David Stern geeft theatrale draai aan Händels Hercules

Niet alleen literair, ook als muziektheatraal personage is halfgod Hercules een gedroomd figuur: goddelijk genoeg voor de heldenstatus, menselijk genoeg voor medeleven en identificatie. Gek genoeg maakt Händel in zijn `muzikaal drama' Hercules van die theatrale mogelijkheden niet of nauwelijks gebruik. Nergens richt het oratorium – tekstueel een aansprekende mix van Sophocles De Trachiniae en Ovidius Metamorphosen – zich op Hercules twaalf moeilijke `werken'.

In plaats daarvan schetst het met opruiende gambastreken en contemplatieve blokfluittonen de jaloezie van Hercules' tweede ega Deianira. Zij bestookt de jonge koningsdochter Iole met afgunstige galspuwerij en verliest Hercules daardoor uiteindelijk inderdaad, ofschoon niet aan Iole maar aan de Godenwereld.

Dirigent David Stern, zoon van violist Isaac Stern (1920-2001), nam vorig jaar in de serie zomerconcerten van het Concertgebouw met Concerto Köln al voor zich in met een aansprekende uitvoering van Die Entführung aus dem Serail, met acteur Bruno Ganz als onvergetelijk charismatisch verteller. Dit jaar keerde Stern terug met het zestienkoppige orkestje en uit negen zangers samengestelde koor van zijn eigen gezelschap Opera Fuoco, dat zich ten doel stelt oud vocaal repertoire in ere te herstellen en van een nieuwe dramatische intensiteit te voldoen.

In het geval van Hercules betekende dat vooral dat de lengte was bekort tot een menselijke maat van ongeveer een uur en drie kwartier. Van `in ere herstellen' was in dit geval geen sprake, want Hercules is zowel bekend als bemind, en werd onlangs nog op spectaculaire wijze op cd vastgelegd door Les Musiciens du Louvre onder leiding van Marc Minkowski.

Ofschoon Sterns aanpak niet echt vergelijkbaar is met het raspend, schurend en donderend spektakelspel onder Minkowski, is zijn aanpak wel evenzeer theatraal georiënteerd. Met brede gebaren maakte Stern de musici en koorleden zijn hoorbare liefde voor dit repertoire duidelijk. Dat leidde tot tal van mooie passages, met het vooral door de sopraangroep prachtig strak gezongen commentaarkoor Jealousy! Infernal pest! en het extreem uiteenlopende palet aan sferen in Deianira's waanzinsscène Where shall I fly als hoogtepunten.

Hoewel mezzo Ning Liang in gebruik van vibrato en aard van frasering absoluut geen typische barokzangeres is, overtuigde zij hier zeer in Deianira's van de hak op de tak fladderende wanen (,,Lash my guilty ghost with whips of scorpions!''). Veel strakker en helderder maar weer minder dramatisch was Christine Rigaud als de concurrente Iole, maar zij eindigde dan ook wél gelukkig in de armen van de beschaafd zingende tenor Michael Bennett als Hercules' zoon Hyllus.

Figuurlijk schijnt onder een `Hercules' ook wel een `buitengewoon forse man' te worden verstaan, en aan die verwachting voldeed bas-bariton Simon Bailey zowel in stem, voorkomen als podiumuitstraling. Al vanaf zijn entree, koninklijk bovenaan de trap, liet hij er geen twijfel over bestaan dat een halfgod in zijn omgang met medepersonages een aardse aanwezigheid paart aan ongrijpbaar superioriteitsbesef.

Concert: Hercules van G.F. Händel (verkorte versie) door Opera Fuoco o.l.v. David Stern m.m.v. Christine Rigaud (sopraan), Ning Liang (mezzosopraan), Michael Bennett (tenor), Simon Bailey (bas) e.a. Gehoord: 31/7 Concertgebouw, Amsterdam.