Drenthe helpt Irak - toch

Ondanks een negatief advies van het ministerie van Buitenlandse Zaken laat de stichting `Drenthe helpt Irak' maandag drie vrachtwagens met hulpgoederen vertrekken.

De stichting `Drenthe helpt Irak' lapt een advies van het ministerie van Buitenlandse Zaken om niet met een hulptransport naar Irak te vertrekken, aan de laars.

Volgens het ministerie is de tijd nog niet rijp om in Irak goederen over land te vervoeren, maar de stichting denkt daar anders over. Maandag vertrekken volgens plan drie vrachtwagens met hulpgoederen vanuit Assen naar het zuiden van Irak.

De organisatie heeft de route wel bijgesteld na de waarschuwing van het ministerie. In plaats van dwars door Irak rijden de vrachtwagens nu via Syrië, Jordanie, Saoedi-Arabië en Koeweit met een omweg naar Zuid-Irak. Van daaruit kan het transport volgens stichtingsvoorzitter Gerben Althuis zonder problemen de eindbestemming, de provinciestad Al Diwaniyah in de zuidelijke provincie Al Qadisiyah, bereiken. Althuis: ,,Wij denken dat de risico's verwaarloosbaar zijn. In dat gebied zijn geen plunderingen of schermutselingen. De bevolking is blij met alle hulp, bovendien staat het gebied onder controle van Nederlandse militairen.''

Het hulptransport, bestaande uit voedselpakketten, schoolmeubilair en medische apparatuur, vertegenwoordigt een waarde van 400.000 euro. Er is onder meer geld ingezameld bij Drentse bedrijven en instellingen terwijl de provincie Drenthe een bedrag van 78.000 euro heeft toegezegd. De goederen moeten worden afgeleverd bij enkele scholen en ziekenhuizen.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken blijft erbij dat het onverstandig is om nu richting Irak te reizen, ook al mijdt het hulptransport de wegen rond Bagdad. ,,De risico's verdwijnen niet. De situatie is echt levensgevaarlijk'', zegt een woordvoerster. Omdat het transport geen bederfelijke waren bevat, kan het volgens het ministerie beter worden uitgesteld.

In een brief heeft ook de Nederlandse Ambassade in Bagdad de stichting `Drenthe helpt Irak' eergisteren gewezen op de risico's van gewelddadige incidenten en plunderingen. De situatie in Irak is volgens de ambassade, zeker in een straal van tweehonderd kilometer rond Bagdad, ,,onvoorspelbaar en gevaarlijk''.

Al Diwaniyah, de eindbestemming van het Nederlandse hulptransport, ligt ongeveer honderdtwintig kilometer ten zuiden van Bagdad. De risico's voor het Drentse hulptransport worden vergroot omdat er met opvallende, nieuw ogende vrachtwagens wordt gereden.

,,Al eerder zijn minder opzichtige vrachtwagens (en hun bestuurders) verdwenen'', schrijft de ambassade.

Transportondernemer Gerard van den Berg van het bedrijf Vidotrans uit Steenwijk, die het transport verzorgt, maakt zich kwaad over het advies van het ministerie. ,,Wij zijn geen transportbedrijf dat pakjes naar de Aldi rijdt. Wij zijn een professionele organisatie, gespecialiseerd in hulptransporten. Grozny, Kosovo, Sarajevo, Belgrado, overal zijn we geweest. De route die we nu gaan rijden is helemaal veilig. U denkt toch niet dat ik onze drie vrachtwagens en vier chauffeurs opzettelijk in gevaar ga brengen. Ik ben niet gek.''

Volgens Vidotrans en de stichting `Drenthe helpt Irak' moet het advies van het ministerie van Buitenlandse Zaken opgevat worden als een formele zaak, bestemd voor toeristen. ,,Het ministerie zou het ministerie niet zijn als ze geen negatief reisadvies zouden afgeven'', zegt Althuis. ,,Stel je voor dat alle Nederlanders daar nu op vakantie gaan.''

Maar volgens de woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken is het advies niet gericht op de toeristische sector maar specifiek op het Drentse hulptransport. ,,Het is echt geen ANVR-reisadvies. Ze kunnen beter nu niet gaan.''