Eros en thanatos spelen tikkertje

Op de eerste bladzijden van zijn nieuwe roman Lily geeft Paul Claes zijn visitekaartje af. De vroegste herinneringen van de hoofdpersoon, opgeschreven in de taal van een kind, lezen als een navolging van het beroemde begin van A Portrait of the Artist as a Young Man van James Joyce. De sensatie van bedplassen (`When you wet the bed, first it is warm then it gets cold') is bij Claes vervangen door het inslapen in een koud bed (`Het eerste dat warm werd was het kussen. Maar 's winters bleef het laken koud'); maar de sfeer van kinderlijke verwondering is dezelfde, en de mantra waarmee de kleine Lily aan het eind van het hoofdstuk in slaap valt (`Waar is de Weggisweg? / In Nergenshuizen. / Waar is Nergenshuizen? / In Niemandsland. / Waar is Niemandsland. / In ') doet denken aan het versje waarmee Joyce de herinneringen van `baby tuckoo' afsluit (`Apologize, / Pull out his eyes, / Pull out his eyes, / Apologize').

Zo kennen we Paul Claes, de Joyce-vertaler die in zijn vorige romans naar hartelust citeerde en pasticheerde, onder het motto: `we kunnen niets nieuws meer uitvinden, dus we gaan met de bestaande literatuur spelen.' Met De sater (1993) schiep hij een parodie op Petronius' Satyricon, in De phoenix (1998) herschreef hij het leven van een renaissance-geleerde als een speurdersroman. Het hoeft dus niet te verbazen als hij met Lily een variatie wilde schrijven op het beroemde romandebuut van James Joyce uit 1914.

Eerste indrukken zijn misleidend. Hoewel het tweede en derde hoofdstuk nog een beetje in de stijl van A Portrait zijn, en een deel van het boek gaat over hetzelfde soort kleingeestige katholicisme waartegen Joyce zich afzette, ontwikkelt Lily zich al gauw tot een `gewone' roman over een meisje dat volwassen wordt in het Vlaanderen van de jaren zeventig. Een veelgeplaagd meisje, dat wel. Gepest op school en gekleineerd door haar oudere tweelingzusjes, kijkt de muizige Lily bewonderend op naar haar nichtje Alice, die afgezien van haar vader de enige is die zich iets van haar aantrekt. Alice, zo denkt de eenzame Lily, `kreeg zomaar vanzelf waar anderen alleen maar van droomden. Vakanties, cadeaus, jongens.'

Zelf wordt Lily omringd door ellende. Haar moeder krijgt een miskraam, een van haar zusjes wordt ongewild zwanger, haar vriendin is keer op keer trouweloos. En net als ze zich dapper heeft voorgenomen om zich te spiegelen aan de bijbelse wreekster Lilith (`Tot nu toe had ze altijd ja geknikt, als Eva. Maar diep in haar hart was er een Lilith die neen wilde zeggen'), veroorzaakt ze een auto-ongeluk waarbij haar vader omkomt en zij zelf in haar gezicht verminkt raakt. Het maakt het vinden van een man er later niet gemakkelijker op; zelfs het kneusje dat ze uiteindelijk aan de haak slaat, laat haar drie maanden na hun huwelijk in de steek. Lily werpt zich vervolgens op als tweede moeder voor het verwaarloosde dochtertje van Alice, maar ook dat loopt desastreus af. Tijdens een reisje naar de kust krijgt het meisje acute meningitis, waarna Lily eenzaam en vol schuldgevoel achterblijft.

Er gebeurt nogal wat in Lily – meer dan compositorisch verantwoord is in een roman van 180 lichtbedrukte bladzijden. Het leven van de hoofdpersoon, verteld in korte zinnen en dito alinea's, vliegt voorbij in het tempo van een televisiesoap. Claes legt het (melo)drama er dik bovenop; hij geeft de lezer niet de mogelijkheid om het te verwerken. De pagina's bloezen over van de spectaculaire gebeurtenissen, eros en thanatos spelen tikkertje, en zelfs een kort intermezzo op het kantoor waar Lily haar eerste werkervaring opdoet, biedt binnen twee hoofdstukken een aaneenschakeling van vernedering, overspel en seksuele intimidatie. En daartussen ligt het larmoyante op de loer. Als het dochtertje van Alice bij een bezoek aan `het sprookjespark' het verhaal van Sneeuwwitje uitgelegd krijgt (hoe aannemelijk is het dat een peuter dat niet kent?), weet je al dat het glazen (doods)kistje niet ver weg kan zijn. Vijftien bladzijden, om precies te zijn.

In Claes' vorige boek, de autobiografische encyclopedie Het hart van de schorpioen (2002) bekende de schrijver zichzelf in een van de lemma's: `Alles kan je, alles, behalve gevoelens verwoorden'; en in een ander: `Wie het woord niet heeft, bootst het na.' Hoezeer Claes ook is geprezen om zijn romans – drie ervan werden genomineerd voor de Libris- of de AKO-prijs – hij wíl de literatuurgeschiedenis kennelijk niet ingaan als speler van spelletjes. Paul Claes wil echte mensen scheppen, roerende verhalen vertellen, en met zijn zesde roman hoopte hij daarmee een begin te maken. Tevergeefs. Hoe vaardig en vlot Lily ook geschreven is, het verhaal raakt aan kitsch en de personages zijn niet minder gemaakt dan de filosoof-speurder in De phoenix of de door Priapus vervloekte Romein in De sater.

Paul Claes: Lily. De Bezige Bij,

191 blz. €17,50