Mijn hart is in staat tot alle vormen

De Hamzanama is een 16de-eeuws Indiaas manuscript over de held Hamza. Er zijn nog maar 200 bladen over, verspreid over de wereld. In Zürich zijn er nu 50 tegelijk te zien.

Onmogelijk te weten waar je moet beginnen met kijken, onder of boven, links of rechts: het blad is bezaaid met bomen, figuren met rijkversierde gewaden, woest kolkend water, architectuur, grassprieten, rotsblokken, een zeedraak die water spuit door zijn neusgaten. De blaadjes van de bomen zijn ieder afzonderlijk en precies geschilderd, donkergroen met lichtgele randen en bladnerven. In het zwarte water met zijn witkringelende golven tuimelen vissen en een schildpad. Op de oever staat een tent met een rood dak en gele binnenvoering, erin ligt een tapijt dat rijk bewerkt is met kleurrijke bloemen. Er staat een maaltijd gereed in schalen en slanke kruiken. Midden in het water, al lijkt het alsof hij erboven zweeft, zwemt een reusachtige krijger met ontbloot bovenlichaam en rode pofbroek, zijn dolk houdt hij vastberaden vooruitgestoken. Zijn doel is duidelijk: een burcht aan de overkant, met kantelen en houten poort.

Het bijschrift bij de schildering luidt: ,,Badi'uzzaman sluit zichzelf op in een waterdichte kist en laat de kist in de zee rond de Noshad Burcht gooien; Malik Qasim zwemt erachter aan en bereikt het vijandige gebied.'' Qasims dienaren kijken toe, zich verbazend over zijn moedige escapade. De wachters van Badi'uzzaman daarentegen zijn in slaap gevallen. Hun meester dobbert in een rode kist, vlak voor de opengesperde bek van de draak.

Geen plekje van het papier is onbenut gelaten. Decoratieve en figuratieve elementen zijn gelijkwaardig. Het schild van een soldaat is bedekt met een patroon van minutieuze bloemen in lichtblauw, wit en oranje, de burcht is versierd met allerlei bloemenfriezen, de rijkbewerkte lantarens en wapenstokken zijn een feest voor het oog. Het lezen van de voorstelling wordt gecompliceerd doordat geen rekening is gehouden met de regels van het perspectief. Burcht en tent zijn even groot al staan ze aan weerskanten van het brede water, de wachters passen niet op hun toren maar puilen er overheen, het tapijt is als een keurige rechthoek evenwijdig aan het vlak getekend. Alles kantelt en beweegt.

Dit is een van de bladen uit het beroemde 16de-eeuwse, Indiase Hamzanama-manuscript dat de beroemde Mogulkeizer Akbar de Grote liet vervaardigen. Zelden zijn twee of drie bladen uit dit geïllustreerde manuscript tegelijk te zien, en nu zijn er maar liefst vijftig bijeengebracht op een tentoonstelling in het Rietberg Museum in Zürich. De bladen zijn uitzonderlijk groot voor een geïllustreerd manuscript, ongeveer 60 bij 48 centimer. Ooit telde de Hamzanama 1400 bladen, verzameld in zes delen. Er zijn er nog 200 over, verspreid over de hele wereld. Het Smithsonian Institute in Washington D.C. begon tien jaar geleden met een diepgaande studie van de Hamzanama, resulterend in deze tentoonstelling, waarvoor de mooiste bladen zijn geselecteerd en gerestaureerd.

De Hamzanama vertelt het verhaal van de legendarische held Hamza ibn Abdul-Muttalib, krijger en oom van de profeet Mohammed. Hamza overleed in 625 in de slag bij Uhud tegen de Abessijnen. Hamza stond aanvankelijk sceptisch tegenover het nieuwe Mohammedaanse geloof, maar liet zich bekeren en wijdde vervolgens zijn leven aan de verbreiding van de Islam. De Hamzanama speelde een belangrijke rol in de mondelinge traditie van de Perzische literatuur. De avonturen van Hamza werden doorverteld door nomaden, en niet alleen in Perzië; er bestaan versies in het Arabisch, Turks, Georgisch en zelfs in het Maleis. Een standaardtekst is er niet, de Hamzanama was een steeds groeiende en veranderende verzameling van fictieve verhalen. Het boek van Akbar is uniek, door de omvang, het grote formaat, en de hoge kwaliteit van de schilderingen.

In de legende reist Hamza, het prototype van de Perzische held, naar vreemde landen, vaak benoemd als `eilanden', die bewoond worden door heksen, elfen, demonen en draken. Een Perzische held is knap, moedig, ridderlijk, sterk en trots, maar niet per se intelligent of beschouwelijk van aard. Hij heeft daarom altijd raadslieden. Het vuile werk laat de held opknappen door zijn soldaten, en voor de slimme intriges heeft hij de beschikking over een spion, de ayyar. En natuurlijk heeft hij dappere vrienden die hem bijstaan, zoals Malik Qasim.

Wilde olifant

Akbar (1542-1605) volgde als 13-jarige jongen in Delhi zijn vader, de Mogulkeizer Humayun, op, nadat Humayun in zijn bibliotheek een dodelijk val van de trap had gemaakt. De jonge Akbar hield veel van de jacht. Er wordt van hem verteld dat hij er niet voor terugdeinsde om op de rug van een wild geworden olifant te springen. Akbars adviseur, de geschiedschrijver Abu'l-Fazl, beschrijft in zijn annalen hoe de jonge keizer zich na de olifantenjacht in de wouden van Narwan ontspande met vertellingen. ,,De volgende morgen, als de wereldverwarmende zon haar plek op de troon van de horizonnen had ingenomen, zat Zijne Majesteit de Shahinshah met de buit in zijn net en met de beker van het succes aan zijn lippen op zijn machtige zetel en verzocht zijn hovelingen vriendelijk om te gaan zitten. Dan luisterde hij voor zijn plezier naar Darbar Khan die verhalen vertelde over Amir Hamza.'' Toen hij 15 jaar was gaf Akbar opdracht tot het illustreren van zijn favoriete verhalen. De voltooiing van het boek zou 15 jaar in beslag nemen en was het grootste project dat tijdens Akbars heerschappij op het gebied van de schilderkunst is uitgevoerd.

Akbar was de meest getalenteerde van de zes achtereenvolgende Grote Moguls (Mongolen) van de Moguldynastie. Onder Akbars achterkleinzoon Awrangzeb (1618-1707) begon het rijk uiteen te vallen. Aan het einde van Akbars leven strekte het Mogulrijk zich uit van Kabul tot aan de zee van Decca en van de Arabische Zee tot aan de Bengaalse Golf. Akbar ontwikkelde het concept van een goddelijk verlicht koningschap. Hij bad tot de zon, en bij zonsopgang verscheen hij voor het volk dat zich voor zijn voeten wierp. Zijn opvolgers zetten dit zonnekoningschap voort. Waarschijnlijk heeft Lodewijk XIV zich door deze ideeën laten inspireren om zijn eigen mythe van Europees absolutisme te formuleren.

Het Mogulrijk omvatte veel verschillende religies en tradities. Akbar was een tolerante heerser die er naar streefde om alle religies met elkaar te verzoenen. Zijn heerschappij wordt daarom door sommigen beschouwd als een model voor het hedendaagse India. Akbar voerde het Perzisch in als verplichte taal in zijn hele rijk. In 1575 richtte hij het Ibadatkhana op, het `Huis van Aanbidding', waar gedebatteerd werd over religie door moslims, shiïten, hindoes, joden en christenen. De belangrijkste boeken van de verschillende religies liet Akbar in het Perzisch vertalen. Zo kwam er in 1580 een missie van jezuïeten naar het Mogulhof. Ze brachten een Bijbel mee, in 1570 door Christoffel Plantijn gedrukt in Antwerpen. De jezuïeten voegden zich bij Akbars denktank in de hoop hem te bekeren, en hadden daarmee de bedoelingen van Akbar niet begrepen. De Mogulkoning was op zoek naar waarheid, en trachtte die te vinden in authentieke teksten.

Uiteindelijk voelde Akbar zich het meest aangesproken door het soefi-denken. Zoals de beroemde Spaanse Soefi Ibn al-Arabi (hij overleed in 1240) schreef: ,,Mijn hart is nu in staat tot alle vormen. Het is een weide voor gazellen en een klooster voor christelijke monniken. Een tempel voor idolen en een Kaba voor pelgrims. De tafel van de Wet en het boek van de Koran. Ik belijd de religie van de Liefde.''

De Mogulheerschappij kreeg dankzij de soefi-religie een nieuwe, alomvattende dimensie toen Akbar werd uitgeroepen tot de Perfecte mens die de Universele Vrede tussen moslims en hindoes had gesticht. Akbar werd een spirituele authoriteit. In de prachtige brieven die Akbar schreef aan grote medeheersers als Philips II en Shah Abbas van Iran klinkt door dat hij hen weliswaar respecteerde, maar dat hij, Akbar, toch superieur is aan hen omdat zij slechts één religie en één cultuur accepteerden. Zijn eigen tolerantie verleende hem de morele authoriteit om zorg te dragen voor de hele mensheid. Akbar de Grote was de ware universele koning.

Modder-pasta

Voor het Hamzanama-project werden de beroemdste schilders uit Iran en India naar Fatehpur Sikri, Akbars paleis aan de Jumna-rivier bij Agra, gehaald. Gedurende vijftien jaar werkten in verschillende ateliers tussen de veertig en vijftig schilders ononderbroken aan de illustraties. Akbar droeg persoonlijk zorg voor de betaling aan de meest getalenteerde schilders. De Hanzanama laat een vermenging zien van de Indiase traditie, die expressief en dynamisch is, met de verfijnde, meer abstracte Perzische miniatuurkunst, én de realistische afbeelding van details die Akbar kende van de Europese Renaissance-schilderkunst. Vanwege dit realisme was de schilderkunst een controversiële kunstvorm. Moslims wezen de herkenbare verbeelding van de wereld af en gaven de voorkeur aan het geschreven woord, de kalligrafie. En alleen in combinatie met tekst, als illustratie, kon schilderkunst eventueel acceptabel zijn. Ikonoklasten hebben in latere jaren op veel bladen van het manuscript de gezichten van de personages bedekt met een modderachtige pasta.

Het is duidelijk dat de beelden in de Hanzanama veel belangrijker zijn dan de teksten. Tekst en beeld staan op losse bladen, zodat de verhalenverteller voor kon lezen terwijl een ander de schildering omhoog hield voor het publiek. Vergeleken met de kalligrafische traditie waarin regelmaat en harmonie boven alles gaan zijn de teksten slordig geschreven. Zo staan aan het eind van de bladzijde de regels en de letters vaak dichter op elkaar, om het verhaal toch nog op het blad te kunnen proppen.

Kunsthistorici hebben de hand van verschillende meesters in de bladen onderscheiden. De schilder Jagana is bijvoorbeeld te herkennen aan gezichten met grote ogen en een gedetailleerde weergave van afzonderlijke snor- en baardharen. Veel peris (elfen) in het manuscript zijn getekend door de elfenspecialist Basavana.

Hoewel het overkoepelende thema de triomf van de Islam is, speelt dit in de meeste illustraties een ondergeschikte rol. Heldendom, avontuur en fantasie zijn belangrijker. Wanneer Hamza er bij koning Ahras op aandringt dat hij zich tot de Islam bekeert, stemt Ahras hierin toe onder de voorwaarde dat Hamza hem in een worstelwedstrijd verslaat. Spirituele kracht betekent in de Hamzanama weinig zonder lichamelijke superioriteit.

De Hamzanama is een vrolijk volksverhaal dat misschien nooit op deze grootse wijze geïllustreerd zou zijn als Akbar op rijpere leeftijd de troon bestegen had. Abul-fazl waarschuwde tegen de fictieve aspecten van het werk, en velen bekritiseerden het gebrek aan verfijning. Verfijnd zijn deze schilderingen inderdaad niet. Ze zijn vol expressie en drama. Heksen hebben een wellustige tong en uitgezakte blote borsten. Hoofden worden afgehakt, armen en benen afgerukt, zelfs wordt een slurf van een olifantenkop gereten, en bij dit alles vloeit het bloed rijkelijk in rode strepen verf over het blad papier. Misschien is de Hamzanama niet aristocratisch en verfijnd. Maar wat betreft inventiviteit, expressieve kracht, originaliteit van de composities, plezier in decoratieve patronen, kortom wat betreft de visuele rijkdom zijn de Hamzanama-schilderingen onovertroffen.

De avonturen van Hamza, Indiase schilderingen voor de Mogulkeizer Akbar de Grote. In het Rietberg Museum, Gablerstrasse 15, Zürich. Tot 19 oktober. Di - zo 10-17 uur, wo 10-18 uur, ma gesloten. Catalogus, 320 blz., CHF 65. Informatie : www.rietberg.ch