Niets geleerd van genocide

,,Ik had de leiders van Interahamwe kunnen doden.'' Oud-commandant van de VN-missie in Rwanda Roméo Dallaire over vredesoperaties in Afrika en de beelden en geluiden van de dood die hem achtervolgen.

,,Het getalm en geklungel als het om vredesoperaties in Afrika gaat, zoals in Liberia en Congo, laten zien dat de wereld van de genocide in Rwanda weinig heeft geleerd.'' De gepensioneerde Canadese luitenant-generaal Roméo Dallaire zei dat gisteren in de pauze van een college dat hij hield in het kader van een internationaal studentensymposium over conflictbeheersing, in Den Haag. De oud-militair was commandant van de VN-missie tijdens de genocide in Rwanda waarbij negen jaar geleden 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's werden vermoord door rebellerende Hutu's.

Dallaire kan het de lidstaten van de Verenigde Naties en zichzelf niet vergeven dat ze die slachting niet hebben voorkomen waarvoor hij drie maanden tevoren nadrukkelijk gewaarschuwd had. Na zijn missie in Rwanda bleven de gruweldaden die hij machteloos had moeten aanzien hem 's nachts achtervolgen.

Hij vertelde daar gisteren ook over, met een krachtige, ietwat toegeknepen stem. Over hoe de slachtoffers met honderden, duizenden in een plaatselijke kerk werden gedreven met het verhaal dat ze daar veilig waren. Hoe granaten de bomvolle kerk werden binnengegooid waarna milities het werk afmaakten met machetes, rij voor rij. Hoe de slachtoffers niet onmiddellijk werden gedood maar langzaam doodbloedden. Hoe de honden zich te goed deden aan het vlees.

Hij hoort nog steeds dat geluid van die vretende honden, maar hij kan er tegenwoordig kennelijk mee leven, al is het met behulp van pillen en dankzij jaren therapie. Drie jaar geleden werd hij in zijn geboorteland bewusteloos van de drank gevonden in een park: hij wilde niet meer leven. Hij had al twee keer een zelfmoordpoging gedaan. In april 2000 was de man die op de nominatie stond de Canadese strijdkrachten te leiden noodgedwongen vervroegd met pensioen gegaan.

Wat hem tegenwoordig gaande houdt, vertelt hij de studenten, is de hoop dat ,,de mensheid over drie, vier eeuwen geen oorlog meer voert om verschillen''. Aan de Amerikaanse Harvard-universiteit gaat hij zich komend jaar bezighouden met een nieuwe aanpak van conflicten. De Pavlov-reactie van de internationele gemeenschap op conflicten stamt volgens hem nog uit de tijd van de Koude Oorlog en is hopeloos achterhaald.

Hij heeft ook een boek over zijn ervaringen in Rwanda geschreven dat in oktober uitkomt onder de titel Shake hands with the devil. De extremistenleiders met wie hij onderhandelde om toch tenminste enkele mensen te kunnen redden, hadden het bloed nog aan hun handen.

,,Wat weerhield mij ervan om mijn pistool te pakken en hen tussen hun ogen te schieten?'', vraagt hij zich voor de zoveelste keer af tijdens het college. ,,Ik had de drie leiders van de Interahamwe-militie kunnen doden. Wat had dat voor effect gehad op de genocide?'' Hij herneemt zich, zoals elke keer wanneer zijn stem begint te trillen: ,,Laten we verdergaan.'' [Vervolg RWANDA: pagina 4]

RWANDA

Ruilvoet: 1 op 85.000

[Vervolg van pagina 1] Dallaire is een kind van de Tweede Wereldoorlog. Zoon van een Canadese bevrijder en een Nederlandse oorlogsbruid. Geboren bij Oldenzaal. Hij heeft de Canadese NAVO-troepen geleid in Duitsland en deelgenomen aan de VN-missie in Cambodja. Zijn leven wordt beheerst door oorlog en daar komt ook geen eind meer aan.

Tandenknarsend constateert hij dat de VN nog steeds veel te lang werkloos blijven bij een humanitaire ramp, zoals nu in Liberia. Precies zoals in Rwanda in 1994. Dat verwijt hij de lidstaten die ,,apathisch'' en ,,onwillend'' en ,,racistisch'' zijn. ,,Westerse mogendheden zijn niet bereidheid een dode soldaat te riskeren om duizenden Afrikanen te redden.'' Hij vertelt wat de internationale ruilvoet was als het om mensen gaat, kort na het begin van de genocide in Rwanda. Een Westerse regeringsvertegenwoordiger rekende hem voor dat er toch zeker 85.000 Rwandezen moesten sterven om één Westerse dode te rechtvaardigen.

Van een hervorming van de vredesoperaties waartoe de VN drie jaar geleden op basis van het Brahimi-rapport besloten na de echecs in Rwanda en Bosnië, is volgens Dallaire nog bitter weinig terechtgekomen. De besluitvorming moest sneller, er moest meer geld voor vredesoperaties komen, de missies zouden beter bemand en bewapend en duidelijke, realistische bevoegdheden krijgen. Maar intussen moeten de VN een beroep doen op een Europese vredesmacht om in te grijpen in oost-Congo en op een West-Afrikaanse interventiemacht om levens te redden in Liberia. ,,Omdat ze zelf niet bij machte zijn snel troepen op de been te brengen.'' VN-secretaris-generaal Kofi Annan vertrouwde hem onlangs toe, zegt Dallaire, dat de VN niet in staat zouden zijn om een tweede Rwanda te voorkomen.

Onder druk van de lidstaten, met de imperiale VS voorop, houden de VN ook vast aan achterhaalde, contraproductieve opvattingen over onpartijdigheid en soevereiniteit, vindt Dallaire. Toen hij vóór de genocide in Rwanda een grote wapenvoorraad in beslag wilde nemen die klaar lag voor de finale afrekening, werd hem dat door een hoofdkantoor in New York verboden. Omdat zo'n optreden tegen een van de strijdende groepen als partijdig zou kunnen worden uitgelegd. Hij kreeg zelfs opdracht om zijn vertrouwelijke informatie over het verborgen wapendepot door te spelen aan de president die persoonlijk betrokken was bij die bewapening. Toen hij het radiostation RPLN wilde opblazen dat aanzette tot rassenhaat en later instructies gaf voor de genocide, mocht dat niet. Omdat een regering bepaalt wie ze toelaat in de ether.

Dat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit, dat eigenbelang van westerse mogendheden deel is van de Real-politiek, daar wil Dallaire niet van horen. Dat vindt hij alleen maar een slecht excuus om niet te tornen aan de status quo en het lijden van de wereld de rug toe te keren. Hij vindt dat landen ,,moreel, ethisch mede-schuldig zijn als ze werkeloos toezien terwijl er ergens in de wereld massaal wordt gemoord''. Hij accepteert niet dat ze ,,de Pontius Pilatus doen'', dat ze hun handen in onschuld wassen.