Opstand van de machines

Om in het denken en doen van de moderniteit niet achterop te raken, ben ik naar Terminator 3 gaan kijken. Als u dat verlangen ook hebt en toevallig in Amsterdam woont, ga dan naar Tuschinski. De film draait in de prachtig gerestaureerde art déco zaal, waar uw opa en oma misschien nog Marlene Dietrich in Shanghai Express hebben gezien. Op dit ogenblik heerst daar Arnold Schwarzenegger.

De film heeft een ondertitel: Opstand van de machines. Waarom ze in verzet komen, heb ik niet goed begrepen, ook de sprekende robots houden er hun mond over, maar duidelijk is wel dat ze de mensheid willen vernietigen, of dat al gedaan hebben. Twee mensen zijn uitverkoren om met terugwerkende kracht onze diersoort voor de ondergang te behoeden. Dat zullen ze pas in de loop van de film goed begrijpen, waarbij ze door de Terminator worden geholpen. Hoe dat allemaal verloopt, ga ik niet vertellen, maar het is niet uitgesloten dat u dit stukje kunt lezen dankzij de Terminator die dat over een paar jaar mogelijk heeft gemaakt.

Wat beweegt machines om in opstand te komen tegen de mensen? Omdat we ze mishandelen, de computer een klap geven, de auto niet op tijd laten doorsmeren? Omdat we de machine die haar hele leven alles heeft gegeven, aan stukken zagen, bij het grof vuil zetten, in plaats van in een hal voor bejaarde machines, waar ze, goed verzorgd, nog wat bewegingen kunnen maken? Pikken de machines het niet meer, omdat ze genoeg hebben van onze ondankbaarheid? Of willen ze ons vernietigen omdat we er sinds ons eerste gereedschap, in het Stenen tijdperk al, er niets van gemaakt hebben? En is nu hun geduld op, en gaan ze hun eigen Arcadië stichten?

Als we de machine de kracht van het denken, en dus de als zodanig bedoelde mensenvernietiging toeschrijven, dan kunnen ze er ook een ideologie, het beeld van een ideale machinemaatschappij op na houden. Bijvoorbeeld een samen`leving' van geweldloze machines, wier hoogste doel het is de onverslijtbaarheid te bereiken om dan de productie/reproductie stop te zetten en voortaan met een minimaal energieverbruik rustig-poëtisch met elkaar te spelen tot de planeet zelf aan zijn einde komt. Tot nu toe heeft Hollywood ze – voorzover ik weet – alleen de ogenblikkelijke vervulling van de wens tot een oneindig zinloos geweld toegedicht.

Nu kunnen we twee kanten op. De opstandige machine volgens Hollywood is niets anders dan een eigentijdse verschijning van de Duivel, die eerst verleidt tot zondig gedrag, en dan tot straf vernietigt. Dat zal wel, of, dat zal zeker zo zijn. Òf de opstandige machine dient als rechtvaardiging voor de maker van de film om daarin, met toenemende hulp van de special effects zoveel mogelijk duurzame gebruiksvoorwerpen kort en klein te laten slaan, waarbij ook het een en ander aan onroerend goed verloren gaat. Mij dunkt dat we hier aan het goede adres zijn.

Hoeveel auto's in deze film al botsend verloren gaan, valt niet meer bij te houden. Heb je één zo'n botsing gezien, dan heb je ze allemaal gezien, zult u zeggen. Dan hoort u tot de minderheid van niet-botsliefhebbers. Voor de meerderheid is het een variant op pornografie. Ik denk dan aan een van de eerste naoorlogse scabreuze romans, Forever Amber, van Kathleen Windsor, en vooral aan het commentaar van Edmund Wilson. Bij gewone romans, schreef hij ongeveer, moet de lezer het van de intrige hebben. Het talent van Windsor komt pas goed tot zijn recht waar de intrige tot stilstand is gekomen. Opstand van de machines, hoe, waarom? Daar knallen weer tien auto's tegen elkaar. De intrige zal je een zorg zijn. De climax, zullen we het maar noemen, wordt bereikt als de Terminator in een zware, zestienwielige kraanwagen de Jeanne d'Arc van de opstand achtervolgt. Of andersom. Voor de toekomst van de mensheid is dat niet van belang. Het is ongelofelijk hoeveel onschuldig blik daarbij als collateral damage wordt meegenomen.

De drang tot vandalisme moet een excuus hebben, wil de mateloosheid ervan in de kunsten tot haar recht komen. Alleen op de ouderwetse kermis kon de liefhebber in de `vrolijke keuken' ongeremd het een en ander aan scherven gooien. En ik ken een gedicht, van de zachtmoedige Johan Andreas Dèr Mouw, van overtuiging Brahmaan. `Om één dag jong te zijn gaf `k ziel en God. Ik die geluksdorst met extasen lesch. Ja ja! Nog één keer in de Nes, met dronken prolen slaan de boel kapot!' In dit opzicht een vroege Terminator.

Volgens mij bevat deze film twee gevallen van half-plagiaat. Op zeker ogenblik heeft een machine zich in een echt mens genesteld. Door de maagwand steekt het apparaat een arm naar buiten. Zoiets komt al voor in de eerste Alien. En in deze Terminator zien we kleine, vliegende robots, duidelijke afstammelingen van de Velociraptor uit Jurassic Park. Hebt u er verstand van, let dan goed op en laat me weten of ik gelijk heb.

    • H.J.A. Hofland