatief van zulke verdachten te belonen met een lagere straf. 'Ik zie tegenwoordig vrij veel Antilliaanse en Marokkaanse verdachten op zitting, maar veel minder Turken en Surinamers dan drie jaar geleden. Dat vind ik hoopvolle signalen. Nee, ik ben niet cynisch. Zodra ik dat bij mezelf bespeur, vertrek ik naar een andere sector.'

Substantieel strenger

De investeringen in het strafrecht bewijzen volgens de rechters in ieder geval dat de rechtspraak niet blind is voor de maatschappelijke realiteit. Als de samenleving eist dat er meer blauw op straat moet komen en dat er strenger moet worden gestraft, dan gebeurt dat ook, zij het niet altijd onmiddellijk. Strafrechter Avedissian zegt dat rechters de laatste vijf jaar substantieel strenger zijn gaan straffen, mede omdat het openbaar ministerie - 'als spreekbuis van de maatschappij' - zwaardere straffen is gaan eisen. 'Rechters zijn niet blind voor dergelijke ontwikkelingen.' Ook Van Boven noemt het een 'hardnekkig misverstand' dat Nederland laag straft. 'In vergelijking met de ons omringende landen is dat helemaal niet zo. Landen als Spanje en Engeland hebben een heel ander systeem van vervroegde invrijheidstelling. Daar krijgt iemand dertig jaar, maar hij staat net zo snel weer op straat als hier.' Het is overigens niet aan de rechter om te bepalen hoe zwaar de straffen idealiter moeten zijn, onderstreept Van Boven. 'De wetgever heeft het laatste woord, en daar heb je je als rechter aan te houden.'

De rechters zijn niet altijd even blij met de keuzes die de politiek maakt, maar in het openbaar zullen ze zich daarover niet zo snel uitlaten. 'Als de doodstraf wordt ingevoerd, houd ik er mee op', stelt Monique Fiege als ondergrens. Verder wil zij niet speculeren. De rechters verwijzen in politieke kwesties liever naar hun beroepsvereniging, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die ook een adviserende taak heeft. En ze hopen dat de Raad voor de Rechtspraak - de overkoepelende organisatie die namens de gerechten de begrotingsonderhandelingen voert en zorg draagt voor personeelsbeleid en automatisering - zich wat sterker profileert als er weer eens een juridische luchtballon wordt opgelaten in Den Haag. 'Het rechterschap leent zich niet erg voor het publiekelijk uiten van persoonlijke opvattingen', vindt kantonrechter Jaap Sap, 'ook al omdat die persoonlijke opvattingen kunnen afwijken van de professionele standaard. Ik bedoel, rechters mogen best iets vinden, zolang dat hun onbevangen oordeel maar niet in gevaar brengt.'

Als een van de partijen meent dat een bepaalde rechter zijn zaak niet onbevooroordeeld kan behandelen, kan hij die rechter proberen te wraken en vragen om een ander. In eerste instantie is het echter de rechter zelf die beoordeelt of bepaalde persoonlijke opvattingen een onafhankelijke uitspraak in de weg staan. Sap bijvoorbeeld zal nooit een zaak behandelen die te maken heeft met de sigarettenindustrie. Toen hij nog letselschadeadvocaat was, trad hij op voor een aantal rokers die de industrie aanklaagden wegens misleidende voorlichting, en sindsdien houdt Sap er een 'duidelijke mening' op na als het om roken gaat. 'Ik wil alleen zaken behandelen waarmee ik geen persoonlijke binding heb.'

Vreemdelingenrechter Houweling kent een joodse collega die geen vluchtelingenzaken van Russische joden behandelt, omdat hij daarbij te zeer is betrokken. Ze vindt het 'heel goed' als rechters hun eigen gevoeligheden kennen. 'Iedereen heeft zijn eigen geschiedenis en overal wordt erkend dat die een rol speelt in het professionele leven. Dat zou bij ons rechters dan opeens niet zo zijn? Kom nou!'

Zelf heeft Houweling het gevoel dat de gebeurtenissen van mei vorig jaar haar niet helemaal onberoerd hebben gelaten. Toen Fortuyn werd begraven, en zij met een Marokkaanse vriend over straat liep, voelde ze zich 'ongemakkelijk', alsof ze met een andere soort werd betrapt. 'Ik ben opgevoed met veel respect voor anderen, en heb het gevoel dat de hele toestand met de lpf veel kapot heeft gemaakt tussen de bevolkingsgroepen.' Ze merkt dat ook aan haar collega's. Iraanse en Marokkaanse griffiers en secretarissen - allochtone vreemdelingenrechters zijn er nog niet - voelen zich meer dan voorheen verantwoordelijk gesteld voor de groepen waaruit ze oorspronkelijk komen. Houweling zou het toejuichen als er meer allochtone rechters kwamen. 'De rechtbank moet een zekere afspiegeling te zien geven van de maatschappij waarin zij functioneert.'

Politieke overtuigingen hoeven de onafhankelijkheid van de rechter niet in de weg te staan, vindt kantonrechter Sap. Zelf is hij gemeenteraadslid voor het cda in het dorp waar hij woont en dat buiten zijn ambtsgebied als rechter valt. 'Mits er voldoende afstand is, moet dat kunnen.' Niet alle rechters denken er zo over. Avedissian zegde een bestuursfunctie bij de PvdA op toen hij rechter werd, om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Van Boven noemt het 'idioot' dat sommige rechters lid zijn van de Eerste Kamer en twijfelt aan de wenselijkheid van het instituut rechter-plaatsvervanger, juristen die naast hun reguliere werk als advocaat of bedrijfsjurist af en toe zittingen doen. 'Het komt gek over bij verdachten als zij een rechter tegenkomen die in zijn dagelijks bestaan advocaat is. Dan ontstaat al snel het beeld dat al die juristen één pot nat zijn. Maar we hebben ze nou eenmaal nodig, die plaatsvervangers. Anders knalt het systeem helemaal uit elkaar.'

Wachten op verdachten

Geldgebrek, gezagserosie en consumentisme bepalen volgens strafrechter Takvor Avedissian de rechtspraak op dit moment in hoge mate. Het tekort aan middelen leidt ertoe dat procedures eindeloos kunnen duren, wat op zich al het gezag van de rechtspraak aantast. 'Oorlog is wachten', citeert de strafrechter vreemdelingenlegionair Montyn uit het gelijknamige boek van Dirk Ayelt Kooiman. 'En dat geldt ook voor het recht. Een groot deel van het recht bestaat uit wachten.' Wachten op verdachten die overgebracht moeten worden uit een huis van bewaring, wachten op tolken of advocaten, wachten op deskundigenrapporten. Wachten op de behandeling van een zaak, soms wel maandenlang. Wachten op een uitspraak.

Familierechter Monique Fiege is inmiddels wel gewend aan wachten. Op een gemiddelde zittingsdag vallen altijd wel een paar zaken uit, de meeste op het allerlaatste moment. Fiege en de griffier die haar bijstaat, vullen de tijd met koffiedrinken en het bestuderen van de dossiers. 'Meestal bekijk ik de stukken pas een dag van tevoren', vertelt Fiege. 'Mijn geheugen is niet al te best, en omdat zoveel zittingen uitvallen, heeft het niet veel zin de zaken eerder voor te bereiden.' Vroeger waren het niet de rechters, maar de rechtzoekenden die moesten wachten. Zittingen liepen toen regelmatig uit, wat leidde tot veel irritatie. Inmiddels heeft de sectie een aantal maatregelen getroffen om het publiek ter wille te zijn, zoals de aanpassing van de zittingsagenda. De behandelingsduur van een gemiddelde zaak is teruggebracht tot tien minuten.

Net als haar collega Van Boven realiseert Fiege zich als alleensprekende rechter dat de belangen die op het spel staan groot zijn. Daarbij komt dat de wet in het familierecht eigenlijk weinig houvast biedt. Bepalen of een vader geschikt is als ouder, heeft eigenlijk niets met het recht te maken. 'Ik besef regelmatig dat een andere rechter in dezelfde zaak tot een ander oordeel kan komen.' Dat wil niet zeggen dat ze achteraf twijfelt over haar eigen uitspraken. Wel denkt ze in sommige zaken lang na alvorens een beslissing te nemen. Het afgelopen jaar bijvoorbeeld behandelde ze drie zaken over de beëindiging van co-ouderschap. In alle drie de gevallen tekende een van de partijen later hoger beroep aan. Het feit dat drie hogere rechters nog eens naar haar uitspraken kunnen kijken, stelt Fiege in zekere zin gerust. Aan de andere kant realiseert ze zich dat juist in haar vak het gerechtshof zelden tot een andere beslissing komt. Zijn de kinderen eenmaal bij vader ondergebracht, dan zal het hof ze niet snel weer verplaatsen naar moeder. Kinderen zijn immers gebaat bij rust en duidelijkheid. 'In de praktijk is mijn beslissing dus de eindbeslissing.'

Vreemdelingenzaken

De Rwandese vrouw klemt haar dochtertje, een baby nog, steviger tegen zich aan. Roerloos luistert ze naar de tolk die links naast haar zit en die vrijwel onhoorbaar voor anderen de woorden van de rechter vertaalt. Aan de andere kant staat haar advocaat die zijn argumentatie in razend tempo van een stuk papier leest. Dat zijn cliënt geen documenten heeft, maar zeker door soldaten in Congo is vastgehouden. Dat haar vader is vermoord en dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat de vrouw, bij terugkeer naar Congo, opnieuw zal worden vervolgd. Dat mevrouw verkracht is tijdens de detentie, en dat de autoriteiten daartegen niets hebben gedaan.

Een nog bijzonder jonge ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind) probeert de woorden van de advocaat te weerleggen. Mevrouw kon volgens haar de gevangenis waarin ze zat zomaar verlaten, en ze heeft bovendien geen stukken waaruit blijkt dat ze getraumatiseerd is door de verkrachting. Rechter Houweling, geflankeerd door een griffier, luistert aandachtig. Als de ambtenares, die optreedt als de verweerder in deze zaak, is uitgesproken, pakt ze de verklaring die de Rwandese, de eiseres in het jargon, eerder heeft afgelegd. Ze leest voor. 'Ik heb littekens in mijn vagina, ze hebben in mij gesneden.' Daarna legt ze de verklaring weer neer. 'Hebt u daar medische stukken over?', informeert ze bij de advocaat die onrustig in wat papieren graait. 'Ik heb de zaak pas in een laat stadium gekregen, mevrouw de rechter, en mijn cliënte heeft zich lange tijd niet met het verleden willen bezighouden, maar met haar nieuwe kindje. U moet weten, de andere kinderen zijn in Kinshasa achtergebleven.'

De rechter knikt en richt zich rechtstreeks tot de vrouw. Met tussenpozen formuleert zij haar zinnen, om de tolk alle kans te geven de vragen goed te vertalen. Ze informeert naar de andere kinderen en vraagt waarom mevrouw geen enkele poging heeft ondernomen die kinderen te bereiken. Ze informeert naar de broers, en waar die nu zijn. En ze vraagt of mevrouw haar nog iets wil vertellen, iets wat ze eerder in de asielprocedure nog niet heeft gezegd. De Rwandese zwijgt en schudt haar hoofd. Dan krijgen de advocaat en de verweerder nog een tweede termijn om dieper op de zaak in te gaan. Daarna zegt Houweling vriendelijk dat ze zich voldoende voorgelicht acht, en binnen zes weken schriftelijk uitspraak zal doen. De uitspraak volgt op tijd. De Rwandese mag niet in Nederland blijven, de ind heeft haar terecht een verblijfsvergunning geweigerd.

Sinds de nieuwe vreemdelingenwet van april 2001 beschikt bijna elke rechtbank over een eigen vreemdelingenkamer. De kamer valt onder de sector bestuursrecht, en behandelt in eerste aanleg alle vreemdelingenzaken. Het merendeel daarvan heeft betrekking op beroepsprocedures tegen afwijzende beslissingen van de ind die in eerste instantie een oordeelt velt over binnenkomende asielaanvragen. Daarnaast behandelen de vreemdelingenrechters veel zaken van zogenoemde witte illegalen, mensen die al jaren in Nederland verblijven, maar die om welke reden dan ook nog geen officiële verblijfsstatus hebben. Ellis Houweling is voorzitter van een van de vreemdelingenteams en coördineert de zittingen op dat gebied in Rotterdam. Daarvoor is zij deels vrijgesteld, wat betekent dat zij in de praktijk zelf nog maar weinig zittingen draait. Het is een oude liefde, het vreemdelingenrecht, vertelt Houweling op haar mooie kamer met uitzicht op de Maas. 'Je ziet de hele wereld aan je voorbij trekken, je volgt de politieke situatie in veel landen.'

Het vreemdelingenrecht is een complex rechtsgebied, met veel regels en uitzonderingen en onbegrijpelijke afkortingen. Het is bovendien een politiek explosief rechtsgebied en emotioneel belastend. Culturele verschillen bepalen in hoge mate het verloop van zittingen, en huilende rechtzoekenden zijn eerder regel dan uitzondering. De eerste tijd dat Houweling vreemdelingenzaken behandelde, kwam ze zelf ook weleens huilend thuis. De wet werd flink aangescherpt, en de rechter vroeg zich af of ze wel mee wilde werken aan het nieuwe restrictieve beleid. Inmiddels drukt die last minder op haar schouders. 'Ik kan mijn werk voor mezelf verantwoorden, en dat is mijn richtsnoer. Als ik bepaalde beslissingen niet meer met mijn geweten in overeenstemming kan brengen, houd ik er mee op.'

Arbitrair

De manier waarop alleensprekende rechters als Fiege, Van Boven en Houweling tot hun oordeel komen, lijkt iets arbitrairs te hebben. De wet biedt lang niet altijd uitkomst, tijd om feiten te checken is er eigenlijk niet. Hoogstens kunnen ze een zaak nog eens een week aanhouden om te overleggen met collega's, maar van een structurele intercollegiale toetsing is geen sprake. In de praktijk hangt dus veel af van de persoon van de rechter, zeker bij de enkelvoudige kamer. Vreemdelingenrechter Houweling geeft toe dat bij enkelvoudige zittingen de persoon van de rechter niet onbelangrijk is, 'hoewel ik altijd hoop dat de juridische redenering mijn beslissing afdoende onderbouwt'. Advocaten willen ook altijd graag van tevoren weten wie er zit als rechter. Op die manier kunnen zij hun betoog een beetje kneden in de richting van de uiteindelijke beslisser. 'De ene rechter is geneigd zaken formalistisch te behandelen, en let bijvoorbeeld erg op termijnen, de ander bekijkt de zaken wat praktischer, en let meer op de uitkomst ervan', legt Houweling uit. Zelf gelooft ze dat ze vrij formeel is, hoewel ze in heel schrijnende gevallen altijd zal proberen iets te zoeken om een bepaalde uitkomst te bewerkstelligen. 'Niet dat ik net zo lang zoek tot ik mijn zin krijg', roept ze meteen. 'Maar als de partijen nalaten zich op belangrijke informatie te beroepen die wel doorslaggevend gewicht in de schaal kan leggen, dan wil ik ze daar nog wel eens op wijzen.'

Houweling benadrukt dat de vreemdelingenteams in Rotterdam er veel aan doen om de verschillen in benadering niet doorslaggevend te laten zijn. Wekelijks organiseren zij bijvoorbeeld een rechtersoverleg waarin iedereen bepaalde zaken voorlegt aan de groep. Zaken waarin verschillen van mening voor de hand liggen, worden zoveel mogelijk meervoudig behandeld. En dan is er nog altijd het hoger beroep. Dat is volgens alle rechters het ultieme toetsingskader van hun handelen. Voor de rest vertrouwen zij vooral op hun onafhankelijkheid, die wordt gesymboliseerd door de toga. 'De toga biedt een zekere bescherming', vindt Fiege. Ook de anderen noemen de toga een essentieel kledingstuk. Het verhult hun persoonlijkheid, het benadrukt hun onthechtheid. 'Wie wil nou weten wie er onder die toga zit?', vraagt Lodewijk van Zwieten zich hardop af. 'Ik niet hoor, als ik voor de rechter zou staan. Als mensen precies weten welke persoon achter de rechter schuilgaat, kunnen ze altijd wel een argument bedenken om hem als partijdig af te schilderen.'

Dat is precies wat Ferry Hoogendijk, vriend van Fortuyn en enige tijd kopstuk van diens lpf, deed toen bekend werd welke rechters de zaak tegen Van der G. zouden behandelen. Hoogendijk vond dat rechter Nol Vermolen op grond van zijn verleden als bestuurslid van VluchtelingenWerk Nederland volstrekt ongeschikt was in deze zaak te oordelen. De kogel kwam immers van links. Wie op die manier redeneert, houdt weinig rechters meer over, wilVan Zwieten maar zeggen. 'Iemand wiens kinderen onder toezicht worden gesteld, kan makkelijk stellen dat een rechter met kinderen nooit neutraal naar zijn zaak kan kijken. Die toga symboliseert onze onafhankelijkheid. Dat betekent niet dat we allemaal hetzelfde zijn, nee. We zijn geen chipjes.'

Empathie

Of het feit dat zij zelf moeder is haar werk fundamenteel beïnvloedt, durft familierechter Fiege niet te zeggen. 'Mijn zoon is ruim twee, ik weet dus hoe kinderen van die leeftijd kunnen reageren. Als ze gillen dat ze niets met papa te maken willen hebben, hoeft dat helemaal niets te zeggen. Als ouder kan ik mij beter verplaatsen in andere ouders, denk ik, ik kan mij voorstellen hoe moeilijk het voor moeders kan zijn hun kind elders te laten overnachten. Misschien dat ik hen op de zitting daarom met iets meer empathie kan bejegenen.

Of het mijn oordeel beïnvloedt, weet ik niet. Ik ben geen betere of slechtere rechter, omdat ik moeder ben.'

Toch liet het dreigement dat enkele maanden geleden bij de sectie familie- en jeugdrecht binnenkwam, Fiege niet onberoerd. Een man, wiens kinderen uit huis werden geplaatst, dreigde de kinderen van de betrokken rechters - Fiege en een collega - iets aan te doen. 'Als de rechter mijn kinderen afpakt, zal ik zijn kinderen afpakken', schreef hij. 'Dit soort ernstige bedreigingen komen eigenlijk zelden voor', nuanceert de rechter nu. 'Ik maak me er niet al te druk over.' Toch nam een kinderloze rechter de zaak in kwestie over.

De zaak illustreert het dilemma waarmee de jonge rechters worstelen. Aan de ene kant dwingt de maatschappij hen de toga's open te knopen om verantwoording af te leggen over hu werk, hun uitspraken, en hun persoon. Die openheid maakt hen echter ook kwetsbaar. In zo'n sfeer is het lastig opereren. Dat blijkt ook uit de krampachtige manier waarop zij hun omgeving vertellen wat ze doen. 'Ik ben jurist', zegt Avedissian meestal. 'Ik werk op de rechtbank', antwoordt Fiege op de vraag naar haar beroep. Ook Van Boven loopt niet te koop met zijn ambt. 'Ik ben trots op mijn vak, maar wil niet steeds in die discussies verzeild raken.' Houweling zegt eveneens 'liever niet' dat ze rechter is.

Allemaal hebben ze de ervaring dat mensen 'anders gaan reageren' als ze horen dat hun gesprekspartner rechter is. 'Mensen gaan erg op je letten, en zien vervolgens alleen nog maar dat stukje', zegt Houweling. 'Ik heb meegemaakt dat iemand op een feestje zelfs wegliep toen hij hoorde wat ik deed. Mensen vinden het maar eng en raar.' Fiege deelt die ervaring. 'Mensen vallen vaak een beetje stil. Uit ontzag, denk ik, of misschien eerder nog uit verbazing dat ik een gewoon mens ben. Rechters hebben iets symbolisch, alsof ze niet echt bestaan.'

Lodewijk van Zwieten gelooft dat rechters, en zeker zij die na 1960 zijn geboren, begrijpen dat ze zich niet achter het woord onafhankelijkheid kunnen verschuilen, maar zich ook publiekelijk moeten verantwoorden. Maar hoe die publieke verantwoording er in de praktijk uit moet zien, blijft vaag. Rechters moeten in ieder geval niet in discussie gaan over concrete uitspraken, onderstrepen alle ondervraagde rechters. Een persrechter moet - achteraf - kunnen uitleggen wat de norm is, wat de wet zegt, en wat de feiten en omstandigheden waren, maar in discussie gaan over je eigen uitspraak, nee. 'Dat kan gezagsondermijnend zijn', vindt Avedissian. 'Daardoor zou je de specifieke taak van de rechter ontkennen', zegt Sap. 'Als het publiek ons afrekent op individuele zaken, moeten we voor ons hachje vrezen bij het doen van uitspraken. Wie moeten we dan behagen? De staat, het volk, Shell?'

Van Boven berust liever in het bestaande beeld. Hij wijst op een tekening van de 19de-eeuwse cartoonist Daumier die op zijn kamer hangt. Daarop voegt een zelfgenoegzame rechter een arme sloeber toe dat hij ook wel eens honger heeft, maar dat dat nog geen reden is om te stelen. Dat rechters boven de massa staan, is een vooroordeel van alle tijden, wil hij maar zeggen. Voor de rest vertrouwt hij op het bestaande systeem. 'Ik frons ook wel eens mijn wenkbrauwen bij bepaalde uitspraken, rechters verschillen ook van mening. Het is goed dat zaken dan in hoger beroep nog eens bekeken kunnen worden. Dat is het toetsingskader, niet minder, niet meer. Voor de rest moeten we onze plaats weten. We moeten niet te kwetsbaar worden.' M

De namen van de verdachten uit dit verhaal zijn gefingeerd.

Miek Smilde is freelance journalist.

Marie Cécile Thijs is freelance fotograaf.

[streamers]

'Een rechter moet rust in de samenleving brengen en zich niet laten opjagen.'

Soms wordt hij voor klootzak uitgemaakt. 'Je moet begrip op kunnen brengen voor de emoties van de mensen.'

De eerste tijd dat Houweling vreemdelingenzaken deed, kwam ze zelf ook weleens huilend thuis.

'Als de rechter mijn kinderen afpakt, zal ik zijn kinderen afpakken', schreef een vader.

Gerectificeerd

Vonnis Van der G.

In het artikel De rechter, het oordeel en de stem des volks (M, augustus) wordt de uitspraak in het proces tegen Volkert van der G. gedateerd op eind maart 2003. Het vonnis was op 15 april van dit jaar.