Turkse stap

Het parlement van Turkije heeft een belangrijke stap gezet naar hervorming van het staatsbestel. Het leger, dat sinds jaar en dag een actieve politieke rol speelt in Turkije, krijgt minder te vertellen. De Nationale Veiligheidsraad, het belangrijkste orgaan waarmee het leger invloed uitoefent, zal worden hervormd en verliest zijn directe macht. De regeringspartij AKP van de charismatische premier Recep Erdogan haalt hiermee een van de gevoeligste kwesties in Turkije overhoop: de verhouding tussen de strijdkrachten – met name de landmacht – en de staat. Sinds de nationalistische omwenteling van de jaren twintig beschouwt het leger zich als de hoeder van de seculiere staat die door generaal Atatürk werd gesticht.

De praktijk zal moeten uitwijzen of de regering-Erdogan er in slaagt de macht van de generaals werkelijk in te perken en het leger ondergeschikt te maken aan het politieke gezag. Zoveel is zeker, de jongste hervorming past in een serie maatregelen die Turkije bezig is te nemen met als doel eind volgend jaar in aanmerking te komen voor onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie. Vorig jaar werd de doodstraf formeel afgeschaft en onlangs zijn de rechten van de Koerdische minderheid wettelijk bekrachtigd.

De EU heeft in de zogenoemde Kopenhagen-criteria (1993) vastgelegd aan welke voorwaarden landen moeten voldoen om te beginnen aan onderhandelingen over toetreding. Turkije werd telkens aan het lijntje gehouden, maar heeft vorig jaar op de EU-top in Kopenhagen de toezegging gekregen dat eind 2004 duidelijkheid zal worden gegeven – onderhandelen of de deur dicht. Sindsdien doet de Turkse regering alle moeite om aan de voorwaarden van de EU tegemoet te komen. De Verenigde Staten, die Turkije als belangrijke bondgenoot en militair bolwerk beschouwen aan de rand van het Midden-Oosten, zijn actief pleitbezorger van Turkse toetreding tot de EU. Deze Amerikaanse bemoeienis heeft tot toenemende ergernis in de Europese hoofdsteden geleid. Overigens lijkt de Amerikaanse ijver enigszins bekoeld na de Turkse weigering om Amerikaanse troepen op bases in Zuid-Turkije toe te laten aan de vooravond van de Irak-oorlog. Het gesteggel over de financiële compensatie die Turkije hiervoor eiste heeft niet alleen in Washington de nodige argwaan gewekt.

Het manco van de Kopenhagen-criteria is dat ze betrekking hebben op politieke en humanitaire voorwaarden en niet gaan over economische criteria. En die zijn in het geval van Turkije – een arm land met een omvangrijke bevolking – van groot gewicht bij eventuele toetreding tot de EU. De Turkse economie ligt chronisch aan het infuus van het Internationale Monetaire Fonds en de regering heeft moeite om aan de IMF-criteria voor macro-economische stabilisatie te voldoen. De Turkse munt kan met een koers van 1,6 miljoen per euro niet anders dan als waardeloos worden omschreven. Dat zijn obstakels voor toetreding die nog heel wat economische hervormingen vergen.

Niettemin is het besluit van het parlement in Ankara om de politieke macht van het leger in te perken welkom. Het is een stap, maar niet meer dan dat, in de richting van Brussel.