Joris van den Bergh

Door een scheepsramp in 1909 bij Hoek van Holland werd Joris van den Bergh sportjournalist. Afgelopen maand vijftig jaar geleden stierf deze man, die in 1936 de Tour de France introduceerde in Nederland en enkele sportjournalistieke klassiekers schreef. `Te midden der kampioen' gaat over het leven van Piet Moeskops, vijfvoudig wielerwereldkampioen op de baan. En `Mysterieuze krachten in de sport' vertelt over het belang van de geestelijke kracht van een sporter – nu noemen we dat moraal.

In 1909 verging dus een boot en Van den Bergh, die eigenlijk Johannes heette, schreef daar voor de Sumatra Post een beeldend verslag over. De golven sloegen blijkbaar door de Indische huiskamers, want sportmedewerker A.H.M. Meeurm Terwogt van de Nieuwe Rotterdamsche Courant moedigde Van den Bergh daarna aan professioneel journalist te worden. Van den Bergh nam die uitdaging aan. In die jaren daarvoor schreef hij wel – vooral voor wielerbladen – maar op vrijblijvender niveau.

Hij zou zelfs een sporthater als Boudewijn Büch in vervoering hebben gebracht. `Te midden der kampioenen' heeft als motto een citaat van Goethe: `De dieren worden door hun organen onderricht, zeiden de Antieken. Ik voeg hieraan toe: de mensen eveneens, zij hebben echter het voordeel dat zij wederom de organen onderrichten.'

Het is het levensmotto in het werk van Van den Bergh, dat zijn hoogtepunt vond in `Mysterieuze krachten in de sport'. `Concentratie' was een stroming in de sportfilosofie die zich vanuit Oostenrijk over Europa verspreidde en hier door Van den Bergh werd omarmd. Naast lichamelijke voorbereiding heeft een sporter behoefte aan geestelijke doping, hoe subtiel ook. Bijvoorbeeld om de man met de hamer heen te zenden.

Van den Bergh schreef een prachtig verhaal over een eenzame wielrenner die het niet meer ziet zitten. Hij reed in stilte op asfalt en Van den Bergh zag dat dat zijn eenzaamheid versterkte. Daarom stuurde hij de renner naar een weg met steentjes die was gelegen naast de oorspronkelijke. De renner hoorde opeens zijn wielen razen over die steentjes. Asfalt zuigt, stenen razen en daarom was de inzinking opeens voorbij en bleef de man met de hamer in eenzaamheid achter. Het was lichamelijk zwaarder over de keitjes, maar een psychische verlichting.

Van den Bergh was een polemist die niet bang was voor een conflict. Medici, die meenden dat fietsen ongezond was, ontvingen zijn toorn. Binnen de wielerbonden ontstak Van den Bergh met liefde organisatorische bosbranden. Hij zal daarom regelmatig uit een gezelschap zijn weggejaagd, maar door zijn individuele instelling zal hij daar niet veel problemen mee hebben gehad. Sterker: hij weigerde per definitie een vast contract te tekenen bij zijn opdrachtgevers, omdat hij dat te beklemmend vond.

Van den Bergh en Büch hebben nu vast tijd zat om over Goethe te praten.

jurryt@xs4all.nl