Permanent in vakantiestemming

De beroemde Amsterdamse westelijke tuinsteden gaan onherkenbaar veranderen. De pragmatische nieuwbouw zet zich vol respect af tegen Van Eesterens Nieuw-West.

Als vreemde reuzemeteorieten liggen ze in het westen van Amsterdam, de eerste blokken die de stedelijke vernieuwing hebben gebracht. Als alles goed gaat zijn deze complexen, ontworpen door de architectenbureaus Heren 5 en FARO, de eerste van vele nieuwe woningblokken die Geuzenveld, Slotervaart en naburige wijken onherkenbaar zullen veranderen.

Grote delen van deze beroemde tuinsteden gaan de komende tien jaar tegen de vlakte. Er worden ruim 13.000 woningen gesloopt. Ze worden vervangen door ruim 24.000 woningen – de nieuwe westelijke tuinsteden zullen dichter bebouwd zijn dan de oude. Zestig procent van de nieuwe woningen zullen koopwoningen zijn. Dit is een radicale breuk met het verleden: nu bestaat zo'n 90 procent van de woningen in de westelijke tuinsteden uit sociale-huurwoningen en zijn er zeeën van ruimte. In absolute getallen is de verandering minder dramatisch: er komen bijna 10.000 sociale-huurwoningen terug.

Cornelis van Eesteren (1897-1988), het hoofd van de Amsterdamse afdeling Stadsontwikkeling die met zijn dienst de Amsterdamse naoorlogse uitbreidingswijken ontwierp, zal nooit hebben verwacht dat de westelijke tuinsteden nu al grotendeels worden gesloopt. Toen hij in de jaren dertig begon te werken aan het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), was het niet de bedoeling dat de nieuwe, te bouwen Amsterdamse uitbreidingswijken tijdelijk zouden zijn. Van Eesteren en de statisticus Van Lohuizen hebben hun uiterste best gedaan hun naoorlogse uitbreidingswijken niet al na een halve eeuw slooprijp te laten zijn. Meer dan welke stedenbouwkundige voor hen dan ook gingen ze op `wetenschappelijke' wijze de toekomst te lijf om deze te bepalen. Maar ondanks alle bevolkingsprognoses, statistieken en kaarten waarmee ze zich wapenden, waren ook hun prognoses uiteindelijk niet veel meer dan extrapolaties van het toenmalige heden. Met de welvaartsstijging die de sociale-huurwoningen in Amsterdam-West aan het einde van de 20ste eeuw voor veel Amsterdammers krap en onaangenaam maakten, hadden ze geen rekening gehouden. Ook de massale immigratie van Marokkanen en Turken naar Nederland kwam in de toekomst van Van Eesteren en Van Lohuizen niet voor. Nooit hebben zij voorzien dat veel van de woningen in de westelijke tuinsteden na het vertrek van de `autochtonen' nu worden bewoond door `allochtonen'.

De twee blokken van Heren 5 en FARO architecten en de andere blokken die nog zullen volgen, moeten daar verandering in brengen. Ze moeten de middenklasse weer naar de westelijke tuinsteden trekken. Het blok van Heren 5 bestaat helemaal uit koopwoningen, dat van FARO voor 40 procent. Maar niet alleen doordat ze koopwoningen bevatten wijken de blokken van Heren 5 en FARO af van de omgeving, ook door de vorm. Terwijl Van Eesterens tuinstad voor een groot deel bestaat uit stroken flats met open ruimtes daartussen, introduceren FARO en Heren 5 de gesloten bouwblokken in Amsterdam-West: beide complexen hebben besloten, private binnentuinen. Als het blok van FARO komende herfst wordt opgeleverd, zal het drie binnentuinen hebben in de vorm van kleine, begroeide heuvels bovenop de parkeergarages. Het blok van Heren 5 krijgt een binnenhof op de parkeergarage, met een Japanse stiltetuin en één grote boom.

De nieuwe blokken in Amsterdam-West sluiten aan op een landelijke trend in de Nederlandse woningbouw. Steeds meer verschijnen in Nederland woningcomplexen met een min of meer besloten karakter, niet alleen in de binnensteden, maar ook in de Vinex-wijken en de naoorlogse uitbreidingswijken die nu `stedelijk vernieuwd' worden. De beslotenheid varieërt van de `woonkastelen' in de Vinexwijk Haverleij bij Den Bosch tot de vele buurten in de Vinexwijken die op eilanden zijn gesitueerd en slechts via één damweg bereikbaar zijn.

De kastelen en eilandbuurten komen tegemoet aan het verlangen van de moderne, 21ste-eeuwse burger om zich af te sluiten van de omringende wereld en alleen met gelijkgestemden te verkeren. Maar het is nog maar de vraag of de twee nieuwe blokken in de westelijke tuinsteden voldoende beslotenheid en veiligheid bieden: veel van de koopwoningen in beide blokken zijn nog steeds niet verkocht. ,,Ik sprak laatst iemand die tegen zijn zoon had gezegd dat hij in dit blok moest gaan wonen'', vertelt Bas Liesker, een van de architecten van Heren 5. ,,Het is hier gemakkelijk wonen, had die vader gezegd, je parkeert je auto onder je huis en je zit in twee tellen op de ringweg. Maar de zoon schrok ervoor terug, omdat het hier toch hoofddoekenland is.''

Hoofddoekenland

Voorlopig blijven grote delen van de westelijke tuinsteden ook `hoofddoekenland'. Want hoe radicaal de veranderingen in de tuinsteden ook zijn, het zal jaren duren voor de huidige bewoners, veelal allochtonen, passende nieuwe woonruimte krijgen, in de tuinsteden of elders in Amsterdam. Pas in 2015 zal de stedelijke vernieuwing van de westelijke tuinsteden zijn voltooid.

Vermoedelijk zou de Nieuwe Bouwer Van Eesteren hebben gegruwd van de nieuwe, gesloten bouwblokken in Amsterdam Nieuw-West. Van Eesterens strokenbouw in de westelijke tuinsteden was niet alleen een kwestie van `licht, lucht en ruimte', maar had ook een moreel karakter. ,,Leugens!'', had Van Eesteren eens geschreven over Berlage's Amsterdam-Zuid, nadat hij hier een paar nieuwe, gesloten bouwblokken had bekeken. Voor Van Eesteren en andere Nieuwe Bouwers waren de open, collectieve ruimtes tussen de strokenbouw de belichaming van de nieuwe tijd en de vooruitgang. Ze stonden voor de moderne open maatschappij en de breuk met het bedompte, kleinburgerlijke verleden met zijn gesloten bouwblokken.

Ruim twintig jaar geleden stelde Niels Luning Prak in het artikel `Het geloof van de architecten' de `waarden en normen' van de Nieuwe Bouwers met hun strokenbouw tegenover die van de traditionalisten met hun gesloten bouwblokken. Nieuwe Bouwers als Van Eesteren hadden volgens Prak `linkse sympathieën' en waren `gericht op de toekomst'. Ze wilden de mens `bevrijden' en waren voorstanders van `sport en hygiëne'. De architectuur van het Nieuwe Bouwen was `rationeel', `functioneel', en gericht op `ontmaterialisering' en `openheid'. Traditionalisten stonden daarentegen voor `eeuwige waarden' en `herstel van de maatschappelijke eenheid'. Ze wilden de bewoners `verheffen' en verwachtten meer van `dans en muziek' dan van `sport en hygiëne'. In hun architectuur legden de traditionalisten de nadruk op het `gevoel', `symboliek', `materialiteit' en niet te vergeten: `afsluiting'.

Van Eesteren zou de nieuwe, gesloten bouwblokken van FARO en Heren 5 dan ook zeker als een stap terug in de geschiedenis van de stedenbouw en architectuur hebben beschouwd. Maar Hugo de Clercq, een van de architecten van FARO, ziet het anders. ,,De westelijke tuinsteden staan wat mij betreft voor een stralend maar ouderwets optimisme'', zegt hij in zijn kantoor op het landgoed Olmenhorst, midden in de Haarlemmermeer. ,,Ze stonden in het teken van `allemaal gezond, zaterdag naar de speelweide en zondag rondom de radio'. Die tijd is voorbij. Dit is de tijd van individualisme en een gefragmenteerde samenleving. Daar passen geen collectieve, open ruimtes bij. Je moet de ruimte nu juist duidelijk definiëren.''

Saaie Mondriaan

Liesker kijkt bijna verbaasd als hij over het lijstje van Prak hoort en vervolgens de vraag gesteld krijgt of het gesloten bouwblok van Heren 5 nu moet worden beschouwd als een reactionair gebouw waar in het binnenhof niet gesport, maar alleen gedanst mag worden. ,,Onze architectuur is niet gebaseerd op ideologie'', antwoordt hij. ,,Pragmatiek staat voorop. Overal in de samenleving zie je kleine, losse verbanden ontstaan. Niet op basis van gedeelde ideologie of levensovertuiging, maar op basis van bijvoorbeeld de vraag: `hoe kunnen we met een aantal mensen samen prettig oud worden'. De socioloog Haijer heeft de tijd van Van Eesteren wel eens vergeleken met een familiecamping, waar de kampeerders een hechte gemeenschap vormen. Maar de huidige maatschappij is meer een doorgangs-camping in de Dordogne waar je wel even een blikopener leent van je buurman, maar verder niet veel met hem te maken hebt.''

Bas Liesker beschouwt de westelijke tuinsteden van Van Eesteren, die zijn loopbaan begon als lid van De Stijl, als `een saaie Mondriaan'. ,,Op zichzelf is het geen slechte wijk'', zegt hij. ,,De bezonning van de woningen is goed, en verkeerstechnisch is het ook allemaal in orde. Maar het is geen plek om verliefd te worden. De wijk heeft te veel anonieme, openbare ruimte en te veel gelijksoortige, kleine woningen.''

Hugo de Clercq heeft meer waardering voor de westelijke tuinsteden dan Liesker. ,,Elke keer als ik hier kom, vind ik het eigenlijk wel mooi'', zegt hij. ,,Het is er groen, op veel plekken staan prachtige bomen. Ik geloof ook dat de sociale problemen hier niet zozeer met de stedenbouw hebben te maken als wel met een teveel aan kleine, eenvormige woningen. Wie geld had, is hier weggetrokken naar een betere woning. En laten we niet overdrijven. Als je naar de Southside van Chicago gaat of de banlieues van Parijs, dan zie je problemen van een volstrekt andere orde.''

De waardering van Liesker en De Clercq voor Van Eesterens heeft ertoe geleid dat de woningblokken van Heren 5 en FARO geen rigoureuze breuk met de strokenbouw van de westelijke tuinsteden zijn geworden. ,,We moeten nu van de saaie Mondriaan een soort Victory Boogie Woogie maken'', zo omschrijft Lieske de ingreep van Heren 5. ,,Er moeten verschillende soorten woningen komen en ook andere ruimtes dan alleen maar openbare. Iets residentie-achtigs in de vorm van een monoliet was wel op zijn plaats in deze eenvormige, open omgeving, vonden wij. We wilden een gebouw met een duidelijk voorkomen en we schrokken ook niet terug voor een afgesloten binnenruimte. Private ruimtes leidt tot meer betrokkenheid van de bewoners dan onbestemde openbare gebieden.''

Ook op andere punten wijkt het gebouw af van de omgeving. In de oude westelijke tuinsteden bevatten de blokken bijna altijd slechts één type woningen, maar het hof van Heren 5 heeft vijf woningtypes. Terwijl de flats in Van Eesterens Nieuw-West op de begane grond vaak alleen bergingen hebben, zijn in het nieuwe blok van Heren 5 de woon-werkwoningen aan de straat gesitueerd. Was schoonheid voor de rationalist Van Eesteren iets dat niet ter zake deed, de uitkragende bovenste verdiepingen van het Heren 5-blok komt vooral voort uit de wens van Heren 5 om een `mooi gebouw' te maken. ,,Toch sluit het gebouw ook aan op de omgeving'', zegt Liesker. ,,Bakstenen komen in de oude woningen in de directe omgeving ook voor. Bovendien is het nieuwe blok niet echt gesloten. In de traditie van de westelijke tuinsteden is het opgebouwd uit twee stroken.''

De ene strook van het Hof van Hoytema, zoals het blok van Heren 5 officieel heet, heeft zeven woonlagen, de andere vijf. Ze zijn met elkaar verbonden door een muur met gaten en door een serie luchtbruggen die een soort scherm vormen. Onder de luchtbruggen is de grote, glazen toegangsdeur in een glazen wand. ,,Het gebouw moest transparant worden'', vertelt Liesker. ,,Het moest zich niet afkeren van de omgeving. De binnenwereld waar je als niet-bewoner niet kunt komen, moest wel zichtbaar blijven.'' Wie naar binnen kijkt, ziet een hof dat door het overvloedige gebruik van hout wel weer sterk afwijkt van alles wat in de westelijke tuinsteden is te zien en zorgt voor een permanente vakantiestemming.

Rijtjes

Ook het complex met 131 woningen van FARO in Geuzenveld is een tweeslachtig gebouw dat zich vol respect afzet tegen Van Eesterens Nieuw-West. In tegenstelling tot de eenvormige omgeving met Oost-Europese allure heeft het complex een gevarieerde vorm: het bevat lage rijtjeswoningen, middelhoge flats en woontorens van 10 verdiepingen. Grijs, licht blinkend aluminium, dat naast rood baksteen het belangrijkste gevelmateriaal is, beklemtoont nog eens dat het hier om nieuwe architectuur uit het jaar 2003 gaat. En ook in dit geval zijn de binnentuinen voor niet-bewoners ontoegankelijk, maar van sommige punten wel zichtbaar.

Maar net zo min als het complex van Heren 5 wendt dat van FARO zich af van de omgeving. Hoewel het is gebouwd op een leeggebleven dijklichaam tussen twee buurten in Geuzenveld, waar met gemak een superkasteel kon worden gebouwd, hebben FARO architecten ervoor gekozen de bebouwing in drie stukken te knippen. Hierdoor zijn de straten in de twee buurten aan weerszijden van het gebouw nu met elkaar verbonden en is de nieuwbouw geen sta-in-de-weg. Zo is ook het gebouw van FARO in Geuzenveld geen botte afwijzing van Van Eesterens functionele stad, maar brengt het `open beslotenheid' in de westelijke tuinsteden.