Dus ik ben Petra

NEW YORK Op 12 juli om half negen 's avonds betreed ik het Kitano Hotel met een scheerwond op mijn kin. Een dag ervoor ben ik uit Italië teruggekeerd. De koffer staat nog onuitgepakt in de woonkamer. Op het herentoilet behandel ik de wond. Je krabt van alles open zonder erbij na te denken.

In de bar wacht een danseres die ik kortstondig heb ontmoet tijdens de opnamen van een televisieprogramma in Nederland. Ik was toen ziek van oesters en moest overgeven.

Het laatste zonlicht die 12de juli is mooi, je kunt het niet anders zeggen. De straten zijn leeg.

Ze is geheel in het zwart gekleed. Sommige vrouwen doen dat om dunner te lijken, anderen hebben redenen die ik niet ken. Misschien denken ze dat je zwarte kleren minder vaak hoeft te wassen.

We verplaatsen ons naar een tafeltje. ,,Dat praat makkelijker,'' zeg ik.

Als ik zeg, dat praat makkelijker, moet je oppassen. Waarmee ik bedoel dat ik zelf op moet passen.

Op de tafel staan nootjes.

Voor mij moet je altijd oppassen, of nooit, dat hangt van je levensinstelling af.

Ze draagt sandalen.

De barkeeper komt uit Costa Rica maar soms zegt hij dat hij uit Libanon komt om exotischer te lijken. Overdag is hij leraar aardrijkskunde. Informatie die ik een maand daarvoor heb verzameld toen ik wachtte op een kennis die zich had verslapen.

In een paar woorden vat ik nu de informatie samen die ik die middag over de danseres op het internet heb gevonden.

,,Je hebt je goed voorbereid,'' zegt ze.

Ook haar sandalen zijn zwart.

,,Ik bereid me altijd goed voor, dat praat makkelijker.''

Als ik het aan anderen moet uitleggen, en dat komt de laatste tijd steeds vaker voor, zeg ik het zo: ,,Een schilder heeft zijn modellen, die schildert hij. Dat is zijn werk.''

Soms zegt de ander dan: ,,Maar veel schilders gingen met hun modellen naar bed.''

,,Ik niet,'' is mijn antwoord, ,,ik leef in mijn werk.''

Wie een klassieke ballerina wil worden moet ontberingen doorstaan die doen denken aan de ontberingen die je meemaakt als je wilt toetreden tot elite-eenheden van het Amerikaanse leger.

Ontberingen zijn mijn onderwerp.

Als ik het me goed herinner is het ballet ontstaan aan het Franse hof. Blank, licht en zwevend, als reactie op de boeren die de hele dag met hun klauwen in de aarde zaten.

,,Eén keer per week knepen ze in je vet,'' zegt de danseres.

Die middag had ik een film gezien over de consequenties van het opportunisme.

,,Moest je van je ouders?'' vraag ik.

,,Oh nee,'' zegt ze, ,,het ging vanzelf, ik zat eerst op turnen. Toen kon ik naar het conservatorium in Den Haag.''

Het gevaarlijkste lichaamsdeel: de ogen.

,,Weet je wanneer ik gelukkig was?'' zegt ze, ,,toen ik werd aangenomen bij het Nederlands Dans Theater. Toen was ik echt een paar weken achter elkaar gelukkig.''

,,Zonder onderbrekingen?''

Ik vraag niet, ik stel vast. De opportunist kent zijn doel.

,,Maar je bent daar weggegaan,'' zeg ik. ,,Anders had je hier ook niet gezeten.''

Laat ik het anders zeggen, ik weet wat ik verkoop, dat ik goed ben, wat ik ervoor terug krijg is me ook duidelijk, en dat ik niet kan stoppen, dat ik moet doorgaan tot ik ben uitverkocht.

Anderen weten dat niet.

Zoals het meisje in het bordeel dat zegt: ik spaar en ik spaar en over een paar jaar schei ik ermee uit.

De moeder van de danseres is een gepassioneerde vrouw die jongere vriendjes heeft met wie ze lange telefoongesprekken voert terwijl ze rosé drinkt. De vader is minder gepassioneerd maar hij houdt wel van alcohol. Er is ook nog een broertje, waar die van houdt wordt niet vermeld en dat is voor het verhaal ook volstrekt onbelangrijk.

De schrijver verkoopt zichzelf, dus kan hem buiten die verkoop niets heilig zijn.

Even moet ik denken aan Amsterdam, 1988, ik zat op ballet bij Yolanta. Bij Crea. Waarom weet ik niet, omdat ik mijn doel nog niet kende waarschijnlijk. Daarom ging ik op maandagavond naar haar studio en maakte danspassen in een sportbroekje dat ik ook als pyjama gebruikte. Later verdronk Yolanta in een gracht, ik ging naar New York, leerde mijn doel kennen, zo ging het. Zo gaat het.

Misschien leg ik later nog eens precies uit hoe de val werkt, de muizenval van het opportunisme.

,,Spreken we nog iets af,'' stel ik voor. Het gevaarlijkste lichaamsdeel moet nader bestudeerd worden ten behoeven van de samenvatting.

,,Ja, maar morgen niet,'' zegt ze.

Toen al had ik op mijn hoede moeten zijn, wat wie zegt zoiets? Ja, maar morgen niet.

Maar ik ben niet op mijn hoede, ik zeg, dinsdag of woensdag.

De tijd vliegt, het wordt dinsdag of woensdag.

De ogen zijn nog altijd het gevaarlijkste lichaamsdeel.

,,Wat doe je eigenlijk in New York?'' vraag ik, want de meest voor de hand liggende vragen stel ik bij voorkeur het laatst, of helemaal niet.

,,Ik ben hier met een videokunstenaar,'' zegt de danseres.

Oh.

,,We doen een project samen,'' zegt ze, ,,hij betaalt mijn hotelkamer en geeft me iedere dag een beetje geld.''

,,Wat aardig,'' zeg ik, ,,hoe heet hij?''

,,Alfonso.''

,,Alfonso, en weet hij dat jij hier met mij bent?''

,,Natuurlijk niet. Hij denkt dat ik met een vriendin op stap ben, Petra.''

,,Dus ik ben Petra.''

En op dat moment begin ik te giechelen. Ik word vrolijk, voor zover ik het niet al was, een raar geluk maakt zich breed in mijn hoofd. Wat heerlijk is het mensen te ontmoeten die nog minder scrupules hebben dan jij, of net zo weinig, die hun doel kennen, en de prijs van dat doel.

Ik lach hard, want ik had veel gedacht maar niet dat ik nog eens Petra zou zijn.

,,Als je Jirí Kilián spreekt moet je maar zeggen dat ik graag met hem wil dineren. Ik denk dat ik moet gaan dansen. Zweven, me losmaken van de grond, de tijd is daarvoor aangebroken. Zien we elkaar nog een keer?''

,,Eigenlijk niet,'' zegt ze, ,,ik ga morgen weg, ik ga dineren met de videokunstenaar en dan vliegen we terug.''

,,Waar ga je dineren?''

,,Dat weet ik nog niet.''

,,Bel me op. Dan kom ik langs. Zogenaamd toevallig, ik ga aan de bar zitten, jij herkent me van dat programma, en we beginnen een gesprek. De rest is improvisatie.''

Die dag belt de danseres. ,,We zitten in dat en dat restaurant.''

,,Oké,'' zeg ik.

Ik trek mijn rode pak aan, neem plaats aan de bar en lees een boek.

Ergens bij het raam zitten de videokunstenaar en de danseres, maar ik kijk niet naar ze, ik verdiep me in mijn boek.

Na ongeveer een kwartier hoor ik: ,,Do you speak Dutch?''

Ik draai me om, de kans bestaat dat we binnen gehoorafstand van Alfonso zijn, daarom antwoord ik: ,,Ja. Hoezo?''

,,Herken je me niet meer?''

,,Nee,'' zeg ik, ,,help me.''

Ze helpt me.

,,Ik ben hier met een vriend,'' zegt ze, ,,wat toevallig.''

Ik knik vriendelijk naar de vriend die nu alleen aan een tafeltje zit. Hij ziet er aardig uit, zoals mannen eruit zien die de rekening van tafel pakken en zeggen, `laat mij maar'.

,,Ga straks naar de wc,'' fluister ik, ,,wacht daar op me.''

,,Het was leuk je te ontmoet te hebben, en zo toevallig.''

Ze gaat weer zitten.

Het geluk is slecht. Ik heb het bestudeerd, ik weet het nu zeker. Door en door slecht.

Ze gaat naar de wc, ik wacht nog een halve minuut, dan ga ik ook.

In het voorbijgaan glimlach ik naar Alfonso. Hij kijkt vriendelijk, bijna blij, een tikkeltje serieus, maar misschien hoort dat bij zijn beroep.

De muur is zwart, net als het gevaarlijkste lichaamsdeel.

Later, als ik kapot ben, leg ik nog eens precies uit hoe het werkt, de muizenval van het opportunisme.