Kerk en staat

Het Vaticaan heeft het homohuwelijk onder vuur genomen. Het huwelijk is heilig en homoseksuele handelingen druisen in tegen Gods wet, aldus de Congregatie voor de Geloofsleer in een door paus Johannes Paulus II goedgekeurd document. Dit standpunt komt niet als een verrassing na diverse krachtige uitspraken van de paus zelf over homoseksualiteit. De timing van het document is pikant. Het volgt pal op een verklaring van de Amerikaanse president Bush dat zijn regering mogelijkheden onderzoekt om de term `huwelijk' te reserveren voor de verbintenis van man en vrouw.

In Nederland heeft GroenLinks direct stappen tegen het Vaticaan geëist wegens deze aanval op Nederland. Waarom trouwens niet meteen tegen president Bush? Laten we wel reëel blijven. Nog maar tweeënhalf jaar geleden zei de Nederlandse wet met zoveel woorden dat een man slechts met een vrouw, de vrouw slechts met de man door het huwelijk verbonden kan zijn. Deze bepaling was in de eerste plaats gericht tegen bigamie, maar de rechter heeft beslist dat hij ook een belemmering vormde voor het homoseksuele huwelijk.

Zo ver heeft de Nederlandse wetgever het `Vaticaanse tijdperk' dus ook weer niet achter zich. Pas op 21 december 2000 stelde Nederland het huwelijk open voor personen van hetzelfde geslacht. Daar was een goede reden voor, het discriminatieverbod dat is neergelegd in de Grondwet en een hele serie internationale documenten. Maar hierover wordt internationaal zeer verschillend gedacht. Vorig jaar nog verklaarde het VN-comité voor de mensenrechten dat de enkele weigering van Nieuw Zeeland om het huwelijk open te stellen voor twee lesbische stellen géén schending van het discriminatieverbod oplevert. Het Europese Hof voor de mensenrechten heeft een Frans verbod van adoptie van een kind door een homoseksueel, wat in Nederland toegestaan zou zijn, overeind gehouden met als speciale overweging dat hierover binnen Europa geen consensus bestaat.

De landen die de relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht wel erkennen doen dat vooral in de vorm van geregistreerd partnerschap en niet een echt huwelijk. En zelfs dan loopt de onderlinge erkenning niet vlekkeloos. Toch hebben overheden alleen maar iets te maken met het huwelijk in zijn `burgerlijke betrekkingen', zoals dat heet. Aan de emotionele en sacrale dimensie heeft de staat niet veel meer boodschap dan dat de kerkelijke voltrekking niet in de plaats kan treden, of zelfs vooraf mag gaan, aan de wettelijke voltrekking. Dat is onderdeel van de scheiding van kerk en staat.

Het echte bezwaar tegen de verklaring van de Congregatie voor de Geloofsleer is dat zij het beginsel van scheiding van sferen met voeten treedt. Het Vaticaan roept namelijk de katholieke leden van wetgevende organen speciaal op zich te verzetten tegen elke vorm van erkenning van verbintenissen tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het doet een beetje denken aan het Mandement van 1954, toen de katholieke bisschoppen in Nederland van de kansel de gelovigen verboden te stemmen op een niet-katholieke partij of lid te zijn van een niet-katholieke vakbond en zelfs om de radio af te stemmen op de VARA. Dat was toen een onbehoorlijke inmenging in het democratisch proces, waar terecht zwaar aan is getild. Een halve eeuw later geldt dat zeker.