Parelketting voor een dode muis

Bij de sieraden van ontwerper Ted Noten draait het om het concept, niet om het draagcomfort. ,,Ik ben niet geïnteresseerd in het mooi maken van vrouwen en zelf ga ik er ook niet mee lopen.''

Ted Noten heeft een droom: op de stand van Mercedes op de grote autobeurs van Bazel staat een grote glazen kooi met daarin het nieuwste model. Mensen wijzen een plekje aan en een robotarm met een laser snijdt daar een vormpje uit het staal. Automatisch wordt er een knopje op de achterkant gesoldeerd en klaar is de broche.

Sieraadontwerper Ted Noten won vorige week de Harrie Tillieprijs voor vrije vormgeving. Zijn Mercedesdroom is nog geen werkelijkheid maar broches van stukjes uit het koetswerk verkoopt hij al wel. Volgende week gaat hij naar Tokio waar galerie Deux Poissons tweehonderd stukjes uit een zilveren Mercedes gaat verkopen. Ze hebben allemaal een andere vorm. Noten heeft er een mooi doosje bij gemaakt, met de omtrekken van de auto getekend met de fragmentjes. De koper kan zijn broche ertussen ontdekken.

De stukjes komen niet werkelijk overal uit de Mercedes, hoe mooi dat beeld ook is. ,,Ik heb het hier wel allemaal uit een spatbord zitten zagen. En uit een stuk motorkap'', zegt Noten. Het is zijn derde Mercedesserie, voor galerie Louise Smit maakte hij een witte en voor Droog Design een rode. In zijn atelier in Amsterdam liggen op een tafel alle zilveren stukjes voor Japan klaar. ,,Kijk hoe prachtig gebogen. Zo'n ronding bedenk je niet.'' Er zijn broches met stukjes auto van een centimeter of vijftien; zelf vindt hij de allerkleinsten het mooist. Dat je een stukje Mercedes op je revers draagt zonder dat iemand het weet. En het moet per se een Mercedes zijn. ,,Dat is een archetype, met een ander merk werkt het niet en zou ik het oorspronkelijke idee geweld aandoen.''

Directeurszoontje

Ted Noten (1956) is opgegroeid in Noord-Limburg waar zijn vader een steenfabriek had. Geen milieu voor kunst. ,,Dat was iets voor homo's en profiteurs. Ik keek ook er niet naar om. Op de havo vond ik handvaardigheid het ergste dat er was.'' Het was begin jaren zeventig en het ging slecht in de steenindustrie. Het directeurszoontje voelde weinig voor het bedrijf, maar wist niet wat hij wel wilde. ,,Het Kerouac-syndroom sloeg toe en na het examen ging ik naar Amerika. Eerst een paar maanden werken in de Canadese tabak en daarna liftend naar Californië.''

In San Francisco ontving hij een brief van zijn vader met de vraag of hij in de fabriek kwam werken, die inmiddels een faillissement achter de rug had. Noten gehoorzaamde en hield het een jaar vol. Daarna was hij enkele jaren verpleger in een psychiatrische inrichting. ,,Ik wist nog steeds niet wat ik wilde studeren en daar kreeg je meteen salaris.'' Hij ging weer reizen naar Afrika en India, en werkte een jaartje als macrobiotische boer in België. In Athene ontmoette hij op straat een Duitser die met een tangetje sieraden maakte van zilverdraad. ,,Dat wilde ik ook! Deels om geld te verdienen, maar het paste helemaal bij mij.'' Hij ging in de leer bij de Duitser en na een paar weken mocht hij naast hem zitten. In India kocht hij een koffer vol sieraden. Thuis in Nederland knipte hij ze in stukken, deed er wat mee en verkocht ze op popfestivals en braderieën. ,,Ik kon mezelf bedruipen en hoefde niet naar de bijstand.''

In 1983 ontmoette Noten een beeldhouwer die hem zei dat hij wel meer kon dan zulke sieraadjes maken. Hij moest het vak gaan leren op de kunstacademie. Noten werd aangenomen in Maastricht. ,,Drie jaar techniek en het gereedschap leren kennen. Ik maakte koffiekannen en bestek in een strakke Finse stijl. Ik zat twee maanden te vijlen en te solderen aan een kutarmbandje.'' Een kennismaking met de Zwitserse sieradenmaker Otto Künzli opende hem de ogen. ,,Ik schrok me kapot. Ik werd helemaal koud van zijn werk. Nooit gedacht dat zoiets bestond.'' Künzli maakte bijvoorbeeld een halssnoer van een bos trouwringen, sieraden van behangpapier en ringen met de vormen van Mickey Mouse.

Op de traditionele Maastrichtse academie had hij niets meer te zoeken en in 1986 ging hij verder op de Rietveld in Amsterdam. ,,Daar deden ze geen reet aan techniek, alleen maar statements en concepten. Ik raakte verkrampt, maar leerde wel dat je heel ver naar binnen kunt gaan. Met sieraden castreer je je kunstenaarschap, was de gedachte daar.''

Noten werkt nog altijd vanuit een idee of gedachtegoed. Dat is Amsterdams, maar hij geeft de Maastrichtse techniek de ruimte. ,,Terwijl ik het maak laat ik mijn handen dingen doen. Als je alles doordenkt wordt het gekunsteld, dan maak je het dood.'' Daarom ging het mis met Künzli, bij wie hij drie maanden stage liep. ,,Die heeft zijn werk kapotgedacht.'' Het breekpunt tussen de twee was een broche met een kogelgat dat er volgens Künzli met een Magnum in was geschoten. In werkelijkheid had de Zwitser een speciaal boortje gekocht met het juiste kaliber. ,,Ik wilde de straat op om een pistool te kopen en dat gat er echt in te schieten. Hij vond dat plat. Als intelligent wezen moest je zo'n primitief verlangen onderdrukken. Volgens mij was hij bang voor het beest in hemzelf.'' Daar scheidden hun wegen.

Intussen zat Noten na zijn afstuderen in zijn Amsterdamse atelier te knutselen. ,,Ik maakte hermetisch werk en ook wel mooie dingen'', zegt hij nu. Zoals ringen voor beroepen als schakers, schilders, fotografen en journalisten. Hij zocht antwoord op de vraag wat iemand moest met een sieraad. ,,Ik ben niet geïnteresseerd in het mooimaken van vrouwen en zelf ga ik er ook niet mee lopen.''

Voor het dragen van een ring is een excuus nodig: het moet een beetje functionaliteit hebben. Daarom kreeg die van de fotograaf een kijkgaatje waarmee je een beeld kon kaderen. Die van de journalist is gemaakt van krantenpapier, versterkt met houtlijm en glanzende lak en je kon er een potloodpuntje met handvatje uithalen zodat je nooit zonder schrijfgereedschap zat. Die voor de schaker had de kop van een wit paard en een stukje huid van een wit paard. ,,Ik vond dat de aanraking met een echt paard erbij hoort. Zo'n ring draag je om je tegenstander te imponeren.''

Halverwege de jaren negentig kreeg hij een uitnodiging voor de tentoonstelling De Parelketting in de Nijmeegse galerie Marzee. Het maakte hem woedend dat na al die jaren iemand nog zoiets achterhaalds durfde te vragen. Hij vond een dode muis in zijn atelier, deed die een parelkettinkje om de hals en goot het geheel in doorzichtig acryl. Haakje eraan, draadje erdoor en voilà: halssieraad Prinses. Het was het begin van een grote hoeveelheid werken met acryl. Hij goot er een makreel in en zocht een mooi handvat bij het doorzichtige blok. En een karbonade. En het gereedschap van een scheepstimmerman. Aan een ring bevestigde hij een blokje acryl met een vlieg. ,,Het lijkt net of hij op je vinger landt.'' In een andere ring kwam een puntige doorn. Ted Noten was los.

Concepten

,,Eigenlijk maak ik geen sieraden maar concepten in de vorm van een sieraad. Al is iets prachtig, als het niet praktisch is haakt 99 procent van de mensen af. Ook een sieraad moet functioneel zijn, vinden ze. Je koopt niet iets wat je niet kunt dragen.'' Hij is het daar mee eens, maar vindt de eis dat je het altijd moeten kunnen dragen dom. Eens per maand of bij een speciale gelegenheid is genoeg. Hij maakte een ring voor een pianist die hem alleen tijdens het oefenen draagt. En hoezo draagcomfort, heb je wel eens een Afrikaan met zo'n bord door de lippen gezien?

Het zilveren ringetje met een bungelend, rood rubberen hart aan een slangetje zal niemand elke dag om doen. Maar als je in de stemming bent is het leuk: als je iemand ziet die je bevalt kun je slang en hartje stijf oppompen. De glazen ring met een muiltje waaraan een gewone trouwring als versiering zit, is ook mooi. Vooral als je weet dat hij Assepoester heet en bedoeld is om een passende prins mee te zoeken. ,,Ik kan ringen maken die mooi en kloppend zijn, maar vaak is alleen de voorstelling dat iemand het zou kunnen dragen genoeg. Maar ik ben wel heel nieuwsgierig hoe het werkelijk staat. Een ring kan ook een heel autonoom ding zijn, zoals kroonjuwelen hun prestige houden als de koningin ze niet draagt.''

Zelf heeft hij ook iets koninklijks gemaakt. Twee jaar geleden vroeg museum Het Kruithuis in Den Bosch vormgevers en sieraadmakers een tiara voor Máxima te ontwerpen. Noten kocht een zilveren bromfietshelm bij de fietsboer om de hoek en zaagde er een kroontje uit met de silhouetten van vijf van Máxima's voorgangsters, Beatrix prominent in het midden. Je kunt de tiara uit de helm nemen en in je haar zetten. Hij won de wedstrijd, maar de prinses heeft het geschenk nog steeds niet ontvangen. ,,Ik bel er wel eens over met Het Kruithuis. De helm ligt nu op een expositie in Melbourne. Ik vind wel dat Máxima hem binnenkort moet krijgen, dat idee hoort voor mij bij de prijs. Straks is ze te zwanger om op een brommertje te zitten. Zij het kroontje en Willem-Alexander de rest van de helm op zijn hoofd en dan samen op een lullig Vespaatje wegrijden.''

Een paar jaar geleden had Ted Noten bedacht dat mensen bij hem een pakketje konden kopen met een stripje kauwgum: Chew your own brooch. Dat konden ze kauwen of anders bewerken en naar hem opsturen. Hij zou het dan in brons gieten en als broche retourneren. Zo'n honderd mensen stuurden al hun kauwgumpje terug. Sommigen gewoon als hompje, anderen hadden er iets bijzonders van gemaakt. Zijn project kreeg veel aandacht en er kwam contact met Ajax, dat een aantal stervoetballers wilde laten meedoen. Maar tot zijn spijt is dat nog steeds niet gebeurd.

Een van zijn mooiste ontwerpen is de Superbitchbag, een handtas van doorschijnend acryl met daarin een echt Walther damespistool dat Noten persoonlijk in België ging kopen. Veel tijd ging zitten in het zoeken van het perfecte handvat bij de tas. Ook zijn boksbeugels van acryl met boven de vingers ingegoten edelstenen zijn erg mooi. Net als de gouden broches die een afdruk zijn van de onderdelen van een pistool.

Volgende week vertrekt Ted Noten naar de galerie in Tokio waar een tekening van de zilveren Mercedes-Benz op ware grootte aan de muur zal hangen. De broches als ,,wratten'' erop geprikt. Daarna gaat hij een weekje lesgeven aan Japanse sieraadmakers en via het strand van Okinawa op reis met de Transsiberië Expres. Een beetje als vroeger zonder plannen en verplichtingen de wereld door. Een reisbeurs heeft hij niet aangevraagd. ,,De galerie heeft de helft van de broches al gekocht, dat heb ik afgedwongen. Ik krijg betaald voor de lessen. Dat gezeik met subsidies begint me tegen te staan. Je moet van tevoren alles verantwoorden. Ik wil zien wat er gebeurt.''

Expositie genomineerden Harrie Tillieprijs. T/m 31/8 in het Stedelijk Museum Roermond, Andersonweg 4. Inl. (0475) 333496 of www.roermond.com/museum. Galerie Louise Smit, Prinsengracht 615, Amsterdam. Galerie Arti Capelli, Verwersstraat 20, Den Bosch. (www.tednoten.com)

`Met sieraden castreer je

je kunstenaarschap,

zeiden ze op de Rietveld'

`Vaak is alleen de voorstelling dat iemand het zou kunnen dragen genoeg'

    • Dirk Limburg