Adieu

Foppe de Haan hield er van om nog voor het begin van de competitie zijn afscheid als trainer van Heerenveen aan te kondigen. Over een jaar is hij weg. De Friese colossus staat een eindeloze kroniek van een aangekondigd afscheid te wachten. Voor, tijdens en na de winterstop zal hij in honderden bespiegelingen op radio en televisie, in kranten en tijdschriften herdacht worden. Niet dat hij, zoals de Belgische oud-bondscoach Guy Thijs, dan al dood is, maar veel scheelt het niet. Foppe zonder SC Heerenveen is stilgelegde tijd. En ik zie hem ook niet in het kielzog van Leo Beenhakker en Hans Westerhof naar Mexico verhuizen. Een partijtje kaatsen op zijn ouwe dag, dat is straks zijn lot.

De trainer gaat, de legende is gestold.

De betekenis van Foppe de Haan voor het Nederlandse voetbal is niet na te vertellen. Waarom niet? Omdat Foppe zichzelf nooit enige betekenis heeft toegedicht. Hij was als water dat er altijd is, nu eens in een beekje dan weer in een kanaal. Als een soort chef van het syndicaat eb en vloed. Friese wateren, dat wel. Alleen maar. Edoch, door zo grondig zichzelf te zijn schudde hij de provinciale veren van zich af. De laatste tien jaar was Foppe uitgegroeid tot een archetype van het Nederlandse voetbal. Scholastiek bijna, in doen en laten. Een wijsgeer op noppen. Bij hem was het nooit kermis, niet in het hoofd en niet op de bank. Foppe is in zijn mythevorming altijd een geletterde skelet in het pandemonium gebleven.

Zoals hij kwam, zo zal hij gaan. Meer als supporter dan als coach van Heerenveen. Veredeld door liefde, niet door macht. Toen hij tot zijn afscheid had besloten, richtte hij zich eerst tot zijn secretaresse Ria. Dat zou Berlusconi nooit doen en Laporta, Van Praag en Van den Herik ook niet. Zij nemen afscheid van de legioenen, niet van een secretaresse. Typisch Foppe: god voor het (Friese) volk, secretaris van gemoed. Die verbondenheid, die nederigheid kom je in de hedendaagse voetbalindustrie niet meer tegen. De meeste voetbalcoaches willen vooral laten zien dat ze artiest zijn in grillen en humeurigheden, in een ballet van woede en misbaar. Zelden bewaken ze de zachte poëzie van de dug-out.

Ik las dat Foppe meer vrije tijd wil. Dat hij weer wil gaan studeren: fysiologie of bewegingswetenschappen. Verlate overkill: ik vond de trainer van Heerenveen al zo'n intellectueel. Wie zou hem nog wat kunnen leren? Ja, zijn theologische kennis was niet afgerond, maar juist in dat deficit lag zijn geluk. Foppe kon ongeremd van alles en iedereen een mysterie maken. Van de Elfstedentocht, van Abe Lenstra, van 4-3-3, van zijn kleinkinderen. Hijzelf was nog het grootste mysterie: een anarchist die gezag claimt.

Toen het woord nog niet bestond, was Foppe de Haan al charisma. Tegen beter weten in. De kunst van het verleiden is hem altijd onbekend gebleven, al was zijn publieke dwarsigheid wel gecultiveerd. Een beetje à la Van den Herik, zeg maar. Maar hij wist: trots en liefde zijn constructies voor de binnenkant, wat de buitenwacht ziet, zegt niets over de mens.

Foppe, Riemer en Annie, het is een begrip geworden in het Nederlandse voetbal. Een triumviraat dat soms als een triootje door het leven ging. Waar is mevrouw De Haan? Ik heb nooit haar voornaam gekend. Dat moet nu veranderen. Mevrouw De Haan hoort er ook bij: zij is het grootste offer van Heerenveen. Het zou Foppe sieren als hij dat eerherstel nog in de herfst van zijn leven voor zijn rekening neemt. Vrouwen dragen het land, mijnheer De Haan, zelfs in Friesland.

Volgend jaar moet er dus naar een opvolger voor Foppe worden gezocht. Een heidens perspectief. Ik kan mij niet voorstellen dat er één Nederlandse trainer is die zich aan de legende-De Haan wil branden. Een buitenlander zou de meest elegante oplossing zijn. Maar wie dan? Friesland is te klein voor Arsène Wenger en voor Vicente Del Bosque. Ik denk dat Riemer bij een Belg uitkomt. Friezen en Vlamingen hebben wel iets met elkaar. Op zijn minst: het kromme taaltje, pilszucht en een lichte vorm van affairisme. De voorbije jaren is dat spiegelbeeld enigszins verstoord door die domme patser van Vitesse, Bob Peeters, maar geldwolven vind je nu eenmaal boven en beneden de Moerdijk. Het zegt verder niets over de volksaard.

Lieve Foppe: adieu! Ik zal je missen. Meer nog, ik zal naar een replica van jou blijven zoeken. Je mag mij ook jezelf geven, het liefst in brons gegoten.

    • Hugo Camps