Cool onder alle omstandigheden

Jonathan Gilad is tweeëntwintig en gevierd concertpianist. ,,Toen ik dertien was, waren mijn handen nog te klein voor de grote romantische pianoliteratuur.''

Ook in de klassieke muziek worden carrières soms door andermans ongeluk gelanceerd. Voor de Franse pianist Jonathan Gilad (Marseille, 1981) brak de grote dag aan toen in oktober 1996 de Italiaanse meesterpianist Maurizio Pollini ziek werd en zijn recital in de Chicago Orchestra Hall annuleerde. Op voorspraak van dirigent/pianist Daniel Barenboim viel Gilad (15) met veel succes voor hem in. `Luisterend naar Gilad was men geneigd in reïncarnatie te gaan geloven', noteerde de Chicago Tribune. `Zo moet het zijn geweest om de jonge Arthur Rubinstein te hebben horen spelen.'

Gilad: ,,Ah, ik zie het al. U vindt vijftien belachelijk jong, en u bent niet de enige. Ik stoor me daar een beetje aan. Wat is `volwassen'? Wat betekent `rijp om op te treden'? Iemand van zestig heeft een totaal andere visie op alles, en muziek in het bijzonder dan iemand van dertig. In één leven kun je het hoogst denkbare niveau in muziek nooit bereiken. Je kunt altijd verder reiken, er is geen grens aan rijping. Ik ben ervan overtuigd dat een jonge musicus iets interessants te melden heeft. Frisheid kan verrassend zijn.''

In juni was Jonathan Gilad voor een reeks concerten met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Rotterdam. Gekleed in een afgeknipte spijkerbroek met reclame t-shirt en sportsokken is zijn verschijning niet dat van een meesterpianist, maar Gilad ís ook meer dan dat. In zijn hotelkamer bereidde hij net nog zijn laatste tentamens scheikunde voor, vertelt hij. In Parijs studeert Gilad aan de école polytechnique. ,,Dat is een op de bèta-vakken georiënteerd elite-instituut dat opleidt voor kaderfuncties bij overheid en bedrijfsleven. Scheikunde en mechanica vind ik het interessantst, en daarin wil ik me specialiseren. In wezen ligt een vak als wiskunde in het verlengde van de muziek, mits je geïnteresseerd bent in Pythagoras en de achtergronden van harmonieleer. Maar voor mij als pianist is die wiskundige kant van muziek niet de essentie. Als ik speel hoop ik dat ik bij het publiek emoties opwek, en geen mathematische hypothesen. Muziek moet het hart raken.''

Mensen vinden het vaak raar dat hij én pianist is én student, zegt Gilad. ,,Voor mij is dat dubbelleven juist erg comfortabel. Die twee verschillende levens maken dat ik cool blijf onder alle omstandigheden. Als ik moe ben van het pianospelen of geen zin heb, kan ik me richten op de studie, en vice versa. En als ik voor de zoveelste keer in mijn eentje in een vreemde stad in mijn hotelkamer zit, maken de verplichtingen voor school dat ik me niet verloren voel, want er wacht altijd huiswerk.''

In Nederland werd Jonathan Gilad geïntroduceerd door piano-impresario Marco Riaskoff, die probeert met regelmaat jonge musici voor zijn serie `Meesterpianisten' uit te nodigen. Een proeve van Gilads aangenaam uitbundige maar poëtische spel bieden ook de cd's die hij opnam. Naast een sprankelende oude opname (1998, EMI debuut-serie) verschijnt deze zomer op het kleine Franse label Lyrinx ook een nieuwe cd, eveneens gewijd aan, onder meer, Beethoven.

,,Beethoven is samen met Mozart mijn lievelingscomponist'', verklaart Gilad.. ,,Toen ik als dertienjarige begon met concerteren, waren mijn handen nog te klein voor de grote romantische pianoliteratuur. De klassieke concerten en sonates van Mozart en Beethoven gingen wél. Daardoor besteedde ik aan die muziek veel tijd en ontwikkelde er een bijzondere voorkeur voor. Beethoven verveelt me nooit. Dat is logisch, want ik speel zijn muziek nu totaal anders dan tien of vijf jaar geleden. Als ik opnamen van toen terughoor, vind ik mijn spel van toen directer dan nu. Er zijn passages waarvan ik inmiddels het gevoel heb dat ze meer diepgang en mysterie nodig hebben, en daar slaag ik inmiddels zonder meer beter in. Maar dat betekent niet dat ik mijn ideeën van toen verwerp. Naarmate je ouder wordt ga je anders spelen, niet beter. Het is voor mij de kunst de door niets gehinderde vitaliteit van toen ik heel jong was te behouden. Dat bewonder ik ook zo in de Beethoven-interpretaties van Arthur Schnabel. Hij geeft alle aandacht aan het spinneweb van melodische lijnen, en laat horen hoe de secties in elkaar overlopen. Maar op de voorgrond wordt je altijd eerst getroffen door de levendigheid van zijn spel.''

Vier

Gilad kreeg pianolessen toen hij vier was, maar werd pas echt serieus op zijn achtste. ,,Ik begon toen aan wat wij in Frankrijk een `conservatoire' noemen – een opleiding waar jong talent uit hele regio samenkomt en die duurt tot je achttiende'', legt hij uit. ,,Alleen ik was op mijn elfde al klaar. Daarna wilde ik graag naar het `hoger' conservatoire in Parijs, maar ik was te jong en belandde bij Dmitri Bashkirov in Madrid. Bashkirov wilde eigenlijk toen al dat ik met school zou stoppen, maar dat vonden mijn ouders niet goed. Dus bleef ik thuis in Marseille op school, en ging eens per maand een weekend naar Madrid voor pianoles.''

Na voltooiing van zijn opleiding in Madrid was het conservatorium in Parijs een gepasseerd station, legt Gilad uit. ,,Wie afstudeert in Parijs, stroomt vaak door naar Madrid, niet omgekeerd. En ik reisde toen ook al rond voor concerten. Meestal werd ik vergezeld door mijn vader, die steeds weer zijn huisartsenpraktijk moest sluiten en bij thuiskomst stuitte op het groeiend ongenoegen van zijn patiënten. Je zou kunnen zeggen dat ik een deel van de `gewone' opleidingsroute heb afgesneden, maar daar ben ik alleen maar blij om. Ik heb niet het gevoel dat ik iets heb gemist. De manier waarop je muziek benadert wordt niet uitsluitend rijker door eindeloos te studeren. Het is ook belangrijk naar andere uitvoeringen te luisteren, kortom: te leven.''

In meer opzichten volgde Gilad de kortste weg. Zo deed hij nooit mee aan serieuze pianoconcoursen, terwijl die voor de meeste jonge pianisten de enige opstap bieden naar de internationale concertpodia waar Gilad nu al met de regelmaat van eens per week soleert. ,,In mijn geval zou het absurd en ronduit dom zijn me er voor op te geven. In het beste geval win ik wat ik al heb, maar het is beslist niet gezegd dát ik zou winnen.''

Jonathan Gilad, 5/8, 20.15u., in de serie zomerconcerten van het Concertgebouw. Res. tel. 020 6718345

`Voor muziek is wiskunde

niet belangrijk'