Het toverbos verdwijnt

Met Händels opera `Alcina' evenaarde Pierre Audi afgelopen weekend in het Zweedse Drottningholm zijn spectaculaire succes met `Tamerlano'. Beide voorstellingen komen in 2005 naar Nederland.

Al na het enscèneren van één operavoorstelling was Pierre Audi in Zweden berucht en beroemd. De recensies over Händels Tamerlano waren drie jaar geleden zelfs voorpaginanieuws. Voor het eerst sinds 1766 was er in het antieke baroktheatertje van Drottningholm een opera vertoond waarin maar nauwelijks gebruik werd gemaakt van de historische decors en authentieke theatertechniek. Het betekende een revolutie in Drottningholm, het tussen bossen en wateren arcadisch gelegen Unesco-werelderfgoed, waar totdantoe de achttiende eeuw nog in volle glorie heerste.

Een deel van het Zweedse publiek was onthutst dat men tijdens de voorstelling van Tamerlano naar het kale en lege houten toneel had zitten kijken. Het glorieuze verleden was ontluisterd. Artistiek leider Per-Erik Öhrn had na afloop heel wat uit te leggen aan sponsors, vrienden en relaties van de hofopera naast het koninklijk paleis. Als de Zweedse koning Gustav III, in 1792 vermoord, hier de afgelopen decennia opnieuw was binnengetreden, had hij niet gemerkt dat inmiddels een paar eeuwen waren verstreken. Personeel en orkestleden waren er nog altijd bepruikt en gestoken in 18de-eeuwse kostuums.

Per-Erik Öhrn hield het publiek omzichtig voor dat er ook in dit museumtheater ruimte moest zijn voor verandering en vernieuwing. Voor Pierre Audi, de artistiek directeur van de Nederlandse Opera en een regisseur die graag radicale keuzes maakt, lag het veel eenvoudiger. Zo'n oud theatertje vindt hij wel interessant, maar verder gaat het hem gewoon om het maken van een goede voorstelling. En daarvoor is die historische uitmonstering, die het Zweedse en buitenlandse publiek zo epateert, niet essentieel. Eigenlijk is dat zo moeizaam in stand gehouden verleden alleen maar hinderlijk.

Tamerlano was in de indringende regie van Pierre Audi inderdaad een goede voorstelling, een zeer goede zelfs. Dat vonden uiteindelijk ook de Vrienden van het theater. Zaterdag, na afloop van de première van Alcina, Audi's tweede Händelvoorstelling in Drottningholm, kreeg hij daarvoor in de foyer alsnog een gouden eremedaille, een onderscheiding die slechts zelden wordt toegekend.

Even tevoren was het vaak zo gereserveerde Zweedse publiek in verhitte Italiaanse stijl uitgebarsten in langdurige ovaties en krachtig bravogeroep. De enscènering van Audi was na de vernieuwingen van Tamerlano opnieuw grensverleggend. De vocale cast met Christine Schäfer in de titelrol was fantastisch, en de Zweedse wereldster Anne Sofie von Otter had hier in de rol van Ruggiero voor het eerst in een echte operavoorstelling gezongen. Er was zelfs luidruchtig en massaal voetengestamp. Verstandig leek dat niet, gezien de broze toestand van het theater dat vooral is opgebouwd van hout, papier-maché en nooit gerenoveerd stucwerk.

Bij Alcina gaat het niet langer om antieke decors of niet. Na Tamerlano is dat stadium van het nadrukkelijke statement voorbij. Audi speelt inmiddels vrijelijk met de mogelijkheden van Drottningholm. De verbluffende oude theatertechniek, die scènewisselingen binnen twee seconden mogelijk maakt, wordt nu ingezet op strategische momenten in het mythische verhaal. Als Ruggiero de magische kracht van de toverheks Alcina heeft verbroken, wordt plots alles op het podium letterlijk omgedraaid. Het toverbos verdwijnt en we zien ineens de bleke achterkant van de coulissen. Het toneelbeeld is desolaat. Dat is ook de stemming van Alcina die begint aan een klaagaria, die tot een kwartier wordt uitgerekt. Met de schrijnende begeleiding van dirigent Christophe Rousset bereikt de voorstelling zo het dramatische hoogtepunt.

Alcina staat daar eenzaam op het podium en bedekt de schande van haar omgevallen troon met haar jurk. Ver in de tweede acte is het de eerste keer dat een zanger alleen op het toneel staat. Het niet na te vertellen verhaal van Alcina is een wilde liefdesoorlog, waarin alle strijdmiddelen zijn toegestaan. Alcina, die tal van minnaars aantrekt, heeft de gewoonte hen in dieren om te toveren. De personages, voorzover niet in travestie, vermommen zich of gaan geblinddoekt. Verblind verleiden ze elkaar of bevechten elkaar, op dit tovereiland waar iedereen elkaar telkens weer tegenkomt, waar geen privacy bestaat, waar alle intimiteiten en controverses openbaar zijn en weer nieuwe verwikkelingen oproepen.

Confrontaties

Het uitzonderlijke van de enscenering van Pierre Audi is dat hij afrekent met het idee dat een Händel-opera dramatisch gezien een eindeloos saaie en voorspelbare opeenvolging is van recitatieven en aria's. De klacht over Händel is dat zijn aria's de handeling stilleggen. Maar bij Audi speelt de handeling zich juist af tijdens de aria's. De zanger staat dan niet solo op het podium, de andere protagonisten zijn er ook. Het komt telkens tot confrontaties, tot bedreigingen, tot verleidingen die weer reacties bij de anderen oproepen.

Audi weeft zo een steeds dichter web van onderlinge relaties, diept het verhaal uit en boort met allerlei symboliek ook nog andere lagen aan. Maar Pierre Audi doet nog veel meer, ook om in Alcina een verbinding te leggen met Tamerlano. De Nederlandse Opera gaat in oktober 2005 beide voorstellingen brengen in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar ze deels om en om zullen worden uitgevoerd.

Audi: ,,Een goed uitgangspunt verzinnen voor Alcina was moeilijk, omdat deze voorstelling moest wedijveren met het succes van Tamerlano. Ik heb me twee jaar afgevraagd: hoe kom ik hier terug, wat kan ik doen dat nog verder gaat?

,,Aan de andere kant wilde ik ook dicht bij de historie van het theater blijven. Die scène met de kisten, de kooien van de dieren waarin Alcina de mensen heeft veranderd, haalt ook het beeld terug van hoe dit theater in 1921 is herontdekt. Er stonden toen allerlei kratten op het podium, dat sinds 1792 niet meer was gebruikt. Het theater zelf wordt zo het eiland van Alcina. Daar maakt zij theater, daar verandert zij het decor, daar verandert zij de personages. En haar theater gaat te gronde als Ruggiero haar tovermacht vernietigt met de ring.''

Zoals Alcina tovert, zo transformeert Audi het karakter van de opera. ,,Ik probeer van Alcina, dat eigenlijk een happy end heeft, een tragedie te maken. Tamerlano is een echte tragedie, Alcina is een verborgen tragedie. Van die 24 aria's moet je een constructie maken, die de spanning opbouwt. Hier en daar heb ik de volgorde van de recitatieven en de aria's veranderd. Soms is dat beter voor de ontwikkeling van het drama. Soms wordt ook de muzikale werking sterker, met een betere afwisseling van snelle en langzame aria's. Die verkeerde volgorde is ontstaan omdat Händel extra aria's heeft gecomponeerd voor zijn zangers en ook nog de rol van Oberto heeft toegevoegd.''

Audi's enscenering van Alcina eindigt met een treurig beeld. Alcina en haar zuster Morgana zijn dood, maar dat zorgt bij de anderen niet voor opluchting. Ruggiero en zijn teruggevonden geliefde Bradamante zijn volkomen verdwaasd. Dirigent Christophe Rousset legt het in het programmaboek mooi uit: ,,Dit `happy end' is droevig, want het is de terugkeer naar de banaliteit van het dagelijks leven na de betovering van Alcina's eiland en de wondere wereld van opera.''

Inpalmen

Pierre Audi ziet in Alcina ook allerlei connecties met andere opera's. ,,Het is het verhaal van een vrouw die hetzelfde beleeft als Don Giovanni. Alcina heeft elke man gehad die ze wilde. In de mythe, zoals die is verteld door Ariosto, is ze een oude vrouw, die zich heeft verjongd. Net als Emilia Marty in De zaak Makropoulos van Janácek, is Alcina honderden jaren oud. En dan vindt ze deze Ruggiero, op wie ze echt verliefd wordt. Als het uiteindelijk mislukt om hem in te palmen kan ze alleen maar dood gaan. Dát is de tragedie. Daarom zitten Ruggiero en Bradamante aan het slot daar zo stil en ontgoocheld. Net als in Tamerlano komen de overlevenden niet onbeschadigd uit het verhaal. Händels koor bij de bevrijding van de dieren klinkt ook droevig.''

In vroegere ensceneringen, zoals die van Franco Zeffirelli met Joan Sutherland in de titelrol, was Alcina een verbazingwekkend vocaal spektakel vol visuele pracht. Audi: ,,Het is opmerkelijk dat je nu veel dieper kunt gaan dan vroeger en dat de sterzangers daarin meegaan, zoals Von Otter. We hebben zes weken gerepeteerd en Anne Sofie von Otter was zeer serieus en ze heeft erg hard gewerkt. Het was moeilijk voor haar, ze is niet gewend aan deze gedetailleerde complexiteit. Op het toneel lijkt ze altijd koel, dat heb ik ook niet willen veranderen. Maar privé is ze erg warm, voor zo'n grote ster is ze zelfs bijzonder verlegen.

,,De uitdaging is Tamerlano en Alcina straks in de Amsterdamse Stadsschouwburg te brengen. De magie van Drottningholm bestaat daar niet en het spelen met de baroktraditie van dit theater heeft daar geen functie. Ik weet ook nog niet precies hoe dat moet. Ik dacht er eerst over om het toneel van Drottningholm te kopiëren, maar dat staat nog te bezien, al blijft de enscènering wel dezelfde. Von Otter wilde wachten op de première om zich vast te leggen op Amsterdam. Na de voorstelling zegde ze dat toe. Ze gelooft erin, ik heb het ook vooral voor haar gemaakt. Het wordt erg interessant om die voorstellingen kort na elkaar te zien, een kleine `Händel-Ring', want net als bij Wagner komt in deze beide opera's een ring voor.''

De repetities in Drottningholm waren bijna een ramp geworden. Een zware lamp, die hing aan een doorgerot touw, viel op het podium, vlak nadat het koor eronder stond en vlak voor Alcina daar zou staan. Audi: ,,Het had dodelijk kunnen aflopen, het zou het eind van Drottningholm als theaterbedrijf zijn geweest. Er zijn hier geen Arbo-regels, Drottningholm is daarvan uitgezonderd. Alles gaat nog zoals in de 18de eeuw, dus die lamp hing aan een touw en niet aan een stalen kabel. Die is daarna wèl aangebracht.''

Ook financieel gaat het niet goed met Drottningholm. De subsidie is in jaren niet verhoogd. Dit jaar zijn er slechts twee producties, het ballet Dansomanie en de opera Alcina, samen niet meer dan 21 voorstellingen. Artistiek leider Öhrn spreekt er in het programmaboek schande van en vraagt in een `contactadvertentie' om een langdurige relatie met een kunstlievende miljardair.

Ondanks zijn scepsis over Drottningholm, wordt Audi ook door het theater gefascineerd. ,,Ik zou hier wel een voorstelling willen doen, waarbij het publiek door het theater wordt gevoerd, achter en onder het podium waar het er met al die touwen en katrollen uitziet als een schip. Ik zou het theater willen gebruiken als een installatie. Maar daarvoor zijn ze hier niet avontuurlijk genoeg. De toekomst van dit theater is erg onzeker. Öhrn vertrekt in 2006. Ik denk dat de dag gaat komen dat hier in Drottningholm geen voorstellingen meer worden gegeven. Het theater is te fragiel, te kwetsbaar. Het dwingt je steeds meer om je te houden aan de 18de-eeuwse conventies, terwijl het artistiek nodig is om een uitdagender en eigentijdser beleid te voeren. Zo kan het hier niet eeuwig doorgaan.''

`Tamerlano' en `Alcina' worden in oktober 2005 uitgevoerd door de Nederlandse Opera in de Stadsschouwburg Amsterdam.