Een rem zetten op het radicalisme

De oprichters van DS'70 braken met de PvdA, omdat ze zichzelf als de ware sociaal-democraten beschouwden. Later zou de moederpartij onder Kok de standpunten van de dissidenten één voor één overnemen.

Verandering en vernieuwing in politiek en samenleving komen veelal van jongere generaties, dat is bij gelegenheid van de schepping zo voorzien. Maar jongeren willen vaak meer dan alleen maar verandering en vernieuwing. Zij willen en passant zelf ook wat meer te zeggen krijgen, al staat dat meestal niet op hun spandoeken. De oudere generaties hebben macht verworven, of zijn tevreden over de geldigheid van hun inzichten of over wat zij in hun leven bereikt en bewaard hebben. Zij zijn niet dol op die aanstormende jongeren die roepen: ga opzij, we moeten er langs, want alles moet anders.

In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw kwam Nederland vrij plotseling op scherp te staan doordat een groot aantal veranderingen danwel uitgestelde vernieuwingen zich min of meer gelijktijdig naar de nationale flessenhals wrong. Na twintig jaar rooms-rode naoorlogse wederopbouw was er een zekere welvaart ontstaan, en er was ook nog een prachtige gasbel ontdekt. Er was weer wat meer te verdelen zodat het heersende sociaal-economische harmoniemodel vrij snel in een conflictmodel veranderde. Bovendien begon het zuilenstelsel met zijn pacificerende functies steeds harder te kraken en raakte de naoorlogse geboortegolf volwassen, de kiesgerechtigde leeftijd was inmiddels belangrijk verlaagd en iedereen moest veel harder om aanhang vechten dan vroeger. Het jaar 1966 kreeg een sleutelfunctie, met het huwelijk van Beatrix en Claus in roerig Amsterdam en de val van het kabinet-Cals/Vondeling in die oktobernacht van KVP-leider Schmelzer. Nieuwe partijen, stromingen, pressiegroepen, emoties, nieuw zelfbewustzijn hier, nieuwe verbittering elders. Met wisselende kracht sloeg deze wind trouwens door de hele westelijke wereld. Maar dichtbij is bijzonder.

In de PvdA, die twintig jaar na haar oprichting de beoogde doorbraak naar een brede volkspartij had zien mislukken op de aanvankelijk nog taaie zuilen, trok met een voor die dagen opmerkelijk opstandig werkstuk als Tien over Rood de aandacht. Even later werd binnen de partij Nieuw Links actief, die – de lezer raadt het al – bijna alles anders wilde: de inhoud, de koers en zeker ook de leiding van de partij. Nieuw Links had zelfs een zeventienkoppige kerngroep, wie de namen van de leden leest ziet een gezellig clubje voor zich.

Die namen zijn te vinden op pagina 102 van het proefschrift Democratisch socialisten `70 waarop de 78-jarige gepensioneerde boekhandelaar H. Vingerling en de 44-jarige C.C. Schouten, bestuurskundige en socioloog, eind juni samen zijn gepromoveerd in Rotterdam. Want we zijn nu, met de spectaculaire opkomst van Nieuw Links in de PvdA, aangekomen bij de korte maar boeiende geschiedenis van DS'70. Bij het onderwerp van hun dissertatie dus, waaraan zij sinds 1990 hebben gewerkt en die zij uiteindelijk onder leiding van prof. H.J.L. Vonhoff hebben afgesloten. Zij komen er laat mee, zou je kunnen zeggen, zo'n dertig jaar na dato, maar ze hebben nog net op tijd de meeste getuigen (Kamerleden, kaderleden) kunnen spreken en hun bronnen kunnen inzien. En zij hebben zich voor hun uitvoerige en breed opgezette boekwerk ook overigens grondig gedocumenteerd. Soms gaan ze zó ver – bijvoorbeeld in de historische schetsen van Nederlandse partijen sinds het einde van de achttiende eeuw – dat je denkt dat het zonder bezwaar hier en daar wel een onsje minder had mogen zijn.

Zonder Nieuw Links en de vergadermethodes van die groep, die via het voorkoken van gewestelijke afdelingen grote invloed op de partijcongressen en dus ook op de partijstandpunten en de bestuurssamenstelling wist te verwerven, zou er binnen de PvdA geen Democratisch Appèl (DA) van verontwaardigde (oudere) leden zijn ontstaan en zou vermoedelijk DS'70 niet als afsplitsing van de PvdA zijn opgericht. Als een afsplitsing die zich, zeker aanvankelijk, als correctie op de moederpartij beschouwde. Als een partij die zich wèl wilde houden aan het PvdA-beginselprogramma van 1959, die wèl trouw aan de NAVO wilde blijven en pal achter Israël wilde staan en behalve rechtse ook linkse dictaturen (DDR, Sovjet-Unie) wilde afwijzen. En die – nog een reden voor de vorming van het DA en de oprichting van DS'70 – vierkant tegen linkse lokale akkoorden of zelfs samensmeltingen met de PSP, de PPR en de CPN was.

De leden van de nieuwe partij voelden zich goede sociaal-democraten, met oog voor de sociaal zwakkeren, een goed milieu, een verstandige ruimtelijke ordening en een juiste bevolkingspolitiek in een dichtbevolkt land. En, anders dan de PvdA, met zin voor nationale verantwoordelijkheid en sterke Atlantische verbondenheid in de wereld van de Koude Oorlog. En zeker toen de briljante wetenschapper en ambtenaar (thesaurier op Financiën) Willem Drees jr. in het najaar van 1970 bereid bleek om lijsttrekker te worden, leek hun electorale kostje als concurrent van de PvdA gekocht. De naam Drees leek alleen al een garantie voor aanhang onder oudere Nederlanders, al gedroeg Drees sr. zich zeer ingetogen aangaande DS'70, dat bij haar verkiezingsdebuut in april 1971 acht zetels haalde. Niet niks, maar PvdA-lijsttrekker Den Uyl tekende daarbij aan dat het er – ten koste van zijn partij – zeker vijf meer waren geweest indien de oude heer Drees publiekelijk vierkant achter DS'70 was gaan staan.

De omstandigheden wilden vervolgens dat het gewantrouwde DS'70 nodig was om KVP, ARP, CHU en VVD (samen 74 zetels) aan een meerderheid voor het kabinet-Biesheuvel te helpen. Drees mocht als minister Verkeer en Waterstaat gaan doen, waar zwaar bezuinigd moest worden. Maar voor het er echt van kwam was het kabinet-Biesheuvel in de zomer van 1972 al bezweken aan interne twisten (tussen de confessionele ministers en die van DS'70, en in mindere mate die van de VVD) over de aanpak van de destijds zeer hevige inflatie en de versobering van het loon- en prijsbeleid, persoonlijke botsingen tussen minister Boersma (Sociale Zaken, ARP) en de ministers van DS'70 Drees en De Brauw, alsook een soms nogal partijdige regie van Biesheuvel. Bij de verkiezingen in 1972 kreeg DS'70 maar zes zetels en mocht daarmee, terwijl in de partij en de Tweede-Kamerfractie ruzies uitbraken en een deel van de aanhang terugkeerde naar de PvdA, oppositie voeren tegen het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Midden jaren zeventig viel de partij uiteen en verliet Drees de Kamer en de politiek. Met hem was de partij haar ziel kwijt, zoals de auteurs schrijven, en `verrechtste' zij snel, op weg naar het formele einde in de jaren tachtig.

De auteurs menen dat DS'70 in haar eerste jaren door haar bestaan en haar standpunten remmend heeft gewerkt op de radicalisering van de PvdA, al geven zij toe dat de hernomen regeringsverantwoordelijkheid van die partij in 1973 in dit opzicht ook wat zal hebben betekend. Overigens stellen zij vast dat de PvdA in de jaren negentig onder Kok vaak standpunten is gaan innemen – over immigratie en integratie, sociale zekerheid, ruimtelijke ordening, overheidsfinanciën en buitenlands beleid bijvoorbeeld – die DS'70 (Drees dus) twintig jaar eerder al had. Zij noemen het niet als argument voor deze conclusie, maar kan het zijn dat een belangrijke reden daarvoor is dat de PvdA zichzelf ten tijde van Den Uyl en voorzitter Max van den Berg te lang onder een stevige radicaliseringsdruk hield door haar langdurige maar uiteindelijk niet zo erg vruchtbare politieke polarisatie tegen het confessionele centrum? Zeg, van de onder Nieuwlinkse druk geboren en aangenomen anti-KVP-resolutie (1969) en het `ononderhandelbaar' genoemde verkiezingsprogramma Keerpunt-1972 tot en met het einde van het rakettendebat medio jaren tachtig? En dat het vervolgens aan Den Uyls opvolger Kok was om voorzichtig een andere, realistischer koers te kiezen? Namelijk door eerst, als fractieleider in 1986, toen het CDA van Lubbers 52 zetels had gescoord, `de luiken naar buiten open te zetten' en wat later – als vice-premier en premier – door openlijk enige onbruikbare `ideologische veren' af te schudden? Over dat vraagstuk zou een van die inmiddels gerijpte Nieuwlinksers vandaag een mooi artikel kunnen schrijven. Maar te vrezen valt dat die wel uitkijken.

H. Vingerling en C.C. Schouten: Democratisch Socialisten '70. Nevenstroom in de sociaal-democratie? Eigen beheer, 587 pagina's €25,- Te bestellen bij Boekhandel Vingerling in Naaldwijk: 0174-624321