Nu eens echt instorten

Vol trots en bijna teder beschrijft Hanco Kolk de bijna toevallige totstandkoming van de autobiografische `stripnovelle' Retraite. Van zijn vrouw kreeg hij een schetsboekje cadeau. Dat vulde hij met een persoonlijk verslag van een ernstige aanval van midlifecrisis, zonder de intentie dit door anderen te laten lezen. Toen hij en zijn kompaan Peter de Wit (samen maakten ze onder meer Gilles de Geus en Single) een stapel papier over hadden, besloten ze het toch maar uit te geven. Kolk is content over het resultaat, want hij roept ons op `alstublieft een goeie lezer voor dit boekje te zijn'.

Als een van de kenmerken van een `goeie lezer' is dat je een boek met plezier leest, dan behoor ik tot die categorie. Kolk stort zonder enige gêne zijn hart uit over de emotionele crisis die hij de afgelopen jaren meemaakte. Hij is ontevreden met zijn leven en het onherroepelijke verouderingsproces; hij besluit eens echt in te storten. De beste plek om dat te doen is volgens hem Toscane, om precies te zijn het plaatsje San Gimignano. De dagen komt de gefrustreerde kunstenaar nog wel door met museumbezoek en quasi-nonchalant terrasgehang; het zijn vooral de eenzame nachten die hem angst aanjagen: `Alleen. En niets te doen. Een dodelijke combinatie! Sit-ups, maar die heb ik al gedaan. Schrijven! maar wat? Roken. Aftrekken! Maar ik ben niet geil!'

Achteraf blijkt San Gimignano toch niet zo'n goed idee te zijn, want het pittoreske stadje is vergeven van de romantische stelletjes. Frustrerend gezelschap voor een eenzame, verwarde man. Na een paar dagen als een zombie door de stad te hebben gestrompeld, maakt Kolk contact met een groepje kunstenaars. Een contrabassist, een muziekleraar, twee schilders, een zilversmid en de aantrekkelijke vriendin van een van de schilders vormen de komende tijd Kolks gezelschap. Het lijkt opeens weer goed te gaan, maar de demonen van zijn depressie, getekend als silhouetten van monsters, laten zich niet zo makkelijk afschudden.

Zelfs na een paar jaar, als Kolk het stadje weer bezoekt om herinneringen op te halen, weten de kwelgeesten hem te vinden. `Alles oké met mijn demonen! Ze verkeren in blakende welstand en ze doen je de groeten', is de cynische laatste zin van de oerschreeuw die Retraite is. De rauwe emoties die Kolk aan het papier heeft toevertrouwd vormen zijn beste werk sinds Schlager. Wie zich afvraagt waar het vervolg daarop blijft, weet nu, na Retraite, waarom het zo lang duurt. Vooral de eerste helft van dit dagboek is grappig door de morbide humor waarmee Kolk de depressie van zich afschrijft. Maar zelfs de momenten waarop de tekenaar het spoor helemaal kwijt is, zijn sierlijk vormgegeven. Hij kan dan wel zijn verstand kwijtraken, de gecontroleerde lijnvoering van zijn tekenwerk is na jaren een automatisme geworden. Vorm en inhoud die in eerste instantie met elkaar in tegenspraak lijken, vallen daardoor perfect samen. Hanco Kolk wil een ander, beter, vrijer mens worden, maar de bittere conclusie is dat hij niet meer kan losbreken.

Hanco Kolk: Retraite. Hanco Kolk/Oog & Blik, 184 blz. €16,50

    • Gerard Zeegers