Een echte lemming pleegt zelfmoord

De dieren die wij op natuurfilms zien, zijn altijd aangepast aan onze verwachtingen. Vierde aflevering van een serie over dieren en kunst.

Natuur is op zijn best met een likje cultuur. Zo zorgden de Walt Disney studio's ooit eigenhandig voor bevestiging van een mythe: die van zelfmoord plegende lemmingen. Die heten zich nu eenmaal door een collectieve waan gedreven in zee te storten, ter oplossing van overtal, en blind voor hun noodlot. Dat spreekt ons als mensen aan. Maar dieren plegen doorgaans niet graag zelfmoord, en lemmingen al helemaal niet. Geen probleem. Voor de opnamen van White Wilderness (1958) werden door ingehuurde eskimo's gevangen lemmingen en masse naar Canada gebracht. Op een enorme draaitafel met sneeuw werden ze tot rondrennen gemaand, voor de knap gesuggereerde beelden van massale verplaatsing. Daarna werden ze met emmers tegelijk vanaf kliffen in het water gestort. Onder naargeestige klaroentonen verdronken ze, en dobberden het zeegat uit.

Zo klopte het allemaal – en lemmingen heten nog steeds massaal hun ondergang tegemoet te gaan. Die symboliek is nu eenmaal onmisbaar. Onderhoudend spektakel is dat trouwens ook, zoals het lievige ijsbeertje uit diezelfde film leerde. Dat werd in de studio steeds maar weer van een rotshelling afgemieterd, totdat het móói viel.

In beeld laat de natuur zich heel goed dwingen. Een van de eerste natuurfilms bevatte al beloftevolle elementen. In een film uit 1928 zie je bosjesmannen op een gevaarlijke jacht leeuwen doden, want dat hoorde voor bosjesmannen dagelijkse kost te zijn. Die leeuwen waren al eerder door de filmmakers gevangen en vakkundig gebonden voor de kill. Later zouden er nog veel meer dieren vastgebonden worden voor verhalen uit de vrije natuur. Een beer hoort hertjes te eten, vinden wij. Dus een filmploeg wordt er wat onrustig van als zo'n beer maar de hele dag louter vegetarisch te keer gaat. Dan moet je een hertenkalfje op zijn pad brengen, vastgebonden en wel. Hopelijk gaat het dan goed.

De zoektocht naar bevestigende beeld van `nature, red in tooth and claw' heeft voor veel inventiviteit gezorgd. Zo werd dertig jaar geleden voor de Amerikaanse serie Wild Kingdom een reeks dieren, die elkaar doorgaans graag uit de weg blijven, bij elkaar in een natuurlijk ogende kooi geplaatst – zodat er maar spannende confrontaties te zien zouden zijn. Circus Maximus op celluloid.

En nu? Nu domineert onze cultuur de vertoonde natuur in schijn minder nadrukkelijk, maar er wordt nog heel wat onnatuurlijk afgerommeld. In scène zetten komt soms dicht in de buurt van de boel bedonderen; staging en faking zijn nog steeds vaktermen. Afkeurend gebruikt, dat wel, bij voorkeur voor het werk van collega's op een bikkelharde concurrentiemarkt. Real time natuur is saai en willekeurig. Lastig, want mensen houden van spektakel en afgeronde verhaallijnen met persoonlijke drama's. Het is vooral het verhaal dat telt en zo nodig wordt het met stukjes bij elkaar gesleepte beeld aan elkaar geplakt. Niet uit elkaar te houden dieren nemen de persoonlijke hoofdrol in het verhaaltje van elkaar over. En let eens op hoe vaak een hoofdrolspeler wordt gespiegeld, zodat hij verhaaltechnisch maar de goede kant oploopt.

Gelukkig wordt nu in toenemende mate het beeld gemanipuleerd, in plaats van het dier. En de kijker? Die werd altijd al gemanipuleerd. En zal dat blijven worden. Er zit een dikke laag Cultuur over de natuur - dat blijkt alleen al uit het feit dat in Nederland de natuur en bijbehorende dieren verzuild zijn, zoals Maartje Somers al eens in deze bijlage vaststelde. De commerciëlen hebben naar eigen zeggen graag `bijtende beestjes'. De gelovigen houden van harmonieus familiegedrag en laten verder graag zien hoe móói alles in elkaar is gezet – waarbij Hij noch Darwin overigens bij name genoemd worden. De Vpro is meer van het wetenschappelijk verantwoorde dier, en ziet daarbij overigens niet op tegen doorzichtige faking van diergedrag. Het verhaaltje is maar alles.

Erg? Welnee, zolang we beseffen dat we in feite zitten te kijken naar onze kijk op de natuur en op onszelf. Naar visuele retoriek die minstens drie lagen verwijderd is van wat je de werkelijkheid zou kunnen noemen. De selectie in het veld, de beeldbewerking en montage, alles hineininterpretiert door een gezaghebbende commentaarstem.

Iedere tijd krijgt haar dieren op maat gemonteerd. Na de nadruk op bloedige sensatie was er die op deugdelijk, voorbeeldig gezinsleven en rechtgeaarde seksuele opvattingen. Kregen mannetjes lange tijd wat overdreven leidersrollen toegedicht, tegenwoordig doen natuurfilmers weer graag of diersamenlevingen eigenlijk matriarchaten zijn - steunend op supervrouwen die zoveel weten te combineren.

De huidige vertekeningen zijn nog moeilijk te duiden, maar de BBC `Guidelines' voor documentairemakers geven een tip. Die gaan vooral over het in bescherming nemen van de mèns - als kijker - tegen onverkwikkelijke taferelen. Leerzaam is het onderscheid dat in de waarschuwingen gemaakt wordt. Kijkers vinden roofdier-prooi gedoe als onderdeel van de natuurlijke orde wel te verteren. Maar met agressie tussen soortgenoten of tussen roofdieren onderling kun je ze ernstig shockeren. Die taferelen zie je dus inderdaad haast nooit - met wolven die helemaal niet van biodiversiteit houden en daarom ijverig alle kleinere roofdieren verwijderen, of met kraaien die een raar gekleurde soortgenoot doeltreffend ongelukkig maken. Dieren bezorgen we nu graag politieke correctheid, om die van ons te verdedigen.

Over twintig jaar zien we weer heel andere dieren. Allemaal even echt.