Goethes vergissing

In het Amsterdams Historisch Museum is tijdelijk een wonderlijk houten miniatuurgebouw uit de tweede helft van de zeventiende eeuw te zien. Het bouwwerk, dat ruim tweeëneenhave meter breed is en 128 cm. hoog, werd in 1988 ontdekt op de zolder van het Wittumspaleis in Weimar. Bij een eerste aanblik is duidelijk dat het gebouw is geïnspireerd op het stadhuis van Amsterdam, het huidige Paleis op de Dam. Johann Wolfgang von Goethe, die in 1820 betrokken was bij de restauratie van de maquette, schreef in een enthousiaste brief aan zijn hertogelijke broodheer die het werk bezat, zelfs: `Omdat de schilderingen in het model zeer aardig zijn uitgevoerd, hebben wij thans meer dan de Amsterdammers'. De dichter was van mening dat er aan de decoratie van het Amsterdamse gebouw in de loop der tijd zoveel was veranderd dat daar de oorspronkelijke harmonie, die de maquette wèl toont, verloren was gegaan.

Maar bij nadere beschouwing blijkt dat Goethe het mis had. Vergelijking met het gebouw op de Dam, maar ook met een zeventiende-eeuws houten bouwmodel dat het Amsterdams Historisch Museum bezit, wijst uit dat de maquette uit Weimar geen schaalmodel van het stadhuis is. Het volgt weliswaar de Italiaans-classicistische stijl en in grote lijnen ook het ontwerp van architect Jacob van Campen, maar wijkt in de bouwdimensies, de plattegrond en de geveldetaillering daar sterk van af. Ook de overdadige beschildering waarvan het interieur van de maquette tot in de kleinste hoekjes is voorzien, en die zichtbaar wordt als uitklapbare gevelpanelen worden weggedraaid, heeft nauwelijks iets van doen met de decoratie van het stadhuis.

Een kleine publicatie waarin verschillende specialisten zich buigen over architectuur en decoratie van de maquette, beschrijft deze aspecten minutieus. Een van de bijdragen maakt duidelijk dat de verhalende voorstellingen, van de hand van Edwaert Collier en andere, anoniem gebleven, schilders, verwijzen naar de oorlogshandelingen in het Rampjaar 1672, toen de Republiek werd aangevallen door Engeland en Frankrijk. Het uitvoerige iconografische programma, waarin veld- en zeeslagen zijn verbeeld maar ook stadsgezichten van belegerde steden, culmineert in de centrale zaal van de maquette met de daadwerkelijke bezegeling van de vrede tussen de Republiek en Frankrijk in 1678.

Veel van de scènes laten zich identificeren aan de hand van een beschrijving in een brochure uit 1696. Dat boekje maakt ook iets duidelijk van de functie van de maquette. Die kan gezien de datering en de afwijkende vorm en uitmonstering geen bouwmodel voor het stadhuis zijn geweest, maar moet veeleer worden beschouwd als een rondreizende publieke attractie, waarbij de brochure als gids heeft gediend. De titel van het drukwerkje spreekt dan ook niet van `stadhuis', maar, bijna met vooruitziende blik naar de naam waaronder het gebouw op de Dam sinds de negentiende eeuw bekend staat, van een `konstigh Italiaans Konincklyck gebouw'.

Marijke Carasso-Kok en Carry van Lakerveld (red.): Een curieus werck. Oorlog en vrede verbeeld in een zeventiende-eeuwse maquette. Verloren, 132 blz. €21,–