Kazerne ontwaakt traag uit een diepe slaap

Binnenkort moet het Duitse Seedorf afscheid nemen van het Nederlandse leger. Het stadje Blomberg, waaruit Defensie zich in 1994 terugtrok, worstelt daar nog steeds mee. ,,De Nederlanders leerden ons wat feesten was.''

Een jonge vrouw reed vorig jaar door het groene heuvellandschap ten zuidwesten van de stad Hannover. Ze wilde een herinnering ophalen en sloeg daarom een verlaten weg in. Zo kwam ze in het Blombergse industriegebied Feldohlentrup. Ze passeerde een verzamelplaats van compost en stopte bij een bouwvallig verboden terrein dat niet op de landkaart stond aangegeven wegens `militair geheim'. Daar klom ze over een hoog, roestig hek. ,,De hele kazerne was een wildernis geworden'', zegt ze.

Thea Koot, voorlichter van de Nederlandse Luchtmacht en ooit werkzaam in de eveneens gesloten kazerne van het noorderlijker gelegen Stolzenau, kende de plek goed. In Blomberg waren tussen 1961 en 1994 duizenden Nederlandse dienstplichtigen en beroepsmilitairen gelegerd. Hun families woonden in de wijk die naar Nederlandse rijtjeshuismodel speciaal voor hen gebouwd was. De derde groep geleide-wapens van de Koninklijke Luchtmacht stond indertijd met Patriot- en Hawk-raketten garant voor de luchtverdediging tegen de dreiging van het `het Rode Gevaar' uit het oosten.

Nu, in juli 2003 , hebben `de Russen' de vroegere eetzaal van de kazerne ingenomen. Onlangs kocht de Evangelische Christelijke Gemeenschap van Blomberg, die vooral bestaat uit Duitsers die uit Rusland teruggekeerd zijn, het pand van de gemeente en de ontwikkelingsmaatschappij Normbau. `Also hat Gott die Welt geliebt', luidt de eerste zin van de spreuk op hun deur. Iedere vrijdagavond om zeven uur houden ze in de vroegere keukens een kerkdienst. Wie door de kapotte ramen kijkt, ziet midden in de grote, nu vervallen eetzaal een klein plastic kinderfietsje staan.

,,Na een lange `Doornroosjesslaap' heeft het gebied van de oude kazerne van de Nederlanders in Blomberg, weer een doel gekregen'', zegt Blombergs burgemeester Siegfried Pilgrim, getrouwd met een Nederlandse die vroeger les gaf op de Nederlandse school voor kinderen van militairen. ,,Een parkachtig gebied met een bijzondere flair'', noemt men de kazerne, aangeduid als `Nederlandpark', alvast op de website van de stad. Toch ziet het 130.000 vierkante meter grote terrein er nog steeds uit als een spookstad. Tussen het hoge gras staan zestien vervallen lokalen met vele ingegooide ruiten.

In het zeventiende lokaal zit de firma Normbau, de projectontwikkelaar die plannen maakt voor de toekomst van het terrein en de gebouwen verkoopt. De verkoopleider, de Duitser Rainer van der Kamp, zit in het voormalige laboratorium van het Nederlandse leger op de grond tussen allerlei ontwerpen. Zijn grootste droom bestaat erin het vroegere `casino' van de officieren te verkopen als `beautyfarm'. Normbau kocht het hele terrein eind '99 van de overheid (het Bundesvermogensambt Bielefeld) voor zo'n vier miljoen euro. Inmiddels is volgens hem de helft van het terrein verkocht.

,,Een militair domein een nieuwe economische functie geven, ligt niet voor de hand'', zegt hij. ,,Dit was op de kaart een groene vlek zonder duidelijke bestemming. We moesten eers het gebied en de gebouwen in kaart brengen.'' Op de muur prijkt een kaart van het plan. ,,We wachten nog op een goedkeuring van de hogere overheid voor het aangepaste bestemmingsplan. Gelukkig is de stad Blomberg onze partner.'' De stad participeert in het project. Het Nederlandpark is al zeker van onder meer een showroom voor Renault, een technologiecentrum met lokalen voor jonge ondernemers, een evangelische gemeenschap en een winkel waar vuurwerk wordt verkocht. De helft van de lokalen zal worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw, de andere helft wordt gerestaureerd.

Het enige wat men er nu horen kan, zijn de fluitende vogels en het getimmer van Thomas Vermeulen. Hij kwam in 1987 als militair in Duitsland terecht en werkte in de kazerne in het magazijn van waaruit hij de aangekomen goederen verdeelde. ,,Eind december 1995 heb ik de laatste zaken terug naar Nederland gestuurd. Ik heb alles opgeruimd: van de bedden tot de betonplaten. De raketten stuurde ik terug naar de luchtmachtbasis in Peel.'' Toen de kazerne leeg was, nam hij ontslag uit het leger. ,,Ik werd militair om de vrede te bewaren. Er stapten teveel mensen in die het leger als een werkgarantie zagen.'' Vermeulen is een van de 190 Nederlanders die altijd in Blomberg zijn gebleven. Hij scheidde van zijn vrouw met wie hij uit Nederland vertrokken was en jaren in de speciaal voor de militairen gebouwde woonwijk Bexten woonde. ,,Het was een te kleine gemeenschap met te veel druk.'' Hij bleef bij zijn kinderen, zij werd verliefd op een Duitser. Af en toe loopt hij nog weleens langs zijn Nederlands rijtjeshuis van vroeger. ,,Vele woningen in die buurt zijn verkocht of verhuurd aan de Duitsers die in de Tweede Wereldoorlog gevlucht waren naar Rusland en de laatste tien jaar terugkeren. We noemen ze `de Russen'.''

Enkele maanden geleden telde Vermeulen 150.000 euro neer voor zijn vroegere werkplek. Van hieruit wil hij nu Chesterfield meubels verhandelen. ,,Ik ben wel zo nostalgisch dat ik in deze ruimte een bar zal maken. Daarin hang ik bordjes op die ik op het terrein verzameld heb. Het bordje van de WZZ, bijvoorbeeld. De welzijnszorg was een begrip voor de militairen in Duitsland.'' In zijn bijna afgewerkte toonzaal staan al een heleboel Chesterfields en wat boekenkasten. In een daarvan prijkt de roman `Don Quichotte'.

Bijna de hele 18.600 burgers tellende Blombergse gemeenschap hoopt dat dit `Park der Nederlanders' een nieuwe bloei van de plaatselijke economie zal brengen. Verkoopsleider Van der Kamp mist de Nederlanders, zegt hij. Hagelslag en patat, zelfs koninginnendag herinnert hij zich. ,,Dan mochten we dit voor ons verboden terrein bezoeken.'' Zijn familie, die in Blomberg een gordijnen- en tapijtenwinkel had, haalde, net als andere handelaars, een groot deel van hun inkomsten uit de Nederlanders. ,,Iedere familie die hier kwam wonen, mocht zijn huis zelf inrichten. Ze wilden allemaal van die lage cafégordijntjes.'' Toen het gerucht de ronde deed dat de tweeduizend Nederlanders uit Blomberg zouden vertrekken, werden er geen cafégordijntjes meer ingekocht.

,,De Nederlanders leerden ons wat feesten was'', zeggen de burgers. Zo vieren ze nog altijd Sinterklaas en houden ze een avondvierdaagse. Maar deze week is het dorp in de ban van een Duits feest. Sinds donderdag is er een invasie van mannen in uniform. In zwart kostuum en anjer in het knoopsgat trekken ze door de stad: de Blombergse schutters. In het Altstadt-hotel serveert de Nederlandse oud-militair Klaas frikadellen. Hij begroet Frank Smits, die jaren in Blomberg gelegerd was en er een Duitse vrouw vond. Smits verliet als laatste de basis in '95. Hij komt nog regelmatig terug, zij het nooit in legeruniform. Als lid van de schutters draagt hij nu een hoge zwarte hoed.