`Als Nederlander heb je altijd een achterstand'

De Nederlandse kanoslalomploeg werd vorig weekeinde tweede op het WK in Augsburg. Een opvallende prestatie: nooit eerder won Nederland op een WK een medaille.

Een historische prestatie. Zo omschreef de Duitse trainer van de Nederlandse kanoploeg, Michael Siebert, de zilveren medaille van Sam Oud, Floris Braat en David Backhouse bij de wereldkampioenschappen, afgelopen weekeinde in het Duitse Augsburg. Nederland werd voor vijfduizend toeschouwers tweede achter Zwitserland, maar bleef Duitsland voor. Een opmerkelijke prestatie, omdat in Nederland geen wild water aanwezig is en de slalommers aangewezen zijn op trainingsstages in het buitenland. Volgens zilveren medaillewinnaar Oud (24) zit het Nederlandse kanoslalom in de lift.

Hoe verliep de wedstrijd?

Sam Oud: ,,De landenwedstrijd vond plaats na de individuele wedstrijd, waarin we alledrie matige tot redelijk gepresteerd hadden. We moesten ons vervolgens meteen concentreren op de landenwedstrijd. Die bestond uit twee runs, zeg maar twee afzonderlijke wedstrijden waarvan de resultaten bij elkaar worden opgeteld. Om de twee minuten wordt gestart, een wedstrijd duurt honderd seconden. Elke slalommer start individueel en moet langs achttien tot 25 poortjes. Langs de twaalf meter lange baan stonden duizenden Duitse toeschouwers, aangevuld met enkele Nederlanders. Op zo'n moment moet je koel en geconcentreerd blijven.''

Hadden jullie een tweede plaats verwacht?

,,We hadden niet direct ingezet op een podiumplaats, we waren wel van een plek in de subtop uitgegaan. Van de vijftig deelnemende landen hadden we er in het verleden al veel verslagen. Als Nederlander heb je altijd een achterstand, omdat je in ons land nauwelijks in wild water kunt trainen. Na de eerste run stonden we tweede, dus we voelden dat er een verrassing aan zat te komen. Dat we de Duitsers versloegen, was sensationeel. Die gasten zijn fysiek enorm sterk, maar wisten ons in de tweede run niet meer te passeren. De uiteindelijke wereldkampioen Zwitserland was ongenaakbaar.''

Over welke kwaliteiten moet een goede kanoslalommer beschikken?

,,Over kracht, explosiviteit en een bepaald gevoel voor wild water. Talent is niet genoeg, voldoende trainingsarbeid is een absolute voorwaarde om uit te blinken. Je moet wennen aan de turbulentie van wild water, je kunt onze sport wat coördinatie en moeilijkheidsgraad betreft een beetje vergelijken met slalomskiën. Ooit werd een NK georganiseerd in het wildwaterbad van de Efteling, maar eigenlijk is het water daar veel te mat en niet wild genoeg. In Nederland is kanoslalom een relatief onbekende sport, in een land als de Verenigde Staten wordt er juist veel naar gekeken op televisie omdat die discipline zo spectaculair is. Maar het Nederlandse kanoslalom zit in de lift.''

Hoeveel tijd ben je kwijt aan je sport?

,,Ik train tien tot veertien uur per week, naast mijn hts-studie in Eindhoven. In de winter doe ik aan krachttraining, de rest van het jaar zit ik vaak in het buitenland met de Nederlandse ploeg. Zo'n honderdvijftig dagen per jaar verblijven we in landen als Frankrijk of Duitsland. Onlangs zijn we nog naar Chili geweest. Van dat land hebben we niet veel gezien, omdat de trainingen intensief zijn. Ik heb gelukkig de A-status gekregen van NOC*NSF, daarom kan ik ook meedoen aan belangrijke wereldbekerwedstrijden in Italië of Slowakije.''

Waarom heb je gekozen voor een carrière als kanoslalommer?

,,In Nederland kun je makkelijk aan watersport doen. Mijn ouders stimuleerden me ooit om te gaan zeilen, maar gaandeweg bleek die sport niet meer binnen het gezinsbudget te passen. Als zevenjarige kreeg ik een kano cadeau; van het een kwam het ander. De Nederlandse kanobond was in die tijd bezig met een ontwikkelingsproject voor de jeugd, waardoor kanotalent kon trainen in Frankrijk. Ik was meteen verkocht en belandde samen met Floris Braat in de Nederlandse jeugdploeg. Met succes, want ik werd eerste op het junioren-WK, terwijl Floris het junioren-EK won.''

Je richt je nu op de Olympische Spelen van Athene?

,,Absoluut, in 2004 wil ik van de partij zijn. Daarvoor moet ik één keer minimaal twaalfde worden tijdens een van de vier wereldbekerwedstrijden die dit seizoen worden georganiseerd. Op de Spelen is er helaas geen landenwedstrijd, dus valt er slechts individuele eer te behalen. De meeste landen mogen maar één kanoslalommer afvaardigen, voor sommige landen wordt een uitzondering gemaakt. Die mogen met twee slalommers nar Athene. Via een ingewikkeld puntensysteem wordt berekend welke landen tot de gelukkigen behoren. Op dit moment mogen wij met twee man naar de Spelen.''