KPN is niet de nationale `gekke Henkie'

Als toezichthouder Opta haar zin krijgt, wordt de kwaliteit van de dienstverlening op telecomgebied geschaad. De minister van Economische Zaken moet de Opta tot de orde roepen, meent A. Scheepbouwer.

De krantenkoppen liegen er niet om: `KPN botst weer met toezichthouder Opta', `Opnieuw oorlog tussen telecomoperator en toezichthouder'. Je zou haast gaan denken dat ruzie maken met telecomtoezichthouder Opta verheven is tot kernactiviteit van KPN. Dat is niet het geval. Het bedienen van klanten is onze kernactiviteit. Maar het wordt me door de Opta onmogelijk gemaakt om de klant zó te bedienen als ik zou willen.

Het voornaamste punt van mijn kritiek betreft het feit dat KPN, in de tarieven die concurrenten (meestal zonder eigen netwerk) moeten betalen om van het netwerk van KPN gebruik te maken, niet de werkelijke kosten van dat netwerk mag doorberekenen. Kosten die KPN niet voor niets maakt, want de overheid verwacht van KPN een hoog niveau van dienstverlening. Dat betekent dat KPN in zijn netwerk verschillende voorzieningen heeft getroffen die storingen en uitval tot een minimum beperken.

Toezichthouder Opta stelt nu namens diezelfde overheid dat het wel wat minder kan met de kwaliteit van het netwerk. Een enkele, in plaats van een dubbele, uitvoering van vitale onderdelen zou volstaan. Ze gaat daarbij uit van een fictief model: wat zou de kostprijs zijn van een eenvoudig netwerk, als we dat morgen aanleggen. Voor de prijs van dat model mogen concurrenten dan het echte netwerk huren.

Dat is buitengewoon hypothetisch, want er is niemand die morgen een netwerk aanlegt. Het gevolg is dat het net van KPN ver onder de kostprijs moet worden aangeboden aan de concurrent, die vervolgens met het genoten prijsvoordeel klanten wegkaapt bij KPN. Een concurrent zou wel gek zijn om te investeren als hij beneden kostprijs bij de grootste concurrent kan inkopen. Voor investeren in netwerken, breedband en de kenniseconomie, kortom voor investeren in de BV Nederland hebben we KPN, de nationale `gekke Henkie'.

Wat zijn, als de Opta haar zin krijgt, de mogelijkheden van KPN?

De eerste mogelijkheid is dat KPN zijn eigen klanttarieven aanpast aan de kunstmatig goedkoop gemaakte aanbiedingen van zijn concurrenten. Een prijsspiraal naar beneden dus, in gang gezet door een fictief model. De marktprijs komt in dat geval onder de prijs van de werkelijke kosten te liggen. Daarop zitten we niet te wachten. De overheid heeft aangeven dat het land behoefte heeft aan topkwaliteit van diensten voor een scherpe prijs. Dat doel wordt niet bereikt door KPN financieel uit te kleden.

Een tweede mogelijkheid is dat KPN zich in de markt passief opstelt en verlies van marktaandeel voor lief neemt. Tot KPN naar het oordeel van de Opta voldoende klein is geworden. Als ondernemer kan ik me daar mateloos over opwinden: werkeloos toezien hoe de concurrent je bedrijf reduceert tot een volgens de toezichthouder aanvaardbare grootte. Het doel van telecom liberalisering is dat klanten optimaal worden bediend, waarbij concurrentie een middel (en dat is iets anders dan een doel) is om de partijen scherp te houden. Dat impliceert dat KPN de kans moet hebben om voor honderd procent mee te doen in de concurrentieslag. Het gaat niet aan om door het uitdelen van reguleringscadeautjes klanten van KPN over te hevelen naar concurrenten die feitelijk niets beters te bieden hebben.

Een derde mogelijkheid is dat KPN de kosten aanpast aan het beeld dat de Opta van een netwerk heeft. Dat kan wel, maar is voor mij ook niet acceptabel omdat het zal leiden tot weliswaar goedkope, maar ook slechte diensten.

Een voorbeeld: de Opta hanteert een door een Britse consultant opgesteld model van een theoretisch modern net. Een model dat we overigens nu via de rechter in handen moeten zien te krijgen want we hebben het alleen op het kantoor van de Opta mogen inzien. Wij kwamen tot de conclusie, daarin ondersteund door twee onafhankelijke instanties, dat het model uitgaat van de veronderstelling dat er nooit iets kapot gaat. Anders gezegd: het model resulteert in een storingskans die pakweg een factor honderd hoger ligt dan wat nu de praktijk is. Als KPN zou besluiten om, net als klaarblijkelijk de Opta, kwaliteit niet belangrijk meer te vinden, dan kunnen de kosten inderdaad omlaag. Dat is een kwestie van stoppen met investeren en het ontslaan van een paar honderd onderhoud- en storingsmonteurs. Dat is volstrekt onaanvaardbaar. Maar het volgen van de opvattingen van de Opta over kosten zou wel die consequentie kunnen hebben. KPN stuurt consequent op het handhaven en verbeteren van kwaliteit. Daar staan we met elkaar voor. En dan verschijnt er een toezichthouder die vindt dat onze tarieven wel gebaseerd kunnen worden op een model dat bij realisatie leidt tot een inferieur product.

Welke mogelijkheid het zal worden weet ik niet, we wachten eerst de procedures maar eens af.

Uiteindelijk zal het reguleringsbeleid moeten veranderen. Ik heb mijn hoop daarbij mede gevestigd op minister Brinkhorst van Economische Zaken. Dit ministerie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de gevolgen van het optreden van de Opta. Het is weliswaar onwenselijk indien EZ gaat ingrijpen in individuele gevallen, maar het moet wel zo zijn dat de beleidsmaker beleid maakt en dat de uitvoerder dat beleid vervolgens uitvoert.

Nu hebben we te maken gehad met een toezichthouder die zonder toezicht zelf beleid maakt.

A.J. Scheepbouwer is voorzitter van de raad van bestuur van KPN.