Achterstallig onderhoud

Een half jaar geleden luidde de toenmalige demissioniare minister van Verkeer en Waterstaat, Roelf De Boer (LPF), de alarmklok. Als voor de Nederlandse Spoorwegen verantwoordelijk bewindsman zei hij dat de onderhoudsproblemen aan het spoor veel groter zijn dan gedacht. En hij voegde eraan toe dat de overheid jarenlang te weinig in spoorwegonderhoud heeft geïnvesteerd. De Boers openhartigheid was verfrissend, al kon hij niets meer aan het gesignaleerde vraagstuk doen. Hij vertrok en Karla Peijs (CDA) nam zijn plaats in. Ze moet zich inwerken, maar de zwijgzaamheid over het onderhoud lijkt weer zo groot als voorheen. En dat terwijl achterstallig onderhoud de oorzaak is van de helft van het aantal vertragingen bij de NS. In 2003 is minimaal een miljard euro nodig om versleten wissels, verouderde bovenleidingen en weggezakte rails in goede conditie te krijgen. Onderhoud moet – om de vertragingen terug te dringen en de veiligheid naar een hoger plan te tillen.

Ook dit jaar zal te weinig geld in onderhoud aan de spoorwegen worden gestoken. Investeren in onderhoud in het algemeen is niet populair. Politiek is er nauwelijks mee te scoren. Welke politieke partij maakt een zaak van een vernieuwd en beter onderhouden rioolstelsel? Steeds vaker vallen er hoosbuien die het huidige riool niet kan verwerken. Het loopt dan over in singels, sloten en rivieren, waarmee het oppervlaktewater voor maanden wordt verpest. In de meeste steden hebben de gietijzeren afvoerputten een te beperkte capaciteit. Een paar bladeren voor de opening en de put is verstopt. Dagelijks vegen helpt, maar het straatonderhoud laat eveneens te wensen over. Geen sexy issue, inderdaad. Het belang ervan dwingt echter alertheid af.

Nederland is een uitgeleefd land geworden, schreven de wetenschappers Roos en Verdoes, verbonden aan de Erasmus Universiteit, onlangs op de opiniepagina van deze krant. Zij bepleitten meer aandacht voor onderhoud. Wie kent niet de gemeente, zo vroegen ze zich af, die liever bezuinigt op civieltechnisch onderhoud dan op straathoekwerk? Dat laatste ligt inmiddels ook onder vuur – het geld moet overal vandaan worden geschraapt – maar de kern van de kwestie is helder. Nederland heeft geen oog meer voor onderhoud. De snelheid van leven, de wegwerpcultuur en het feit dat diepte-investeringen in onderhoud kostbaar zijn en geen prompt politiek gewin opleveren maken dat aan het onderwerp schouderophalend voorbij wordt gegaan. Dat komt mede door de diffuse verantwoordelijkheid voor wat voorheen een overheidstaak was, en nu door privatisering en verzelfstandiging beland is bij het bedrijfsleven en de `quango's', de schijnbaar zelfstandige organen die vroeger als logge maar degelijke overheidsdiensten voor gas, licht, water en transport zorgden.

Hiermee is niet gezegd dat de privatiseringen van het afgelopen decennium de oorzaak zijn van het achterstallige onderhoud. Het probleem kon groeien door een combinatie van slordigheid en luiheid in denken en doen. Het is nu een kwestie van tijd geworden. Als het spoor niet snel rigoureus wordt opgeknapt, is het wachten op een ongeluk. De ervaringen in Engeland zijn wat dat betreft niet hoopgevend. Daar werd British Rail als praktisch failliet en hopeloos verouderd staatsbedrijf geprivatiseerd en opgesplitst. De verzelfstandigde bedrijven hadden geen geld om voor onderhoud te zorgen. Gevolg: een reeks geruchtmakende treinrampen. Na schade en schande wordt van het achterstallig onderhoud nu eindelijk werk gemaakt. De Britten houden ons een spiegel voor. Zoals het daar ging, mag het hier niet gebeuren.

Meer geld voor onderhoud biedt soelaas. Uiteraard. Maar het gaat ook om de mentaliteit. Om aandacht voor het thema te trekken kan het misschien nog het beste bij het modieuze normen- en waardendebat worden ondergebracht. Onderhoud is de versjofeling bestrijden door rommel op straat op te rapen en de medeburger te doordringen van de noodzaak van een leefomgeving die schoon en heel is. Dit is geen taak die exclusief bij de overheid ligt; het gaat iedereen aan. Als dit besef doordringt, komt goed onderhoud als vanzelfsprekende voorwaarde voor continuïteit en veiligheid terug op de politieke agenda.