Verbod op partijen aangekondigd

De Marokkaanse koning Mohammed VI meldde in zijn kroningstoespraak dat alle partijen en groepen ,,die zichzelf hebben benoemd uit naam van de islam te spreken'' verboden zullen worden.

Het voortbestaan van een aantal invloedrijke politieke moslimpartijen en -groeperingen in Marokko is hoogst onzeker geworden. Koning Mohammed VI kondigde eerder deze week aan dat alleen hij geldt als de religieuze autoriteit in zijn land en dat alle partijen en groepen ,,die zelf zeggen uit naam van de islam te spreken'' verboden zullen worden. De maatregelen lijken vooral gericht tegen de sterk gegroeide Partij van Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PDJ) en de moslimbeweging van sjeik Yassine.

In zijn traditionele toespraak in verband met het kroningsfeest haalde de koning afgelopen woensdag fel uit naar het propaganderen van ,,vreemde religieuze doctrines binnen de Marokkaanse tradities''. Daarmee verwees de vorst op ondubbelzinnige wijze naar de Saoedische invloeden in de vorm van de radicale stromingen als de salafisten die verantwoordelijk worden gehouden voor de aanslagen 16 mei in Casablanca waarbij 44 mensen om het leven kwamen.

De koning onderstreepte zijn positie als `aanvoerder der gelovigen', een titel die door zijn vader is ingesteld en die de Marokkaanse koning als rechtstreeks afstammeling van Mohammed tot de hoogste religieuze autoriteit in het land bestempelt. Deze positie werd de laatste jaren bijna openlijk ter discussie gesteld door de aanhangers van de radicale beweging rond de bejaarde sjeik Yassine. De koning kondigde tevens een nieuwe wet op de partijen aan die het vormen van groepen 'op basis van religie, ras, taal of regio' verbiedt.

Wat de maatregelen precies voor gevolg hebben is nog niet duidelijk, maar bij velen in Marokko bestaat de indruk dat de aankondiging het voortbestaan van de PDJ sterk onder druk zet. Deze partij is de afgelopen jaren sterk gegroeid en wist bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zelfs de derde plaats te behalen, direct achter de nationalistische Istiqlal en de socialistische partij. De vrees bestaat daarbij dat de als min of meer gematigd bekend staande PJD in de toekomst verder kan groeien en een beslissnede rol binnen de Marokkaanse politiek kan gaan spelen.

De aanslagen van Casablanca leidden de afgelopen maanden reeds tot een grootscheeps politie-ingrijpen in heel Marokko. Daarbij werden naar schatting zevenhonderd arrestaties verricht onder veronderstelde moslimextremisten. Hoewel de precieze gevolgen nog moeten blijken, bestaat de vrees dat de nu aangekondigde maatregelen paal en perk stellen aan een aantal democratische hervormingen. Behalve het mogelijk verdwijnen van de PJD is andermaal de absolute macht van de koning binnen de Marokkaanse staatsinrichting herbevestigd. Eerdere voornemens van de belangrijkste politieke partijen om het systeem langzaam te hervormen in de richting van een meer constitutionele monarchie lijken hiermee onder druk van de moslimterreur in de koelkast gezet.

Zoals gebruikelijk werden een groot aantal gevangenen gratie verleend in verband met de festiviteiten. Hieronder bevond zich evenwel niet de journalist Ali Lmrabet, de hoofdredacteur van de satirische tijdschriften Demain en Douman. Lmrabet beëindigde een langdurige hongerstaking nadat hij tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens een aantal spotprenten en een artikel over het budget van het koninklijk huis.

Zijn veroordeling leidde tot grote internationale opschudding en protesten van journalistenorganisaties. De gevangenisstraf voor Lmrabet volgde na een eerdere toespraak van koning naar aanleiding van de aanslagen in Casablanca, waarin deze aankondigde dat behalve tegen moslimterroristen ook harder opgetreden zal worden tegen diegenen die de autoriteit van de staat ter discussie stellen.

In zijn toespraak deze week bekritiseerde de koning tevens de gemeentes en lokale overheden wegens hun falende beleid om een einde te maken aan de massale sloppenwijken die rond de grote steden zijn ontstaan. De armoede in deze wijken wordt gezien als een van de belangrijkste voedingsbodems voor het moslimextremisme in Marokko. Meerdere radicale moslimbewegingen zijn hier de afgelopen jaren actief geworden met practische hulp en onderwijs. De daders van de aanslagen in mei waren voor een groot deel afkomstig uit een van de grotere sloppenwijken aan de rand van de hoofdstad Casablanca.