Overal linkse complotten

IJver kan Peter Siebelt niet ontzegd worden. De schrijver van Eco Nostra het netwerk achter Volkert van der G. heeft een verrassende hoeveelheid weetjes verzameld over linkse actiegroepen en hun gewelddadige vertakkingen. Wie zijn boekje onbevooroordeeld probeert te lezen komt er na een paar hoofdstukken achter dat het verval in die kringen de laatste jaren erg hard moet zijn gegaan: nooit gedacht dat Hollandse actievoerders vooral dierenbeschermers zo radicaal en gewelddadig konden worden.

Siebelt is een wonderlijke figuur, een `beveiligingsexpert' die jaren spendeerde om extreem-links in kaart te brengen. Tegelijk komt hij op het eerste gezicht tamelijk nuchter over. Niet het soort halve gare die achter elke boom een links spook ontwaart. Daar komt bij dat er al een tijdje behoefte is aan een Siebelt. De opkomst en marginalisering van extreem-rechts is de afgelopen decennia door bijna alle media tot in de kleinste details gevolgd. De aandacht voor extreem-links stak daar schril bij af. En dat klopt natuurlijk niet. De brandstichting in Kedichem (1986), de aanslag op staatssecretaris Kosto (1991) en de moord op Fortuyn (2002) hebben bewezen dat het geweld van links minstens zo gevaarlijk is als dat van rechts.

De ondertitel van het boekje suggereert dat Siebelt zicht heeft gekregen op een maffiose groep die met Volkert de laatste jaren vele gevaarlijke acties heeft uitgevoerd. Na 200 bladzijden blijkt dat niet het geval. Integendeel. Al na de veelbelovende eerste hoofdstukken blijkt dat Siebelt wel een knappe feitenverzamelaar is, maar die feiten in een inktzwarte context plaatst met zijn dikke duim als bron. Zo vormen volgens hem onder andere Jan Pronk en Ruud Lubbers de leiding van een internationale milieulobby die clubs als Natuur en Milieu en Milieudefensie voeden met subsidie en goodwill. Aldus blijkt dit boekje evenveel waard als veel linkse boekjes over inlichtingendiensten: losse schakeltjes zijn met paranoïde geklets aan elkaar gekoppeld.

Maar ondanks de notoire onbetrouwbaarheid van Siebelts analyse, staan er over sommige actiegroepen en partijen toch eigenaardige feiten in het boekje. Zo is er de al jaren durende solidariteit van krakersgroepjes met de ETA. En er is de medefinanciering door XminY van de gewapende communistische strijd op de Filippijnen: de leider van die strijd, de in Utrecht woonachtige Sison, riep de DDR ooit uit als zijn ideale maatschappij. Wat, zou je zeggen, valt er dan nog te steunen?

De Filippijnse kwestie legt ook een verband met GroenLinks. XminY-medewerker Chris Huinder stond onlangs nog op de kandidatenlijst van die partij voor de Eerste Kamer. Zo passeren meer feiten de revue die vragen oproepen: wat voor klusjes klaarde Tweede-Kamerlid Wijnand Duyvendak destijds precies op de redactie van Bluf!? Wat maakte Jack Bogers (de Wageningse ex-wethouder die is veroordeeld omdat hij Volkerts collega Van der Wouw vroegtijdig informeerde over Volkerts arrestatie na de moord op Fortuyn) zo geschikt om mede de GroenLinks-kandidatenlijst voor de Eerste Kamer te bepalen?

Kortom, dit boekje van Siebelt is, als boekje, weinig waard. Maar als basis voor grondige research in actiekringen, of voor een paar stevige interviews met GroenLinksers, kan het zijn waarde best nog eens hebben.

Peter Siebelt: Eco Nostra. Het netwerk achter Volkert van der G.

Aspekt, 225 blz. €22,–