Aan het schooltje van meneer Yan komt een einde

De Chinese regering wil het privé-onderwijs beter reguleren. Aan simpele, armoedige privéschooltjes voor plattelandskinderen zoals die van meneer Yan komt een einde.

De juf zit achter het harmonium, haar klas zet op krijsend harde toon een liedje in: ,,Mama, ben je moe van je werk? Lust je soms een kopje thee? Ga toch zitten, rust eerst even uit. Dank je, mama, voor alles wat je steeds weer voor me doet.''

Dat mama inderdaad hondsmoe uit haar werk komt, is voor de meeste kinderen een dagelijkse realiteit: op dit schooltje zitten kinderen wiens ouders van het platteland naar de Chinese hoofdstad Peking zijn getrokken, op zoek naar werk en welvaart. Het werk dat ze kunnen krijgen is vaak zwaar, vuil, onregelmatig en onzeker. ,,Mijn ouders proberen vlees te verkopen op de markt, maar dat gaat nogal moeilijk'', vertelt een verlegen meisje van tien in een niet meer zo heel witte jurk die is gedecoreerd met roze roosjes van gaas. Ze spreekt nauwelijks algemeen beschaafd Chinees. Het jongetje naast haar vertelt dat zijn ouders in de bouw werken. ,,We slapen in tenten op het bouwterrein'', zegt hij desgevraagd.

In het duistere klaslokaaltje waar de kinderen les hebben, valt alleen wat buitenlicht naar binnen door de deur en door de ramen die pas hoog in de muur beginnen. De muren zitten van onder tot boven onder de zwarte vegen, deels veroorzaakt door de walm van het open kolenkacheltje waarmee de school in de winter warm wordt gestookt.

Geen schoolbankje is gelijk aan het andere, en alles is tweedehands. De kinderen zitten op houten en plastic krukjes op een ongeverfde betonnen vloer. De lesboeken zijn zo versleten en de bladzijden zo groezelig en omgekruld dat de teksten aan de randen van de pagina's moeilijk meer te lezen zijn. Heel erg is dat niet, want de juf leest de les toch herhaaldelijk voor. De kinderen zeggen haar zin voor zin na, en daarna dreunen ze de tekst nog een keer in zijn geheel op.

Van groepsonderwijs heeft hier nog nooit iemand gehoord: alles gaat klassikaal en de leraren zijn streng. Aan de muur hangt een portret van een huilend jongetje. ,,Ik ben een stout kind'', staat eronder.

De aan de buitenkant lichtgroen geschilderde barakken waarin de school is gevestigd, liggen in een wijk waar het platteland overgaat in de stad: de boerenhuizen zijn er al goeddeels afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouwflats voor stedelingen. Op het schoolplein wappert een rafelige Chinese vlag. De kinderen hijsen die aan het begin van de dag onder het zingen van het volkslied, net zoals op alle scholen in heel China. Het schoolpleintje is een modderige vlakte met wat kiezel erover uitgespreid, en er hangt een penetrante verflucht. Een van de klaslokalen is namelijk verhuurd aan een meubelmakerij, en die is net bezig is een serie tweedehands stoelen opnieuw in de spuitlak te zetten.

De school heeft op het moment moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. De directeur, de strenge meneer Yan Xing, heeft de school vijf jaar geleden opgezet als een commerciële activiteit. Hij krijgt geen cent staatssteun, en hij kan alleen blijven draaien als de school in elk geval een kleine winst maakt. Yan is net als zijn leerlingen afkomstig van het platteland. ,,Vijf jaar terug was het voor kinderen van migranten vrijwel onmogelijk om in Peking naar school te gaan. De overheidsscholen hadden te weinig capaciteit, en ze vroegen een enorm hoog lesgeld aan kinderen van buiten Peking. Hun ouders konden dat met geen mogelijkheid betalen. Voor de meeste ouders is zelfs onze school al duur: waar haal je het geld vandaan als je moet leven van het inzamelen van oud papier en plastic?''

Er zitten nu 120 kinderen in zeven klassen, voordat de besmettelijke longziekte sars in Peking om zich heen greep, waren dat er 170. ,,We hebben het lesgeld moeten verhogen, want we houden toch hetzelfde aantal leraren.'' Yan schat dat maar 10 procent van de leerlingen de hele basisschool bij hem volgt. Omdat de ouders los werk hebben, verhuizen ze vaak naar andere delen van de stad of naar elders in China. Ongeveer éénvijfde van de kinderen blijft niet langer dan een of twee maanden, de overige 70 procent blijft voor de duur van een enkel schooljaar. Het is daarmee moeilijk om de kinderen goed les te geven. Hun niveau verschilt sterk, net als hun achtergrond.

Aan de tijd van de simpele, armoedige privéschooltjes zoals die van meneer Yan lijkt in Peking langzamerhand een einde te komen. De overheid wil het privé-onderwijs beter reguleren. Ook maken de staatsscholen in Peking het makkelijker en goedkoper voor migrantenkinderen om zich daar in te schrijven.

Yan is dan ook bang dat hij zijn school volgend jaar al moet sluiten. ,,Er zijn nieuwe regels gekomen voor privéscholen, en daarin staat dat je eerst een garantiebedrag van 1 miljoen RMB [ruim 100.000 euro, red.] op de bank moet zetten voordat je een school mag beginnen. Zoveel geld krijg ik natuurlijk nooit bij elkaar'', zegt Yan, gezeten op de rand van zijn bed die in een klein kamertje naast een van zijn klaslokalen staat. Net als de meeste andere leraren woont hij op het schoolterrein. Yan hoopt dat de districtsoverheid zijn school nog een extra jaartje wil tolereren, maar het zal moeilijk worden. Ook omdat de grond waarschijnlijk al snel zal worden opgeëist voor woningbouw.

Kunnen Yan's leerlingen dan nog naar school? ,,Ik hoor van ouders dat de staatsscholen officieel weinig lesgeld vragen, maar in de praktijk komen daar allerlei extra's bij. Ik weet niet of de ouders van leerlingen als de onze dat kunnen betalen. Voorlopig hoop ik maar dat wij het hier nog een tijdje kunnen uitzingen.''

Dan gaat de bel, de kinderen bedanken hun leraren keurig in koor voor de les, ze stellen zich in rijtjes op om naar huis gebracht te worden. Een volwassene helpt ze om voorzichtig de brede nieuwe snelweg over te steken, terug naar hun ouders die de nieuwbouwflats bouwen waarvoor hun school straks misschien moet wijken.