Pensioen doet pijn: van mineur tot rampjaar

De pensioencrisis bijt. Langzamerhand wordt duidelijk hoeveel extra zij kost. Het afgelopen jaar in een notendop: slecht, slechter, slechtst.

Dit was de beurskrach van hun leven.

Samen hebben de pensioenfondsen vorig jaar vele tientallen miljarden euro verloren, 181 fondsen hebben minder vermogen dan de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) acceptabel acht, 322 hebben te weinig buffers tegen nieuwe koersverliezen.

Hoe vertellen de besturen van grote en minder grote pensioenfondsen dat aan hun achterban: gepensioneerden en (ex)werknemers, die via hun werkgever verplicht sparen voor hun pensioen?

Dan is 2002 ,,in menig opzicht een bijzonder jaar'' (Ahold Pensioenfonds), een jaar ,,in mineur'' (HBG Pensioenfonds), ,,zelfs beduidend negatiever dan de voorgaande twee jaren'' (Akzo Nobel Pensioenfonds), een ,,bewogen jaar'' (Rabobank Pensioenfonds), ,,net als de twee jaar daarvoor een slecht beleggingsjaar'' (Pensioenfonds Metaal en Techniek), een ,,zeer slecht beleggingsjaar'' (Pensioenfonds TPG), het ,,slechtste beleggingsjaar'' (Pensioenfonds KPN) of een ,,rampjaar'' (Pensioenfonds ABN Amro).

Nu de jaarverslagen van pensioenfondsen openbaar worden, blijkt steeds duidelijker hoeveel pijn de pensioencrisis bedrijven doet. De pijn zet ook steeds meer werkgevers aan om de pensioenregeling voor hun werknemers te versoberen, zoals bij ABP (ambtenaren en leraren) gebeurt. De pijn zet grote geldstromen in beweging, extra stortingen van werkgevers om `hun' fonds te helpen..

Het pensioenfonds van de Rabobank leidt op dit moment de ranglijst: 600 miljoen euro extra. Daardoor bleef de verhouding tussen het vermogen van het fonds en de pensioenverplichtingen vrijwel gelijk aan die van 2001: 119 procent. De PVK let tot chagrijn van de pensioenwereld sinds een jaar openlijk veel scherper op dit verhoudingsgetal, de zogeheten dekkingsgraad.

De Rabobank heeft de beleggingsverliezen die het fonds vorig jaar heeft geleden met extra bijdragen in de kas van het pensioenfonds gecompenseerd. Daardoor had het pensioenfonds geen last van het verscherpte PVK-beleid. ,,De bank vindt het niet gepast dat de dekkingsgraad rond 100 procent schommelt'', zegt B. Bruggink, hoofd directoraat control van de Rabobank. Hij noemt het prudent beleid, deels ingegeven door de financiële kracht van de bank.

Uit het jaarverslag van het pensioenfonds blijkt dat de bank en het fonds de bakens wel verzet hebben: de korting op de pensioenpremie van bijna 100 procent die de bank in 2001 nog kreeg is verdwenen. Vorig jaar betaalde de Rabobank 300 miljoen euro premie. En met het premievrije pensioen voor de werknemers is het ook gedaan. Vanaf volgend jaar zullen nieuwe werknemers meebetalen, in 2014 moeten alle Rabo-werknemers meebetalen.

Nummer twee op de lijst met extra stortingen, ABN Amro, verkeert in een slechtere situatie. Vorig jaar stortte de bank 430 miljoen euro extra in het fonds. De dekkingsgraad (101 procent) is desondanks onder het niveau dat de PVK acceptabel acht. ABN Amro heeft de PVK toegezegd de positie van het fonds conform de PVK-eisen te verbeteren. Dat kan, op basis van de situatie eind 2002, de bank nog 841 euro miljoen extra kosten. Ook ABN Amro wil dat haar werknemers meebetalen aan de pensioenpremies. Maar de onderhandelingen met de vakbonden daarover zijn vastgelopen.

Nummer vier op de lijst, Akzo Nobel, wil zijn pensioenregeling wijzigen en een deel van de beleggings- en inflatierisico's naar de werknemers overhevelen. Dat heeft tot een patstelling geleid in de onderhandelingen met de vakbonden. In de tussentijd betalen werknemers en werkgever extra `herstelpremies' voor het fonds.

De twee andere pensioenfondsen in de top-5 hebben minder nijpende problemen. TPG heeft in zijn recente cao het premievrije pensioen voor werknemers intact gelaten, KPN trekt profijt van het feit dat de cao-lonen, en de daaraan gekoppelde pensioenverplichtingen, voor twee jaar bevroren zijn om de werkgever te helpen overleven.