Cuba is echt niet debiel

In de luwte van de oorlog in Irak liet Fidel Castro in februari zo'n 75 dissidenten oppakken en in showprocessen veroordelen tot straffen van vijftien jaar en meer. Drie kapers van een veerboot die vergeefs trachtten Florida te bereiken, werden gefusilleerd. Er wordt over getwist of deze harde reacties getuigen van geslepen timing, angst voor een vijfde kolonne juist nu de VS ook Cuba zou kunnen binnenvallen, of van een groeiend onbegrip van Fidel voor de internationale werkelijkheid. Intussen worden de Cubanen in de gelijkgeschakelde media dagelijks voorbereid op een aanval door de `nazi-fascistische' yankees met hun `maffia-terroristische' Cubaanse partners in Florida. Het aantal geüniformeerden op straat laat zien wie de baas is én wil blijven.

Dit Cuba is een heel ander eiland dan het Cuba dat met groeiend succes Nederlandse vakantiegangers lokt. `Met Rosana naar Havanna', beloven vakantiegidsen vol wulpse vrouwen, dikke sigaren, Amerikaanse sleeën, salsa, zon, strand en rum. De journalist Dirk Koppes is niet de eerste die naar het eiland trok om `het andere Cuba' te beschrijven. Hij wil de jonge generatie `een stem geven'. Het resultaat is een reeks portretten van overwegend gedesillusioneerde Cubanen: zwarthandelaren, ICT-ers, homo's, kunstenaars, hoertjes. Slechts een enkele verdwaalde `loyalist' komt aan het woord, lichtelijk meewarig neergezet.

Wie Cuba enigszins kent zal het beeld van dit `andere Cuba' herkennen. Maar anders dan Koppes suggereert is ook het `Cuba' van Het verloren paradijs – niet representatief. Het valt ook niet mee een evenwichtig beeld te geven van het eiland, want het begint er al mee dat geen buitenstaander Cuba onbevangen betreedt. Geen serieuze waarnemer kon het afgelopen decennium heen om het verval, de onvrede en de vraag hoe lang Castro nog zou standhouden. Koppes voegt daar weinig aan toe. Dat kon ook nauwelijks anders, gezien zijn wel heel eenzijdige keuze van gesprekspartners.

De Cubaan bestaat evenmin als de Nederlander – hoewel het patriottisme in Cuba ongetwijfeld sterker is dan hier, en wellicht de burgerzin ook. Er bestaat ook geen uniforme Cubaanse visie op de eigen werkelijkheid. Maar hoe dan ook kan die werkelijkheid niet zinvol worden verengd tot het politieke systeem. Dat is voor een buitenstaander die Cuba door de bril van pro-of-contra-Fidel kan bekijken misschien lastig. Het biedt een journalist wel de kans om die heilloze dichotomie te doorbreken. Daarin faalt dit boek. Het relaas is voorspelbaar, de couleur locale wordt gemakzuchtig opgeroepen door af en toe een woordje Spaans te laten vallen – veelal verkeerd gespeld of verhaspeld.

Dat wreekt zich in Koppes' verwijzing naar een artikel uit El País. Deze Spaanse krant moet, neem ik aan, hebben geschreven dat de oppositie zwak en onderling verdeeld is. Koppes kent kennelijk het Spaanse woord `débil' (zwak) niet en vertaalt dat de oppositie volgens El País `debiel' is. Zoveel onzorgvuldigheid is een klap in het gezicht van die dissidenten, en van de lezer.

Dirk Koppes: Het verloren paradijs. Op zoek naar het andere Cuba. Vassallucci, 192 blz. €14,95